Kiekje
 
 
 
afbeelding afbeelding
«  Aflevering 71: Over gepikeerde prinsesjes en geüniformeerde berenwijven  »
 
Manon wil met Evelyn gaan zwemmen maar komt voor een gesloten loket te staan. Ze raken in gesprek met een vrouw die hen aanraadt Bobbe aan te lijnen. Ze heeft namelijk zelf een bekeuring gehad omdat ze hier haar hond los liet lopen. Ze praten over de baby van Maxima die wat eerder schijnt te komen en prinses Margarita die haar vader en haar opa wil laten getuigen in de zaak tegen de Nederlandse staat.

“Verdorie.” Manon kijkt Evelyn humeurig aan. Ze staan bepakt met zwemtassen voor het loket van het zwembad. Het luikje van de kassa wordt door een plankje afgeschermd en er hangt een bordje boven: gesloten.
“Hoe kan dat nou?” Manon buigt zich voorover naar het velletje papier met de openingstijden dat naast het loket ligt. “Hier!” ze houdt het triomfantelijk voor Evelyn’s neus. “Van 12 tot 1 uur zwemmen in het W en I en vanaf een uur in R en D.”
“Dus?” Evelyn kijkt haar vragend aan. Ze heeft geen idee waar Manon het over heeft.
“W is het wedstrijdbad, I het instructiebad, R staat voor recreatiebad en D weet ik niet.” Manon kijkt op haar horloge. “Het is kwart voor een, dan is het bad dus gewoon open.”
“Er zit wel iemand.” Evelyn wijst aarzelend naar een oudere vrouw met krullend haar die verveeld in een tijdschrift zit te bladeren. Ze kijkt verstoord op als Manon tegen het ruitje tikt en ze schudt haar hoofd.
“Ja, wat nou?” Manon loopt kordaat om de kassa heen naar de deur, die een beetje open staat.
“We willen zwemmen.”
“Dat kan wel wezen, maar we zijn gesloten.” Het magere, pokdalige gezicht kijkt haar ongeïnteresseerd aan.
“U bent helemaal niet gesloten. Hier, kijk maar.” Manon wijst op het blaadje met de openingstijden. “Bovendien hoor ik allemaal mensen in het bad.”
“Die zwemmen van twaalf tot één uur.”
“Het is kwart voor een.”
“De kassa gaat een half uur voor sluitingstijd dicht.”
“Ja, maar het zwembad gaat toch helemaal niet dicht? Vanaf een uur moet je alleen in het bad ernaast zwemmen. Hier,” Manon pint woest met haar vinger in het blaadje. “Van twaalf tot een W en I en daarna in het recreatie- en D-bad.”
“Om een uur kunt u terug komen.”
“Maar dat is al over een kwartiertje, u kunt ons er nu toch wel in laten?” Manon verbaast zich over zoveel inflexibiliteit. Ze wijst op Evelyn. “Hier staat een hoogzwangere vrouw voor u, moeten we dan weer weg en straks terug komen?”
“U kunt daar op de bank gaan zitten of een kopje koffie nemen in het restaurant.” De vrouw wijst met een vaag gebaar naar boven en wendt zich af om verder in haar tijdschrift te lezen.
“Kom, joh.” Zegt Evelyn. “Het is prachtig weer, dan gaan we toch even buiten zitten.”
“Belachelijk!” Manon loopt mopperend achter haar zusje aan.
“Maar goed dat jìj niet zwanger bent. Jij had al lang een miskraam gehad, zo druk als jij je altijd maakt...”
“Ik haat starheid.” Manon zucht gefrustreerd.
“Hier tegenover is toch een parkje?” Evelyn tuurt naar de overkant van de straat. “Laten we daar naar toe gaan.”
“Dan haal ik wel Bobbe even uit de auto.”
Bobbe holt uitgelaten voor hen uit, blij met de onverwachte meevaller.
“Kijk toch eens hoe mooi het is.” Evelyn kijkt naar de uitbundige herfstkleuren in het park. “Het lijkt wel of de herfst dit jaar veel mooier is dan anders. Vast speciaal voor mij, omdat ik nu met zwangerschapsverlof ben.”
“Vast.” Manon wijst naar een bankje. “Kijk, daar is een plekje in de zon.”
“Maar daar zit al iemand.” Evelyn kijkt aarzelend naar de vrouw met de zwarte labrador. “En ze rookt. Dat is nu niet goed voor me.”
“Je rookt toch niet zelf?”
“Nee, maar haar rook is wel slecht voor mij. Wist je dat er jaarlijks duizenden meerokers dood gaan aan hart- en vaatziekten? Dat die mensen hun eigen longen vol met kanker roken moeten ze zelf weten, maar daar heb ik geen zin in. De baby kan trouwens door meeroken ook al schade oplopen in de baarmoeder. Daar moet ik helemaal niet aan denken.”
“Eef, je draaft weer vreselijk door. We bevinden ons in de open lucht en bovendien staat de wind de goede kant op.” Manon loopt zonder Evelyn’s reactie af te wachten naar het bankje en kijkt de vrouw vragend aan. “Kunnen wij hier zitten?”
“Gaat uw gang.” De vrouw maakt een uitnodigend gebaar met haar arm. De hond kijkt onverschillig een andere kant op als ze gaan zitten.
“Purka is ziek.” Zegt Manon.
“Wat heeft ze?”
“Haar tanden groeien scheef. Dat is heel vervelend bij cavia’s want als ze niet goed afslijten, kunnen er haken ontstaan die weer beschadigingen kunnen geven aan het wangslijmvlies en het tongetje.”
“Ach gossie. Hoe heb je dat gemerkt?”
“Ze werd zo mager. Ze kon blijkbaar niet meer eten. Nu moet ik haar dwangvoeren met een pipetje en Olvarit. De dierenarts gaat ze morgen verwijderen.”
“Jakkie.” Evelyn rilt. “Moet ze daarvoor onder narcose?”
“Ik ben bang van wel.”
“Ik zou uw hondje maar aan de lijn houden.” De vrouw naast hen kijkt naar Bobbe die lekker aan het scharrelen is bij de waterkant. “Ik heb hier vorige week een dikke bon gehad.”
“Hier?” Manon kijkt om zich heen. “Ze mogen hier toch los?”
“Dat dacht ik ook.” De vrouw lacht schamper met haar rechtermondhoek, haar linkermondhoek blijft futloos naar beneden hangen wat haar een ietwat asymmetrisch gezicht geeft. “Maar ik liep hier rustig met haar...” ze klopt op de rug van de labrador, “stopt er een busje waarop met grote letters INSPECTIE staat. Toen had ik al nattigheid moeten voelen en Kimberley aan moeten lijnen. Komt er een beer van een wijf uit dat busje, in uniform. Ze loopt op me af. Kim vloog haar nog bijna aan, want die kan niet tegen uniformen. Zegt ze: “Mevrouw uw hond mag hier niet los lopen.” Ik zeg: “Jawel, want daar begint pas het stuk waar ze niet mogen.” Toen zei ze dat ik de wet niet kende want dat honden alleen los mogen lopen waar een blauw of oranje bordje staat met de tekst UITRENGEBIED of UITLAATPLEK. Verder nergens in Den Haag.”
“Daar heb ik nog nooit van gehoord.” Manon kijkt haar verbaasd aan.
“Ik ook niet.” De vrouw haalt haar schouders op. “Maar volgens dat wijf worden we allemaal geacht de wet te kennen.”
“Ze heeft wel een punt.” Zegt Evelyn.
“Maar het is wel een beetje kinderachtig, vindt u niet?” De vrouw kijkt haar ontstemd aan. “Die beestjes doen toch geen vlieg kwaad?” Ze staat op en trapt haar sigarettenpeuk uit en kijkt naar Evelyn’s geprononceerde buik. “Wanneer komt de baby?”
“Half december.”
“Misschien wel gelijk met die van Máxima.”
“Die komt toch pas in januari?”
“Nee, het schijnt dat die ook al voor de jaarwisseling komt.” Ze knikt met haar hoofd richting Huis ten Bosch dat aan de andere kant van het park ligt. “Rekenen kunnen ze daar ook al niet. En als ik u was...” Ze kijkt naar Manon, “zou ik uw hondje maar aan de riem doen. Het politiebureau zit hier vlak bij. Kom, Kim, we gaan. Fijne middag verder, dames.”
“Volgens mij doen ze dat expres.” Evelyn kijkt de vrouw na.
“Wat? Bekeuringen uitdelen aan argeloze hondenbezitters?”
“Nee...” Evelyn lacht, “die baby van Màxima. Ze zetten die geboortedatum met opzet wat later om de pers te misleiden. Dat heeft die Belgische prins ook gedaan.”
“Zou best wel eens kunnen. Maar het blijft raar.”
“Het is überhaupt een raar stelletje. Hoe vind je het dat Margarita en die Edwin van haar die ouwe prins Bernard willen oproepen in een getuigenverhoor? Alsof Beatrix al niet genoeg aan haar hoofd heeft met al dat Mabel-gedoe, nu wordt ook haar oude vader er nog bij betrokken.”
“Bernhard kan wel tegen een stootje.” Manon haalt haar schouders op.
“Ze willen bewijs verzamelen tegen de Nederlandse Staat en het Koninklijk huis. Ze vinden dat die ten onrechte hun privacy hebben geschonden.”
“Maar dat was toch ook zo?” Zegt Manon. “Ze hadden geen enkele reden om uitgebreid in de privé-gegevens van de Rooy van Zuidenwijn te snuffelen. Dat hebben ze niet eens bij Mabel gedaan. En dìe zou nog wel gaan trouwen met een potentiële troonopvolger.”
“Die De Roy-van Zuydewijn lijkt me een opportunist van het ergste soort.” Zegt Evelyn. “Volgens mij wil hij de koninklijke familie gewoon een poot uitdraaien.”
“Toch zeggen ze dat het niet om een schadeclaim gaat.”
“Zeggen ze....” Evelyn snuift hoorbaar. “Die Margarita wilde gewoon weer eens een beetje aandacht. Die heeft natuurlijk veel te lang in de schaduw van Mabel gestaan.”

Gepubliceerd: 05-11-05. Vond plaats op: 05-11-03. Tags:  koninklijk huis ; verslaving ;