Kiekje
 
 
 
afbeelding afbeelding
«  Aflevering 188: Over intelligente scheppers en gefrustreerde herbeoordeelden  »
 
Pauline en Jan-Willem kwamen toen Godelieve net de laatste hand aan de bloemen legde in de tuin. Pauline deelde mee dat ze voor 60 procent is goedgekeurd bij de herkeuring voor de WAO en ze vertelde hoeveel mensen er samen met haar in de problemen komen. Verder het idee van minister van der Hoeven besproken die een discussie wil over Intelligent Design.

“Pas op!” Godelieve maakt een bezwerend gebaar naar Jan-Willem die door de openslaande deuren het terras op wil stappen. Ze zit op haar knieën met een kwast in haar hand en wijst naar de schildering op de terrastegels. “Die is nog nat, ga maar door de andere deur.”
“Dat is dus Godelieve, Jan-Willem.” Manon grijnst van haar vriendin naar Jan-Willem die stokstijf stil is blijven staan. “Go helpt me met het schilderen van de bloemen.”
“Hoi, Godelieve!” Jan-Willem steekt zijn hand op. “Leuk je te ontmoeten.”
“Insgelijks.” Godelieve steekt haar kwast in de lucht en glimlacht vermoeid.
“Volgens mij moet je nou echt stoppen, Go.” Manon merkt de vermoeidheid bij haar vriendin.
“Zometeen.” Godelieve wijst naar het stuk bloem wat zich voor haar knieën uitstrekt. “Deze nog en dan is het klaar.”
“Dan moet je het zelf maar weten.” Manon haalt haar schouders op.
“Mij stoort het niet, hoor. Als ik maar niet hoef te helpen.” Jan-Willem gaat zitten. Felix komt naar buiten met een dienblad met glazen in zijn handen. Pauline volgt met een fles wijn.
“Go, tijd om te stoppen.” Roept Felix. “We hebben een lekkere, koele witte wijn om je vermoeide lichaam te versterken.”
“Heb ik al geprobeerd.” Zegt Manon.
“Die wijn helpt wel.” Godelieve lacht. “Maar ik maak het toch even af.”
“Misschien wel een goed idee.” Pauline kijkt keurend rond. “Want het wordt wel mooi. Heb jij dat ontworpen?”
“Nee, Manon. Ik ben slechts de uitvoerder.”
“Zonder jou was er niets van terecht gekomen.” Zegt Manon.
“Hoe is het eigenlijk met die andere opdracht.” Wil Pauline weten, die van dat monument voor Guus?”
Manon bemerkt dat er een lichte rilling door Godelieve’s lichaam gaat als ze de naam van haar ex hoort. “Schei toch uit.” Ze maakt een achteloos gebaar met haar hand. “Dat plan zit hopeloos vast in de tandraderen van de molens van de begrafenisplaatsgestapo. Ik dacht dat de overheid bureaucratisch was, maar de begrafeniswereld is zo mogelijk nog erger. Ik denk er maar even niet meer aan tot ik weer verder kan.” Ze pakt de fles wijn uit Pauline’s handen en bestudeert het etiket. “Ah, een sancerre. Heerlijk.”
“Dat is om te vieren dat de Fransen zich eindelijk hebben ontpopt als een verstandig volk.” Pauline laat zich in een van de tuinstoelen zakken. Ze kijkt Manon triomfantelijk aan. “Nu maakt het niet meer uit wat wij gaan stemmen. Die hele grondwet is nu toch van de baan.”
“Tegen domheid valt niet te vechten.” Manon probeert haar stem nonchalant te laten klinken maar de teleurstelling is op haar gezicht te lezen. “We zouden natuurlijk nog onze eer kunnen redden woensdag en voor kunnen stemmen.”
“Eer redden?” Pauline lacht net iets te hard naar Manon’s zin. “Het enige verstandige wat we kunnen doen is de Fransen steunen.”
“Nou...” Manon’s stem krijgt een felle klank.
Felix grijpt in: “Heb je de uitslag van de keuring al binnen, Pau?”
Er glijdt een sombere wolk over haar gezicht en ze bijt op haar lip.
“Goedgekeurd.” Zegt Jan-Willem. “Voor zestig procent.”
“Normaalgesproken zou ik je moeten feliciteren,” Felix kijkt Pauline meewarig aan, "maar ik denk dat dit nu niet gepast is.”
“Dat heb je goed geraden.” Pauline houdt haar blik strak gericht op de rug van Godelieve die voorover gebukt de laatste hand aan de bloem aan het leggen is.
“En nu?”
“Werk zoeken.”
“Maar je kunt toch helemaal niet werken met die nek?”
“Blijkbaar wel.” Pauline’s stem klinkt ongeïnteresseerd, maar de kleine rode blosjes in haar hals verraden haar opwinding. “En ik ben niet de enige. Er zijn duizenden anderen die hun uitkering hebben verloren.”
“Hoe kan dat nou?”
“Heel eenvoudig. Ze hanteren veel strengere normen dan vroeger en dan vallen er vanzelf een heleboel buiten de boot. Prachtige bezuiniging natuurlijk.” Haar stem klinkt bitter. “Die 300 miljoen euro gaan ze zo wel halen.”
“En ze schieten er waarschijnlijk niet veel mee op.” Zegt Jan-Willem. “Want zie deze groep maar eens aan het werk te krijgen. Je lost het WAO-probleem niet op om zomaar een groep arbeidsongeschikten ineens arbeidsbekwaam te noemen door de keuringsnormen op te schroeven. Die mensen zijn niet zomaar in een keer gezond.”
“Het zijn allemaal mensen met klachten zoals ik.” Pauline zucht. “Klachten waarvoor moeilijk een objectieve diagnose kan worden gesteld.”
“Hoe gaat zo’n keuring eigenlijk in zijn werk?” Felix schenkt wijn in de glazen, het vijfde glas laat hij nog even leeg.
“Eerst krijg je een oproep om bij een verzekeringsarts te verschijnen.” Legt Pauline uit. “Die bepaalt wat je beperkingen zijn maar ook wat voor werk je eventueel nog wel kan doen. Daar heeft hij een speciale lijst voor waarop je allerhande zaken kunt aangeven. Of je langer dan drie uur achter elkaar kan zitten bijvoorbeeld en of je nog kunt bukken, lang kan staan, lopen, dat soort dingen. Je wordt ook op een hele summiere manier psychisch getest. Of je stress- en conflictbestendig bent enzo. Dan gaat die arts op een ingenieuze manier berekenen wat je eventueel nog zou kunnen verdienen op basis van deze uitkomsten. En dat geeft de uiteindelijk doorslag of je nog voor een WAO-uitkering in aanmerking komt. Zo niet, dan komt de arbeidsdeskundige in beeld die gaat bekijken of er geschikte banen voor je zijn.”
“Let op!” Jan-Willem steekt zijn vinger op. “Niet of die banen beschikbaar zijn, maar of ze bestaan. Dat is een fijne nuance die niet in dit verhaal mag ontbreken.”
“Dus al dat geld wat ze beschikbaar willen stellen om de toekomstige herintreders aan het werk te helpen is eigenlijk bij voorbaat al weggegooid.” Constateert Felix.
“Voor een groot deel wel ben ik bang.”
“Maar niemand krijgt straks toch meer een WAO-uitkering?” Vraagt Manon, “Dat wordt straks toch wat anders?”
“De WIA.” Pauline knikt. “Daarin behouden de afgekeurden gewoon dezelfde uitkering, 70% van hun laatstverdiende loon. Bij ons, de goedgekeurden en gedeeltelijk goedgekeurden, ofwel de gelukkigen,” voegt ze er sarcastisch aan toe, “komt de oriëntatie op werk centraal te staan. Wij krijgen nog wel een uitkering, maar die zal zo hoog zijn, of liever gezegd laag zijn, dat werken altijd lonender wordt.”
“Als je werk kunt vinden.” Zegt Manon.
“Zo is dat. Als dat niet lukt, of niet voldoende lukt, val je na verloop van tijd terug op een minimale uitkering, die niet eens het sociale minimum garandeert.”
“Wat bedoel je met niet voldoende in dit verband?” Wil Felix weten.
“Als je niet minstens de helft verdient van het loon wat je volgens de arbeidsdeskundigen in theorie zou moeten kunnen verdienen.”
“Tjongejonge, wat ingewikkeld.” Manon kijkt naar Godelieve die naar binnen loopt. Ze vult het vijfde glas alvast met wijn. “Ik begrijp niet waarom dit nou allemaal nodig is. Naar wat ik heb begrepen is de instroom in de WAO de laatste jaren al enorm afgenomen vanwege de strengere keuringen, volgens mij iets van veertig procent.”
“En bovendien valt het cohort waarbinnen echt misbruik is gemaakt van die regeling, erbuiten.” Vult Jan-Willem aan. “Dat is de groep vijftig plussers, die hoeven namelijk niet gekeurd te worden.”
“Het mooie sociale plan van de Geus.” Pauline lacht vermoeid. “Hij noemt het zelf nog royaal ook.” En met een geaffecteerd stemmetje zegt ze: “een toekomst met werk is beter dan een toekomst met alleen een uitkering. Maar laten we er alsjeblieft over ophouden, ik wordt er kotsmisselijk van.”
“Zo!” Godelieve klapt een houten stoeltje uit en voegt zich bij hen.
Jan-Willem springt op van de comfortabele tuinstoel. “Kom hier zitten. Jij hebt zo hard gewerkt.”
“Veel te mooi kussen.” Godelieve maakt een afwerend gebaar en wijst op haar vieze overall.
“Leuk om je eens te ontmoeten.” Pauline werpt haar een hartelijke glimlach toe. “We hebben veel over je gehoord.”
“Goeie dingen?” Godelieve maakt een toostend gebaar met haar glas.
“Vanzelfsprekend.” Zegt Jan-Willem.
“Dan weten jullie ook vast wel dat ik een rotjaar achter de rug heb.”
“Dat weten we.” Beaamt Pauline. “Maar we weten ook dat je een leuke nieuwe vriend hebt.”
“Adriaan, ja.” Godelieve bijt op haar lip.
Manon probeert subtiel de aandacht van Pauline te trekken zodat die niet verder gaat.
Tevergeefs want Pauline zegt: “We hebben ook gehoord...”
“Hee, verrek, een vis!” Jan-Willem heeft het signaal klaarblijkelijk wel opgevangen. Hij wijst naar de blauwe vis die hen met bolle ogen aanstaart vanachter het raam in de vijver. Hij hangt doodstil, alleen zijn sierlijke, sluierachtige staart en vinnen bewegen zachtjes. “Sinds wanneer zit er vis in jullie vijver?”
“Sinds we zeker weten dat hij niet meer lek is.” Zegt Manon. “Ik heb ze vorige week gekocht. We zijn nog een beetje aan elkaar aan het wennen.”
“Is dat nou een koikarper?” Pauline buigt zich voorover.
“Nee, een shubinkin. Familie van de goudvissen. Kijk, dat daar is een goudvis.” Manon wijst op de oranje vis die cool langs het raam komt zwemmen, “en die daar vlak onder het wateroppervlak, die lange dunne, dat is een goudwinde. Die is wat lichter oranje.
“Ik vind dat de mooiste.” Pauline knikt naar de shubinkin die hen nog steeds onafgebroken aanstaart. “Als je dat ziet zou je bijna in een intelligente Schepper gaan geloven.”
“Maar gelukkig weten we beter.” Zegt Felix. “Jammer alleen dat we zo’n domme minister hebben. “Dat ze zelf in Intelligent Design gelooft, à la. Maar dat ze er een academische discussie over wil entameren... Dat is toch bij de wilde beesten af.”
“Het zou anders best interessant kunnen zijn.” Zegt Godelieve.
“Ik ben ook wel benieuwd wat er gebeurt als je evolutiewetenschappers samen met ID-wetenschappers aan een tafel zet.” Zegt Jan-Willem.
“ID-aanhangers.” Verbetert Felix hem. “Bij Intelligent Design is er absoluut geen sprake van wetenschap.”
“Ok, ID-aanhangers dan.” Jan-Willem wuift met zijn hand. “Alleen vind ik het niet een taak van de minster van Onderwijs om dit aan te jagen.”
“Waarom niet?” Vraagt Godelieve. “Van der Hoeven mag zelf toch ook wel wat vinden?”
“Als privé-persoon: ja. Maar zij had zich moeten realiseren dat haar uitspraken worden gekoppeld aan haar functie en beleid.”
“Zo is dat.” Zegt Felix tevreden. “Zeker als ze er bij aangeeft dat de uitkomst van de discussie wellicht van invloed kan zijn op het onderwijs. Daarmee suggereert ze dat een of andere uit Amerika overgewaaide fundamenteel-christelijke theorie gelijkwaardig zou zijn aan de evolutietheorie. En dat is natuurlijk een klap in het gezicht van de wetenschap. Zo’n minister kun je niet serieus nemen. Straks wil ze nog dat de wetenschappers in discussie moeten met de kaasboeren over het feit of de maan nou een ronde kaas is of niet.”
“Dat lijkt me nou juist wel weer aardig.” Godelieve kijkt op haar horloge, leegt haar glas in een teug en staat op. “Het lijkt me heerlijk om hier nog even over door te bomen, maar ik moet gaan. Ik ben al veel te laat. Adriaan neemt me mee uit eten vanavond.”

Gepubliceerd: 30-05-07. Vond plaats op: 30-05-05. Tags:  arbeidsmarkt ; christendom ; Europa ; evolutie ; Frankrijk ; pensioenen sociale verzekeringen ;