Kiekje
 
 
 
afbeelding afbeelding
«  Aflevering 73: Over intelligente bagagelabels en starre meubelboeren  »
 
Manon is met Evelyn bij de Ikea en raken gefrustreerd dat er bepaalde onderdelen niet aanwezig zijn. Om de teleurstelling te verwerken trakteert Manon op thee met gevulde koeken. Manon gaat volgende week naar Amerika en Evelyn wijst haar op de nieuwe ontwikkelingen bij de bagageafhandeling en dat het misschien een goed idee is om de nieuwe Harry Potter mee te nemen.

“Uitverkocht!” Evelyn strijkt een sliert van haar voorhoofd en kijkt Manon ontredderd aan. “Het is ook altijd hetzelfde hier.” Ze staan voor het torenhoge rek bij IKEA. Hun wagentje ligt al vol gestapeld met diverse PAX-onderdelen voor de kastenwand in de nieuwe babykamer die Evelyn en Matthijs aan het inrichten zijn.
“Hoeveel zijkanten heb je nog nodig?” Manon tuurt, tegen beter weten in, naar de andere schappen om te kijken of daar de gewenste onderdelen misschien nog liggen.
“Twee. Volgens die jongen in de showroom zou alles op voorraad moeten zijn,” Evelyn zucht en steunt met haar hand tegen haar onderrug, “maar volgens mij hebben ze ze gewoon niet meer. Wat is het toch een waardeloze zaak.”
“Je kunt je ook afvragen waarom wij er altijd weer in trappen.” Manon grijpt haar zusje bij de arm. “Kom we gaan weer naar die jongen boven, die lost het maar op.”

“Het spijt me oprecht.” De jongeman kijkt hen trouwhartig aan. Zijn pukkelige huid ziet er vaalgroen uit boven het blauw met gele poloshirt. “Het staat echt in de computer, kijkt u maar. PAX-zijpanelen. Drie stuks.”
“Ik geloof u wel.” Evelyn zucht vermoeid. “Maar hoe lossen we dit nou op?”
“Als u nou alles wat u al heeft beneden afrekent. Ook alvast die twee zijkanten. Dan zorgen wij ervoor dat alles, inclusief die zijkanten, deze week nog geleverd wordt.”
“Dus dan hoef ik niet terug te komen?” Evelyn’s stem klinkt ongelovig.
“Nee, in principe niet.”

“Dat kan natuurlijk niet.” De mollige vrouw bij de kassa kijkt hen misprijzend aan.
“Maar die jongen op de kastenafdeling zei dat het geen probleem was.” Er klinkt wanhoop in Evelyn’s stem door.
“U kunt geen zaken afrekenen die u nog niet heeft. Dat snapt u toch zeker wel?”
“Nee, dat snappen we niet, legt u het eens uit.” Manon bemoeit zich er nu ook mee, ze is het spuugzat.
De vrouw kijkt haar vernietigend aan en wendt zich weer tot Evelyn: “Hoe denkt u dat wij dit,” ze wappert de bon heen en weer vlak voor Evelyn’s gezicht, “in onze administratie kunnen verwerken? Ik heb daar geen enkele mogelijkheid voor op mijn kassa.”
“Als u nou eens met een pen op de bon schrijft dat er twee extra zijkanten zijn afgerekend en dat die meegeleverd moeten worden?” Probeert Evelyn.
“Met een pen?” de vrouw lacht schamper. “Dat heb ik een keer gedaan en ik was bijna mijn baan kwijt. Nee, sorry, u zult toch terug moeten komen als de zijkanten er weer zijn.”
“Dit is toch niet te geloven!” Evelyn stampt met haar voet op de grond.
“Ik kan er niets aan doen.” De vrouw kijkt met een neutrale blik naar haar kassa. “Wilt u de rest dan wel hebben?”
“Ik hoef niks meer van jullie.” Evelyn loopt rood aan. “Dat hele PAX-systeem mag wat mij betreft in jullie schappen wegrotten.”
“We rekenen het in ieder geval nog niet af.” Manon duwt de zware wagen moeizaam terug. “Kom nou maar mee, Eef. Denk aan de baby. We gaan eerst maar eens even wat drinken.”
Evelyn laat zich meevoeren naar een bankje en gaat moeizaam zitten. “Rotzaak. Ik haat Ikea.”
“Eerst thee.” Besluit Manon. “Wil je er iets bij?”
“Kijk maar.” Zegt Evelyn humeurig. “Elke cent die we hier uitgeven is er een te veel.”
Als Manon terug komt lijkt Evelyn enigszins gekalmeerd. Haar ogen volgen de wagentjes vol met bouwpakketten die worden voortgeduwd door afgematte mensen die op weg zijn naar hun auto.
“Heb je haast met die kast?” Manon reikt haar een kop thee en een gevulde koek aan.
“Het gaat.” Evelyn zet de hete thee naast zich op de bank. “Met die kastenwand was de kinderkamer fijn af geweest.”
“Misschien moet je deze onderdelen toch maar vast kopen.” Zegt Manon voorzichtig. “Straks is er weer wat anders uitverkocht.”
“Dat had ik eigenlijk al besloten.” Evelyn kijkt nog steeds een beetje stuurs. “Alleen moet ik hier nu nog een keer naar toe en ik moet extra bezorgkosten betalen. Dat kan ik niet uitstaan.”
“Het is niet erg klantvriendelijk.”
“Maar... het goede nieuws is dat het bedje en de commode al staan. Maar goed ook, want we kregen controle van de kraamverzorgster.”
“Komen ze controleren?” Manon kijkt haar stomverbaasd aan.
“Laten we zeggen dat ze een oogje in het zeil houden. Ze kwam eigenlijk om de kraamtijd met ons te bespreken, maar ze wilde toch even het kamertje zien. Toevallig had ik net de dag daarvoor alle kleertjes die ik van Nijsje heb gekregen uitgezocht en gewassen, dus dat lag keurig opgevouwen in de commode. Ook de rompertjes, lapjes, lakentjes, doekjes en washandjes lagen keurig op een stapeltje. Wat een mazzel, hè? Ze was helemaal onder de indruk dat ik al zo ver was.”
“Ik heb nog dat kastje. Maar dat neem ik wel mee als ik de cavia’s kom brengen.”
“Is Purka weer beter?”
“Was dat maar waar.” Manon schudt somber haar hoofd. “Haar voortanden staan nog erg scheef en ik moet haar nog steeds bijvoeren want ze kan amper zelf eten.”
“Dan heeft die operatie niet veel geholpen.”
“Ik ben terug geweest naar de dierenarts. Die is vorige week op knaagdierencursus geweest waar ze geleerd heeft dat ze de haken op de kiezen niet tot de kaaklijn moet afslijpen. De kans op een ontsteking schijnt erg groot te zijn. Ze wil het nog eens gaan proberen met een speciale tandenkniptang. Maar die moet besteld worden. Hopelijk kan ze Purka nog een keer behandelen voor we weg gaan, anders moet jij met de pipet en de olvarit aan de slag.”
“Ik moet straks toch ook olvarit-hapjes in onwillige kindersmoeltjes zien te krijgen.” Evelyn haalt haar schouders op. “Kan ik vast oefenen.” Ze pulkt de amandel van haar gevulde koek en steekt hem in haar mond. “Kan ik dan trouwens wat mee geven voor Kim en de kinderen?”
“Zoals?”
“Kleine cadeautjes.”
“Als je maar niks inpakt. Je weet hoe zeikerig ze tegenwoordig zijn bij de douane.”
“Better safe dan sorry.” Evelyn neemt een hap van haar koek. “Heb je gehoord dat ze bezig zijn met het ontwikkelen van een kofferchip?”
“Kofferchip?” Manon trekt vragend haar wenkbrauwen op.
“Een chip in plaats van die labels die nu altijd om je handvat worden gebonden. Veel veiliger, want terroristen kunnen dan niet zomaar meer een koffer inchecken zonder dat ze zelf mee gaan. Geen passagier, geen koffer.”
“Dat is nu toch al zo?”
“Maar met die nieuwe labels is het veel makkelijk te checken. Ze verwachten dat ook de hele bagageafhandeling ook veel efficiënter geregeld kan worden. De bagage van mensen die overstappen kan dan bijvoorbeeld voorrang krijgen.”
“En de kans dat er iets zoek raakt wordt ook vast kleiner. Je hebt toch altijd de angst dat je koffer op een vlucht naar ik-weet-niet-waar gaat.”
“Lekker, hoor, een weekje naar de zon.” Evelyn klinkt een tikkeltje jaloers. “Heb je de nieuwe Harry Potter al? Leuk voor onderweg.”
“Ik ben een beetje Potter-moe.” Bekent Manon. “Al dat opgefokte gedoe. Okay, het is een spannend kinderboek, wel aardig voor volwassenen maar meer ook niet. Die zwerkbalstukken vind ik zelfs afgrijselijk saai.”
“Hier in Rotterdam was het een enorme toestand. Om middernacht kwam er een heuse Zweinsteinexpress op Centraal Station aan van waaruit de eerste exemplaren van het boek werden verkocht. Er waren twaalfhonderd mensen die bijna allemaal in Potter-outfit waren gekomen.”
“Bij ons was de binnenstad vergeven van de heksen en de tovenaars.” Manon knikt.
“Die Rowling schijnt nu een van de rijkste vrouwen van Engeland te zijn.” Evelyn leegt haar kopje. “Je schrijft verhalen omdat je het leuk vindt en dan wordt het zo’n hit. Dat is op zich toch al een sprookje.”

Gepubliceerd: 22-11-05. Vond plaats op: 22-11-03. Tags:  fauna ; literatuur ; schrijvers ; veiligheid en beveiliging ;