Kiekje
 
 
 
afbeelding afbeelding
«  Aflevering 96: Over getraumatiseerde gijzelaars en pathetische fundamentalisten   »
 
Manon en Felix zijn met Evelyn en Matthijs bij Carla en Albert op eerste Paasdag. Carla heeft de eerste chemo sinds vier dagen in haar lichaam zitten en maakt zich druk over het feit dat Matthijs en Evelyn Joost geen moment met rust kunnen laten. Fien komt vertellen dat Arjan Erkel vrij is en ze wil weten hoe het met Carla gaat. Carla vertelt dat het dankzij de energie bijzonder goed gaat. Fien kan niet begrijpen dat Carla dat met haar geloof kan verenigen. Fien is naar de film Passion of the Christ geweest en vertelt (...)

“Stil eens.” Matthijs laat zijn mes en vork bewegingloos boven zijn bord hangen Het gesprek valt stil en ze horen Joost in de verte huilen. “Eef, hij huilt.”
Evelyn knikt met een schuine blik op Carla, maar ze doet niks.
“Daar heeft nog nooit een baby wat van gekregen." Zegt Carla. "Laten we nou even lekker eten.”
Het is even stil, maar dan begint het gehuil opnieuw.
“Eef?” Matthijs kijkt zijn vrouw vragend aan.
Evelyn knikt en staat op.
“Hè!” Carla legt haar bestek neer. “Laat hem nou toch liggen. Even laten huilen voor het slapen gaan kan helemaal geen kwaad.”
“Daar hoor ik dr. Spock.” Matthijs schudt afkeurend zijn hoofd. “Dat is toch helemaal achterhaald, moeder. Een baby kan de eerste zes maanden nooit genoeg getroost worden.”
“Je verwent ze alleen maar.” Carla snuift minachtend als Evelyn zich verwijdert.
“Je kan ze nog niet verwennen als ze zo klein zijn.”
“Maar wel gèwennen.” Bemoeit Manon zich met het gesprek. “Als je hem er aan went dat jullie hem direct uit zijn bedje halen als hij even huilt, dan weet hij dat precies en raakt hij daar aan gewend.”
Evelyn komt binnen met Joost op haar arm. Zijn gezichtje is rood en gespannen.
“Hij wil er gewoon gezellig bij zijn.” Matthijs pakt de baby van Evelyn aan. “Kom maar, hoor jochie.”
“Hij is nog maar zo klein.” Zegt Evelyn verontschuldigend.
“Jullie zijn ook ooit zo klein geweest en ik liet jullie gewoon huilen, hoor. Hebben jullie daar nou zo onder geleden?”
“Ik denk van niet.” Manon schudt haar hoofd. “Maar zeker weten doe je het natuurlijk nooit.”
“Misschien was het ook makkelijker doordat ik zoveel jonger was toen ik mijn kinderen kreeg.” Zegt Carla. “Wij deden het er maar zo’n beetje bij. Baby’s krijgen was toen heel gewoon en ze stonden lang zo centraal niet in je leven als de baby’s van tegenwoordig.”
“Wat heeft dat er nou mee te maken?” Matthijs kijkt haar humeurig aan.
“Nou, het is best wel een groot verschil.” Helpt Felix zijn schoonmoeder. “Tegenwoordig worden kinderen zorgvuldig in de levensplanning opgenomen: carrière maken, huisje kopen, grote reis maken en dan een kind. Het grote wereldwonder.”
“Dat is het toch ook?” zegt Evelyn.
“Ben je gek.” Felix kijkt naar Joost. “Er is niks zo gewoon als een kind baren. Elke Hansworst kan het.”
"Jij anders niet."
"Ik wil het niet, dat is een heel verschil."
“Kijk, maar nu heeft hij het toch maar mooi voor elkaar.” Albert kijkt naar de baby, die nu tevreden de kring bestudeert.
“Ik ben het er toch niet mee eens.” Mokt Carla. “Kijk, hij is hartstikke moe, maar jullie geven hem gewoon de kans niet om zelf in slaap te vallen. Hij moet de hele dag overal bij zijn. Dat zijn toch veel te veel prikkels voor die kleine hersentjes? Hij gaat heus wel slapen als je hem in zijn bedje legt.”
“Misschien wil hij niet slapen omdat hij verkouden is.” Oppert Evelyn.
“Is hij verkouden?” Manon kijkt Evelyn verstoord aan. “Dan mag hij helemaal niet bij mama in de buurt komen. Ze is heel vatbaar voor infecties met die chemo.”
“Zo snel zal het niet gaan.” Sust Matthijs. “Maar we moeten er in de toekomst inderdaad wel op gaan letten want straks zal je afweer wel afnemen, moeder. En je moet ook uitkijken met wondjes, want die gaan minder snel dicht doordat de bloedplaatjes verminderen.”
“Kijk, daar hebben we Fien weer.” Manon kijkt naar de grote, struise vrouw die achter in de tuin de uitbundig geel en oranje bloeiende tulpen staat te bewonderen.
“We zitten te eten, hoor.” Albert kijkt verstoord op. "Zeg dat maar tegen haar."
“Laat haar toch even binnen komen, ze heeft het ook niet makkelijk op het moment met Gert. We zijn toch bijna klaar.” Carla kijkt naar de lege borden. “We kunnen het toetje straks wel doen.
“Ze heeft altijd wel een smoesje om te komen.”
“Zullen we Joost dan toch maar op bed proberen te leggen?” Evelyn kijkt haar man aarzelend aan. “Anders wordt het veel te druk voor mama.”
“Vooruit dan maar.” Matthijs staat op. “Kom maar, vent, dan mag je weer naar je bedje.”
“Ik ga even naar mijn email kijken.” Felix loopt achter de jonge ouders aan.

“Ik kom even vertellen dat Arjan Erkel vrij is.” Fien kijkt hen opgewonden aan. “Dan valt haar blik op de eettafel. “Zijn jullie nog aan het eten?”
“We zijn klaar.” Carla schuift een stoel bij. “Plek zat, want Evelyn en Matthijs zijn de baby op bed aan het leggen.”
“Jammer, ik had hem graag nog even gezien.” Fien gaat zitten.
"Wie is Arjan Erkel ook al weer?" vraagt Carla.
"Die man van Artsen zonder Grenzen, die ontvoerd was. Hij is vannacht bevrijd. Morgen komt hij in Nederland aan.”
“Wat heerlijk voor hem. Hoe lang heeft hij wel niet vastgezeten?”
“Bijna twee jaar. Het is goed dat Artsen zonder Grenzen nu een doorbraak heeft geforceerd. Dat geklungel van die politici heeft al die tijd niets opgeleverd.”
“Hebben ze losgeld betaald?” wil Manon weten.
“Dat wilden ze niet zeggen.”
“Wat zal hij die jongen getraumatiseerd zijn.” Carla schudt haar hoofd.
“Er staat vast al een heel team psychiaters klaar op Schiphol.” Zegt Albert schamper.
“Ik denk dat dat in dit geval best nodig zal zijn, Albert Thielemans.” Carla kijkt hem scherp aan. “Een ontvoering gaat je niet in je kouwe kleren zitten.”
“Hij zal in ieder geval wel veranderd zijn.” Fien kijkt Carla onderzoekend aan. “Hoe gaat het met je? Je gezicht is wel dik, hoor.”
“Dat komt van de prednison.” Carla legt haar hand op haar rode wang. “Ik ben een beetje misselijk. Maar verder gaat het eigenlijk best goed. Ik had het erger verwacht. Het is toch pas vier dagen geleden dat al die troep mijn lichaam instroomde.”
“Maar dat van die handen is wel lastig.” Zegt Manon.
“Die handen.” Carla draait haar handpalmen omhoog en kijkt er peinzend naar “Ach, zolang ik er geen warme of koude dingen mee pak, gaat het wel. Dat komt door die oxalyplatin. Die tast de zenuwuiteinden aan. En ik kan ook geen emailtjes typen.”
“En ik moet al het snijwerk voor het eten doen.” Zegt Albert. “Maar ik doe het met liefde, hoor.”
“Het is wel lastig.” geeft Carla toe.
“Is het constant zo?”
“Nee, met vlagen. Nu gaat het bijvoorbeeld wel goed.”
“Hoe verder van je van die kuur afkomt, hoe beter het zal gaan.” Denkt Manon.
“Als het maar aan slaat.” Zegt Carla. “Dan heb ik er alles voor over. Maar zonder die energie zou ik het geloof ik niet redden, hoor.”
“Zie je niet hoe ze straalt.” Albert kijkt liefdevol naar zijn vrouw. “Die magnetiseur doet wonderen.”
“Het heeft niets met magnetiseren te maken.” Carla kijkt haar man hoofdschuddend aan. “Magnetiseurs geven hun eigen energie weg en dat moet je nooit doen want je eigen energiebron is de voorouderlijke energie, die mag je volstrekt niet uitputten. Wij geven alleen maar energie door.”
“Wat voor energie is dat dan wel?” vraagt Fien.
“Universele energie. Die is onuitputtelijk.”
“Dat had je gedroomd.” Zegt Albert. “Ook dìe is eindig.”
“Voorlopig is er nog genoeg.” Zegt Carla. “Zo lang het universum maar uitdijt en er maar sterren ontstaan die groeien en energie uitstralen zal het allemaal wel loslopen.”
“En vergeet de zon niet.” Zegt Manon. “Die stuurt ons ook energie.”
“Volgens Tjeetske, dat is de vrouw die de cursus gaf, was de aardbol een beetje verlicht toen duizenden mensen op hetzelfde moment mediteerden met het Chinese Nieuwjaar.” vertelt Carla.
“Hoe weten ze dat nou?” Albert trekt zijn wenkbrauwen op.
“Via iemand die bij de NASA werkt en in het ruimtestation was.”
“Waarom lezen we daar dan niets over in de krant?”
“Dat weet ik ook niet.” Carla haalt haar schouders op.
“En... Kunnen jullie nu ook mensen genezen?” Met een spottend glimlachje op haar lippen kijkt Fien hen beurtelings aan.
Carla denkt even na. “Misschien wel misschien niet, maar ik kan ze in ieder geval wel aandacht geven en energie.”
“Ik snap niet dat jij dit met je geloof kan verenigen.” Fien kijkt haar misprijzend aan.
“Ik zou niet weten waarom niet." werpt Carla tegen. "Die hele energiefilosofie is gebaseerd op liefde en respect voor de medemens. Daar is ons geloof toch ook op gebaseerd?”
“Het is het aanbidden van valse goden.” Mokt Fien. “In de bijbel staat het toch duidelijk: Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.”
“We hebben het toch niet over andere goden.” Werpt Carla tegen. “We geven alleen maar energie door. Je zou God toch ook als energie kunnen zien?”
“Zo zie ik God niet.”
“Waarom zouden we van God mensen geen energie mogen geven, maar ze wel opereren om ze beter te maken of chemotherapie geven om ze nog een iets langer leven te gunnen?”
“Het is allemaal geld-uit-je-zak-klopperij.” zegt Fien onwillig.
“Dit niet, hoor. Je doet een keer de basiscursus en verder is het doorgeven van de energie gratis. Je mag er niet eens geld voor vragen.”
“En is die cursus ook gratis?”
“Die kost geld.” Geeft Carla toe. “Maar niet zoveel.”
“Die vervolgcursussen zijn anders wel peperduur.” Merkt Albert op.
“En die parasietendrankjes van Tsjeetske zijn ook niet gratis.” Zegt Manon schamper.
“Dat parasietengedoe is haar pakkie an.” Zegt Carla. “Dat hoort niet bij de cursus, daar had ze ons ook niet mee lastig moeten vallen.”
“Ik zou me nooit inlaten met dit soort occulte zaken.” zegt Fien.
“Maar....” Begint Manon.
“Hoe was de film over Jezus, Fien?” Manon voelt Carla’s voet waarschuwend tegen haar scheenbeen. “Daar zijn jullie toch op Goede Vrijdag naar toe geweest?”
The Passion of the Christ. Geweldig! Maar ook vreselijk.”
“Hoezo?”
“Jezus lijdt zo verschrikkelijk in deze film en dat is heel erg om te zien. Hij wordt op een afschuwelijke manier gegeseld door die Romeinse soldaten. Dat duurde maar en dat duurde maar. Maar het is wel heel goed gedaan.”
“Ik heb gelezen dat de acteur die Jezus speelt daar uren voor bij de make-up afdeling heeft moeten zitten.” Zegt Manon droog.
“Daar denk je helemaal niet bij na als je deze film ziet. Het is zo echt, de doornen zitten diep in zijn vlees en je ziet zo de spijkers door zijn handen gaan. Brrrr.” Fien rilt nog na bij de gedachte. “En dat een van die soldaten die speer in zijn zij steekt en er allemaal bloed en water uit loopt.”
“De film schijnt wel antisemitisch te zijn.” Manon staat op en stapelt de borden op elkaar. "In Israël willen ze hem daarom niet vertonen."
“Ach, ze hebben altijd wel wat te zeuren.” Fien haalt haar schouders op. “Dat is mij in ieder geval niet opgevallen.”
“Volgens Arafat worden de Palestijnen elke dag blootgesteld aan de pijn zoals Jezus die aan het kruis had.”
"Arafat kan zoveel zeggen. Ik denk dat de film juist goed is om mensen met het christelijk geloof in contact te brengen.”
“Zou het?” Manon trekt een wenkbrauw op. “Ik vind het eigenlijk een beetje pathetisch om te zien hoe de fundamentele christenen zich op deze film hebben gestort. Zo van Kijk eens wat ze ons hebben aangedaan?”
“Dat slaat natuurlijk helemaal nergens op.” Fien kijkt haar verbolgen aan. “Het is toch ook vreselijk wat ze Jezus hebben aangedaan?”
“Ach, dat gemartel was toen aan de orde van de dag.” Merkt Albert op. “Nog steeds trouwens.”
“Ik ben niet vies van geweld in een film, maar om twee uur lang te gaan zitten kijken naar iemand die langzaam doodgemarteld wordt,” Manon schudt haar hoofd, “dat gaat me echt te ver.”

Gepubliceerd: 11-04-06. Vond plaats op: 11-04-04. Tags:  film ; kanker ; misdaad en corruptie ; ouderschap en opvoeding ; terrorisme ;