Kiekje
 
 
 
afbeelding afbeelding
«  Aflevering 84: Over meedogenloze kippenruimers en zieke clowns  »
 
Manon is bij Carla en Albert, waar Kim weekje logeert. Kim mag zeggen wat ze wil eten die avond, want het is haar laatste avond voor ze terug vliegt naar Florida. Ze wil graag kip met gouden eieren, een gerecht dat Carla vroeger vaak maakte. Manon sputtert tegen als vegetariër en Carla steunt haar dit keer omdat ze het niet veilig acht om kip te eten in verband met de vogelgriep in Azië. Carla vindt het erg jammer dat Kim al weer terug maar ze wordt zondag thuis verwacht voor de Superbowl. Ze vertelt dat Janet Jackson dit jaar komt optreden (...)

“Hè, hè. Eindelijk.” Manon legt een rood met zwart puzzelstukje op zijn plek. “Dat was ik nou al zo’n tijd aan het zoeken.”
“Goed zo.” Carla kijkt keurend naar het stukje dat het verbindingsstuk vormt tussen de linker- en rechterkant van de puzzel. Ze staat op, pakt een stukje rechts van het bord en legt dat aan het stukje van Manon. “Zo, dan kan die daar.” Ze rekt zich uit en er klinkt gekraak.
“Wat is dat?” Kim kijkt haar geschrokken aan.
“Oh, niks ernstigs. Alleen maar twee versleten knieën. De dokter wil eigenlijk opereren maar dat doe ik natuurlijk niet.” Zegt Carla vastberaden. “Niet met al dat andere gedoe. “De dokter begreep het wel en zei dat ik maar langs moest komen als het op slot sloeg.”
“Is het wel wijs om zo lang te wachten?” Kim kijkt haar bezorgd aan.
“Wat moet ik anders? Maandag moet ik weer voor die scan van mijn buik.”
“Ik dacht dat je altijd op een dinsdag moest.” Manon kijkt haar moeder verbaasd aan.
“Ja, normaal is het altijd op dinsdag.” Albert komt binnen en legt een stapeltje post op tafel.
“Gek, hè?” Carla loopt naar de kalender. “Zou ik het verkeerd hebben opgeschreven? Het ging ook zo rommelig via de telefoon. Het is inderdaad vast dinsdag.”
“Kun je dat niet even navragen?” Vraagt Manon.
“Nee, ik weet het nu eigenlijk wel zeker.”
“Hè, ik vind het toch zo gezellig om mijn twee oudsten om me heen te hebben.” Carla komt tussen hen in staan en slaat haar armen om haar dochters heen. “Kim en Non, het is echt een cadautje.”
“Ik geniet ook met volle teugen.” Kim geeft haar een zoen en wrijft over haar hals.
“Wat wil je vanavond eten, Kim. Jij mag het zeggen want het is jouw laatste avond.”
“Kip met gouden eieren?”
“Hallo!” Manon kijkt haar zus verontwaardigd aan en wijst op haar borst. “Hier! Vegetariër.”
“Oh ja, sorry.”
“Als je het niet erg vind doe ik liever geen kip nu met die rare vogelgriep in Azië. Ze zeggen dat de kans klein is dat er besmet vlees geïmporteerd is, maar ik neem het risico liever niet.”
“Kunnen mensen daar ziek van worden dan?”
“Er zijn zeker al tien mensen aan overleden. Het is nog niet van mens op mens overdraagbaar, maar ze zijn als de dood dat er een gemuteerde vorm komt waarbij dat wel mogelijk is. Dat zou kunnen als het virus bijvoorbeeld in aanraking komt met het menselijke griepvirus. Daar moet je toch niet aan denken? Heel goed dat ze het leger daar hebben ingezet om de kippen te ruimen.”
“Kippen ruimen?” Kim trekt haar wenkbrauwen op. “Wat is dat?”
“Dat is een nieuw woord.” Zegt Manon bitter. “Het is begonnen met die gekke koeien-ziekte. Toen had iedereen het ineens over het ruimen van de dieren. Mensen euthaniseer je, maar dieren ruim je blijkbaar. Met die kippen in Azië is het helemaal een trieste vertoning, die beesten worden levend in zakken gestopt en dan begraven. Je ziet die zakken gewoon nog bewegen.”
“Wat moet je anders?”
“Draai ze dan nog eerst de nek om voor je ze in die zakken stopt, maar nee, dat kost te veel tijd blijkbaar. Mensen zijn toch eigenlijk vreselijke barbaren. Maar misschien doet de natuur gewoon haar werk wel en roeit die vogelgriep het menselijk ras vanzelf wel uit.”
“Wie weet.” Zegt Albert opgewekt. “Het verspreidt zich razendsnel. Thailand, China, Indonesië, Birma, Bangladesh... Ik geloof dat het inmiddels wel in tien landen is gesignaleerd. Het verspreidt zich niet alleen via vogels, ook mensen die bijvoorbeeld wat kippenstront aan hun schoenen hebben kunnen het op die manier verspreiden. Op Schiphol liggen nu desinfecterende matten om dat tegen te gaan.”
“Ik zal er op letten morgen.” Zegt Kim.
“Jammer dat je al weer weg moet, Kimmie.”
“Het is niet anders. Ik moet weer aan het werk.” Ze wrijft over haar moeder’s hand. “Maar ik ben blij dat ik eindelijk weer eens sneeuwklokjes heb kunnen zien. Dat is echt heel lang geleden.”
“En Richard, Gaby en Jim hebben je ook vast vreselijk gemist.”
“Vast.”zegt Kim vaag. “Zondag is Super Sunday, dan moet ik natuulijk thuis zijn.”
“Wat is dat?” Vraagt Carla.
“Mama!” Kim kijkt haar quasi verontwaardigd aan. “De belangrijkste dag van het jaar bij ons. De Superbowl!”
“Wat is dat dan?”
“Dé American Football-competitie. Dan moet ik thuis zijn om de hapjes te verzorgen, dat hoort nou eenmaal als goede Amerikaanse huisvrouw.”
“Is dat zo belangrijk dan?”
“Je weet toch hoe die Amerikanen zijn. Het is één grote nationalistische orgie. Een excuus om je de hele dag te vergrijpen aan bier en chips. Dit keer strijden de Carolina Panthers en de New England Patriots tegen elkaar.”
“Dat je dat weet.” Manon is geïmponeerd.
“Schei toch uit! We worden al wekenlang gebrainwasht. Het is de bedoeling dat we allemaal kijken want er is veel geld mee gemoeid. Om de paar minuten is er een reclameblok waar verschrikkelijk veel geld voor gevraagd wordt. Ik meen dat een reclame van dertig seconden bijna tweeënhalf miljoen dollar kost tijdens de Superbowl.”
“Alsjeblieft.”
“Ze doen er van alles aan om de aandacht van de kijkers vast te houden. Dit keer treedt Janet Jackson op.”
“Oh ja?” Manon is verbaasd. “Dat die dat aandurft nu met al die negatieve publiciteit rond haar broertje.”
“In Amerika wordt dat niet zo ervaren, hoor. Michael is daar de grote held sinds die rechtzaak begonnen is.”
“Geloof jij dat hij schuldig is?”
“Ik weet het niet.” Kim zucht. “Het is een rare snuiter, compleet verknipt als je het mij vraagt, maar ergens geloof ik niet dat hij die jongen heeft misbruikt.”
“Maar hij zegt wel dat hij zijn bed met kinderen deelt.”
“Ja, maar volgens mij zijn dat meer pyama-party-achtige happenings, zoals Jim ook wel met zijn vrienden heeft.”
“Jim is twaalf! We hebben het hier wel over een vent van vijfenveertig.”
“Hij heeft de schijn wel tegen zich.” Beaamt Kim. “Maar ik denk dat het erg moeilijk wordt voor de aanklager om te bewijzen dat Wacko Jacko daadwerkelijk in de broek van dat jongetje heeft gezeten. Ik denk dat de ouders van dat jochie proberen om hem een flinke poot uit te draaien.”
“Als dat zo is moet dit proces toch wel een flinke tegenvaller zijn. Hij wil toch geen schikking, zoals met die vorige zaak?”
“Voorlopig is het één groot showproces en de Amerikanen smullen ervan.” Kim leegt haar kopje. “Niets is zo mooi als een lange, slepende rechtzaak met een celebrity. Dat is fantastisch voor de kijkcijfers en dus voor de reclame-inkomsten.”
“Ik vertrouw die man voor geen cent.” Carla pakt de doos van de puzzel om naar de afbeelding te kijken. “Het is net een zieke clown.”
Manon en Kim lachen.
“Wist je dat hij een Afro-Amerikaan is?”
“Die bleekneus?”
“Het was een schattig neger-jongetje vroeger. Maar om van zijn identiteit af te komen heeft hij zich diverse keren door een plastisch chirurg onder handen laten nemen. Zijn haar is ontkroesd en zijn huid is ontkleurd.”
“Wat iemand zichzelf toch moedwillig aan doet.” Carla schudt haar hoofd. “Hij zou eens echt wat moeten krijgen.”

Gepubliceerd: 30-01-06. Vond plaats op: 30-01-04. Tags:  Amerikaanse sporten ; artiesten ; besmettelijke ziekten ; ouderdomsziekten ;