Kiekje
 
 
 
afbeelding afbeelding
«  Aflevering 203: Over brandgevaarlijke cellencomplexen en kansarme relschoppers   »
 
Aleona vertelt aan Manon dat ze met Boris en Irina naar Parijs is geweest. In de stad zelf merkte je niet veel van de heftige rellen die in les banlieues gaande waren. Ze legt uit dat er maar weinig voor nodig is om de kansarme jongeren in de Parijse voorsteden tot razernij te brengen en ze is verbaasd dat het in Nederland zo rustig is gebleven na de Schipholbrand.

“Ik had je willen bellen.” Aleona maakt een verontschuldigend gebaar en drukt Manon’s arm. Ze slenteren samen door de dikke laag kleurige bladeren, die door de harde stormwind van afgelopen nacht van de takken zijn gerukt. Het bos is weer transparant geworden. “Het leek me zo leuk als je Boris eens zou ontmoeten. Maar het kwam er niet van. Hij was maar kort hier en wilde Irina ook nog Parijs laten zien. Dus daar zijn we vorige week naar toe geweest.”
“Parijs?” Manon kijkt haar verbaasd aan. “Lekker gepland.”
“In de stad zelf merkte je niet veel van de chaos. Er hing wel een beetje gespannen sfeer omdat de mensen toch wel bang waren dat het misschien vanuit de voorsteden zou overslaan. En ik moet je eerlijk bekennen dat ik blij was dat we met de trein waren gegaan. Vierenhalf duizend auto’s zijn in vlammen opgegaan.”
“Het was een chaos.” Beaamt Manon. “Maar gelukkig zijn er geen doden gevallen.”
“En die man dan die zijn vuilnisbak aan het blussen was en ik elkaar geslagen werd? Die is wel dood nou.”
“Het is niet zeker dat dat met de rellen te maken had.”
“Nee, hij stond voor zijn lol een brandje te blussen.” Aleona lacht schamper. “En waarom is zijn weduwe dan uitgenodigd bij Sarkozy?”
“Ach, die man is zo mediageil.” Manon schopt geïrriteerd een hoop bladeren omhoog. “Eerst olie op het vuur gooien door op hoge poten met een cameraploeg en een horde fotografen naar de probleemwijken te gaan en vervolgens de relschoppers voor de camera uitmaken voor tuig en schoften. Nee, dat helpt.”
“Het is niet handig voor een minister van Binnenlandse Zaken.” Erkent Aleona. “Daar los je geen problemen mee op.”
“Dat is zijn doel ook helemaal niet.” Manon raapt een stok voor Bobbe op en gooit hem weg. “Die Sarkozy wil over twee jaar president worden en dan doen dit soort populistische uitspraken het natuurlijk fantastisch.”
“Maar uiteindelijk blijft híj dan wel met het probleem zitten.” Aleona haalt haar schouders op. “De situatie voor de jongeren in de verpauperde voorsteden van Parijs blijft uitzichtloos. Er wonen heel veel allochtonen en de werkloosheid is daar twee keer zo hoog als het landelijk gemiddelde, in sommige wijken zelfs vijftig procent. Hoeveel geld ze er ook in pompen, ik meen te weten dat er al twee miljard euro in geïnvesteerd is, het blijft hopeloos. Ik wil het niet goed praten, maar het valt wel te begrijpen dat deze jongeren zo boos zijn. Ze geven nu een stem aan hun ellende.”
“Maar daarvoor hoeven ze toch geen auto’s en invalide vrouwtjes te overgieten met benzine en in brand te steken.” Zegt Manon onwillig.
“Ik denk niet dat ze veel andere manieren hebben om aandacht voor hun probleem te vragen.” Denkt Aleona. “Als je mensen te lang verwaarloost en vernedert veranderen ze vanzelf in wandelende kruidvaten. Er hoeft dan maar iets te gebeuren om het lontje te doen ontbranden. De aanleiding in Frankrijk was in dit geval de dood van die twee jongens bij dat transformatorhuisje. Bij ons had dat heel goed de moord op Theo van Gogh kunnen zijn, of die tasjesdief die dood gereden is tegen die boom.”
“Of elf asielzoekers verbrand in een gevangenis.” Vult Manon aan.
“Ja, ook dat had een aanleiding kunnen zijn.” Aleona knikt. “Maar het is pijnlijk opvallend hoe weinig mensen zich daar druk om maken. Een paar honderd man misschien. Geen demonstraties, geen stille tocht, niets.” Haar stem krijgt een rauwe, cynische klank. “Het waren toch maar vreemdelingen, die bovendien in een detetentiecentrum zaten. Opgeruimd staat netjes.”
“Het is treurig, maar ik ben bang dat het waar is.” Beaamt Manon. “Het is schandalig dat dit heeft kunnen plaatsvinden. Ik heb me eigenlijk nooit zo gerealiseerd wat er gebeurde met illegalen die op Schiphol aangehouden werden. Het zijn heel vaak trieste, wanhopige mensen die op de vlucht zijn voor terreur of armoede en hier hopen op een beter leven. Je gaat er eigenlijk automatisch vanuit dat ze hier een humane behandeling krijgen in afwachting van hun asielprocedure of uitzetting. Maar ze worden dus, net als de eerste de beste criminelen, in brandgevaarlijke cellencomplexen gestopt. Het is toch geen misdaad om hier te willen wonen?”
“Daar heb je groot gelijk in.” Aleona steekt haar handen diep in haar zakken. “Maar tijdelijke opsluiting is helaas toegestaan bij het uitzettingsbeleid. Alleen zijn daar strenge voorwaarden aan verbonden waar men zich overigens zelden aan houdt. De belangrijkste voorwaarde is dat de persoonlijke veiligheid gewaarborgd is. Dat geldt trouwens niet alleen voor asielzoekers maar voor elke gevangene. Als je mensen tegen hun wil opsluit ben je verantwoordelijk voor hun welzijn en hun veiligheid. En daarbij hebben ze op Schiphol ernstig gefaald.”
“Dat kun je wel zeggen.” Manon richt haar camera op een paar gekleurde beukenblaadjes die zich in de stormwind hebben weten vast te houden aan de gladde tak. “Is het nou inderdaad zo dat het gebouw niet was goedgekeurd voor de brandveiligheid?”
“Daar zijn ze nog over aan het steggelen. Maar feit is wel dat het gebouw eigenlijk niet geschikt is als permanente gevangenis. Het cellencomplex Schiphol-Oost is ontstaan in het kader van een noodwet die in 2002 in het leven is geroepen nadat Schiphol vergeven was van de drugskoeriers uit de Antillen en Zuid-Amerika, de Tijdelijke wet noodcapaciteit drugskoeriers. Die moesten natuurlijk ergens worden opgeborgen en toen is deze voorziening met prefab units uit de grond gestampt.”
“Heeft dat er ook mee te maken dat die deuren niet automatisch konden worden geopend?” Wil Manon weten.
“Onder andere.” Aleona knikt. “Gevangenissen worden normaal gesproken gebouwd op permanente bewoning en daarbij wordt ook niet bezuinigd op zaken als bijvoorbeeld een centraal vergrendelingssysteem. Reken maar dat dat in de Bijlmerbajes allemaal op orde is. In het Schipholgeval heeft een noodvoorziening een permanente status gekregen.”
“Maar er was toch al eerder brand geweest?”
“Drie jaar geleden. Toen het net was opgeleverd. Toen is door het Nibra, het Nederlands Instituut voor Brandveiligheid en Rampenbestrijding, ook geconstateerd dat het niet voldeed aan de veiligheidsvoorschriften. Hoewel Verdonk en Donner volhouden dat alles piekfijn in orde was en dat er adequaat gereageerd is op de brand, blijkt nu dat het detentiecentrum keer op keer de brandvoorschriften heeft overtreden. De brandweer heeft aanmaningen en dwangbevelen gestuurd om justitie op de gebrekkige brandveiligheid te wijzen. Zo waren bijvoorbeeld vluchtroutes niet duidelijk aangegeven, er was geen noodverlichting, brandwerende deuren bleven open staan omdat dat makkelijk was en boven die brandwerende deuren werden ventilatieroosters aangebracht omdat de airco niet goed werkte.”
“En dan zaten ze ook nog met die klungelige particuliere bewakers die totaal niet wisten wat ze moesten doen.”
“Hee, ik hoor de echo van de mediahype.” Aleona houdt haar hand achter haar oor. Dan schudt ze haar hoofd. “Genuanceerd blijven, Manon. Er waren negen bewakers aanwezig, waarvan er maar twee van een particulier beveiligingsbedrijf waren. Acht daarvan waren gediplomeerd detentie-toezichthouder. Ik denk dat zij gedaan hebben wat ze konden. Maar ze waren slecht geïnstrueerd en wisten niet dat bij brandalarm de cellen moesten worden ontruimd.”
“Nou ja! Dat kun je toch wel bedenken?”
“Dat zeggen we nu. Maar als het jouw taak is dat mensen niet mogen ontsnappen en er is je niet expliciet verteld dat je zo snel mogelijk de cellen moet ontruimen bij een brandalarm, wacht je denk ik ook zo lang mogelijk met het openen van de deuren om zeker te weten dat het geen vals alarm is. Toen ze eenmaal door hadden dat het menens was hebben ze waarschijnlijk zo snel mogelijk geprobeerd de deuren open te krijgen. Daardoor hebben toch nog heel wat mensen het overleefd.”
“Nou, applaus.” Zegt Manon sarcastisch. “Om ze daarna over te dragen aan de marechaussee die ze met gewapende pistolen in bedwang moet houden. Ze moesten zich schamen. En wat doet Verdonk? Die gaat rustig door met uitzetten. Een generaal pardon is toch wel het minste wat ze voor die getraumatiseerde mensen zouden kunnen doen. Het gaat maar om iets van 250 mensen.”
“Ik begrijp je emotie, maar dat kan natuurlijk niet.” Aleona legt even haar hand op Manon’s schouder. “Het is heel triest wat er gebeurd is, maar we moeten ons toch door ons rechtssysteem laten leiden in plaats van onze gevoelens. Maar ik vind wel dat deze mensen recht hebben op een versnelde uitspraak over hun asielaanvraag waarbij zeker deze gebeurtenis als verzachtende omstandigheid moet worden mee gewogen. Ook vind ik dat ze we ze moeten weg halen uit de detentiecentra en dat ze op een plek ondergebracht moeten worden waar ze een beetje op verhaal kunnen komen. Pieter van Vollenhoven heeft er trouwens voor gezorgd dat Verdonk vijftig overlevenden voorlopig niet kan uitzetten. Hij heeft ze nodig als getuige bij zijn onderzoek naar de brand.” Ze bukt zich om Bobbe’s stok te pakken, maar die loopt er snel mee weg. “Wist je trouwens dat jouw hondje een uitstekende rattenjager is?”
“Ze heeft wel eens een muis gevangen, maar ratten....”
“Ik heb met Boris en Irina een rondleiding gehad in de riolen onder Parijs. Erg interessant trouwens. De gids had net zo’n hondje bij zich. Een rat had ooit een stuk uit zijn arm gebeten maar sinds die dat hondje heeft blijven ze op flinke afstand.”
“Goh, Bobbe. Hoor je dat?” Manon kijkt naar Bobbe die hen met de stok in de bek vanaf een afstandje argwanend bekijkt. “Ik dacht dat die riolen afgesloten waren voor het publiek omdat er af en toe een lijk gevonden werd.”
“Dat is ook zo, maar ik ken iemand die een privé-rondleiding voor ons heeft geregeld. Het is een complete stad onder de grond. Onder vrijwel elke straat loopt een riool en er hangen ook precies dezelfde straatnaambordjes als boven de grond. Als je een Plan de Paris bij je hebt kun je eigenlijk niet verdwalen. Maar dan moet je wel Bobbe meenemen want volgens onze gids wonen er net zoveel ratten als mensen in Parijs.”

Gepubliceerd: 12-11-07. Vond plaats op: 12-11-05. Tags:  asielbeleid en integratie ; brand ; demonstraties en rellen ; Frankrijk ;