Kiekje
 
 
 
afbeelding afbeelding
«  Aflevering 179: Over ketterse boeken en medische missers  »
 
Manon ontmoet Godelieve en Helen bij Mark. Helen heeft zojuit een prenatale test gehad om te kijken of haar foetus geen Downsyndroom heeft. Ze praten over het nut van dergelijke tests en over het gehandicapte meisje Kelly dat schadevergoeding heeft gekregen en over het boek de Da Vinci Code van Dan Brown dat door de katholieke kerk in de ban is gedaan.

“Dat zal de galerie zijn.” Mark steekt zijn wijsvinger op als de deurbel gaat. Hij loopt de kamer uit. Manon hoort hem praten op de gang en even later schuift hij een groot, in bruin papier verpakt pakket naar binnen.
“Lukt het?” De galeriehoudster trippelt handenwrijvend achter hem aan. Dan herkent ze Manon. “Ah, u bent ook hier.” Manon krijgt een hand. “Nog gecondoleerd met het verlies.”
“Dank u wel.”
“Echt vreselijk!” De galeriehoudster wrijft opnieuw in haar handen.
“Inderdaad.” Beaamt Manon. Ze heeft verder geen zin om er met de vrouw over te praten en richt haar ogen op Mark, die aan het bruine papier aan het peuteren is.
“Kan ik verder nog iets doen?” De vrouw richt haar blik op Mark en kijkt vervolgens verlangend naar de deur.
“Nee, dank u. Het lukt wel.”
“Het is wel groot.” Zegt Mark bezorgd, als de vrouw weg is.
“Guus wilde iets van behoorlijk formaat boven de eettafel.” Manon loopt opgewonden naar het pakket toe en begint aan het plakband te pulken.
“Wacht.” Mark trekt een zakmes uit zijn broekzak. Hij snijdt het donkerbruine plakband vakkundig door en verwijdert het papier. Er komt een vrij abstract zeegezicht in grijsgroenige tinten tevoorschijn. “Wat een lelijke lijst.” Vol afgrijzen kijkt hij naar de zware, goudkleurige rand. "Was jij erbij toen hij hem uitzocht?"
“Ik heb het hem nog afgeraden," zegt Manon gepikeerd, "de galeriehoudster trouwens ook, maar hij wilde het persé.”
“Typisch Guus.” Mark zet het schilderij tegen de muur. “Die moet er dus af als ik het hou.”
“Kun je er nog vanaf dan?”
“Dat zal toch wel?” Mark kijkt haar verbaasd aan.
“Ik weet het niet, hoor.” Manon herinnert zich de moeizame, neerbuigende houding van de galeriehoudster. “Maar ik weet ook niet zeker of ik het hier wel vind passen.” Ze kijkt naar het lichte, stijlvol op elkaar afgestemde interieur. “Vind je het mooi?”
“Zò niet.” Mark strijkt met zijn vinger over de vergulde krullijst. “Maar misschien met een mooie aluminium lijst erom wel. Of zonder lijst. Dat zou ik dan eerst moeten proberen. En als die galerie het niet terug neemt, dan wil mijn moeder het vast wel. Het is het laatste voorwerp dat Guus persoonlijk heeft uitgezocht.”
Er wordt weer gebeld. Mark kijkt op zijn horloge en staat op. “Dat is Go. Die zou een boek terug komen brengen.”

“Manon, wat doe jij hier?” Vraagt Godelieve verbaasd als ze Manon bij de tafel ziet staan.
“Ik heb Manon gevraagd of ze een plekje wil zoeken voor het schilderij van Guus.” Legt Mark uit. “Maar we zijn er nog niet uit.”
“Ik had je toch ook daarmee kunnen helpen.” Godelieve werpt een verwijtende blik op Manon voordat ze naar het schilderij loopt. Ze zwijgt en haar gezicht wordt bleek.
“Hoe vind je het?” Vraagt Manon aarzelend.
“Wat denk je?” Godelieve kijkt Manon aan met vochtige ogen. “Ik ....” Haar stem breekt en ze begint zachtjes te huilen.
“Gootje, toch!” Mark slaat zijn arm om haar heen.
Het zachtjes huilen gaat over in luid gejammer als Godelieve haar hoofd tegen Mark’s borst legt.
“Zo dat lucht op. Ongelooflijk hoe vaak je moet plassen als je zwanger bent.” Helen komt binnenlopen, haar handen aan haar broek afvegend. Ze blijft als aan de grond genageld staan als ze het emotionele tafereeltje ziet en kijkt Manon met opgetrokken wenkbrauwen aan.
“Laat ze maar even.” Manon trekt Helen mee naar de keuken.
“Jezus!” Zegt Helen als Manon haar de oorzaak van Godelieve’s huilbui vertelt. “Het zit toch nog wel heel diep, hè?”
“Blijkbaar.”
“Maar dat ze zich zo laat gaan bij Mark...” Helen kijkt haar peinzend aan. “Denk je dat er iets is tussen die twee?”
“Nee, joh. Go is toch met Adriaan.”
“Dat zegt allemaal niks. Go en Adriaan gaan niet zo lekker op het moment volgens mij en Mark en die Zweedse...” ze doet een van de keukenkastjes open en kijkt er afwezig in, “dat wordt volgens mij nooit wat.”
“Ze heeft het wel vaak over Mark.” Zegt Manon aarzelend. “Maar dat zou ook te maken kunnen hebben met de rare dood van Guus.”
“We zien het wel.” Helen pakt een potje augurken uit het kastje en houdt het tegen het licht. “Zou ik dit durven open maken?”
“Je bent wel echt heel zwanger, hoor.” Manon trekt het potje uit haar handen en draait het deksel er af. “Hoe voel je je verder?”
“Behalve dat ik ontwenningsverschijnselen heb vanwege mijn rook- en drankverbod gaat het verder prima met me.” Helen pakt een gebaksvorkje uit de la. “Ik heb net een test gehad of mijn foetus het Downsyndroom heeft.”
“Is dat een rotonderzoek?”
“Dat valt wel mee.” Helen prikt een grote augurk aan haar vorkje. “ Ze doen een bloedanalyse en ze meten de dikte van de nekhuidplooi met een echoscopie. Het is een standaardonderzoek bij vrouwen die ouder zijn dan vijfendertig die in de twaalfde week zijn, maar ik geloof dat ze het nu ook willen aanbieden voor alle zwangeren.”
“Waarom doen ze dat dan sowieso al niet?”
“Het is duur. Iets van honderdvijftig euro.”
“Dat is toch niet zo duur.” Zegt Manon verontwaardigd.
“Da’s waar. Een mongool krijgen is veel duurder.” Helen lacht. “Neem nou dat gevalletje van die baby Kelly. Door een simpel testje te weigeren hebben ze die ouders met een zwaar gehandicapt kind opgescheept. Het zal je toch maar gebeuren!”
“Die wrongful life-claim.” Manon pakt een glazen theekom van het aanrecht. Er staat een beschilderd gezicht op. “Onbegrijpelijk dat ze daar die test niet hebben gedaan. Ik ben overigens wel van mening met dat testen dat de kans op afwijkingen moet worden afgewogen tegen de kosten, maar in dit geval wisten die mensen dat er een genetische afwijking in de familie voorkwam en bovendien had die vrouw al twee miskramen gehad.”
“En nu zitten ze met een zwaar gehandicapt kind dat er, als ze die test zouden hebben gedaan, niet zou zijn geweest. Ik vind het fantastisch dat die ouders in het gelijk zijn gesteld door de rechter. Ze krijgen smartengeld omdat hen indertijd het recht op zelfbeschikking ontnomen is en het ziekenhuis moet de kosten voor de verzorging en opvoeding betalen zolang dat meisje leeft.”
“Toch blijft het een opmerkelijke uitspraak.” Zegt Manon bezorgd. “Het is natuurlijk een heel tragisch verhaal van die Kelly, maar het blijft, sec gezien, gewoon een medische misser. En dat kan gebeuren. Voor de gezondheidszorg in het algemeen is het een slechte zaak. Straks moeten de dokters, net als in Amerika, zich voor torenhoge bedragen verzekeren tegen die missers. Dat gaat de kosten voor de gezondheidszorg ook weer enorm opdrijven. Uiteindelijk betalen we het allemaal zelf.”
“Laat ik er dan maar van mee profiteren.” Helen wrijft over haar duidelijk zichtbare buikje.
“Wanneer krijg je de uitslag?”
“Volgende week.”
“Jij krijgt vast een heel gezond kindje.” Manon pakt ook een vorkje uit de la en prikt in de glazen pot.
“Jij bent toch ook niet zwanger?”
“Ik hoop het niet.” Manon steekt de gevangen augurk in haar mond. “Ik ben gewoon altijd al dol op augurken.”
“Dat kan natuurlijk ook.” Helen pakt er nog een.
“Staan jullie nou augurken te eten?” Mark staat in de keukendeur.
“Ook een?” Manon houdt hem het potje voor.
“Nee, dank je wel!” Hij trekt een vies gezicht. “Ik heb thee, hoor. Komen jullie naar de kamer?”
Godelieve zit met roodbehuilde ogen op de bank. Ze heeft de prachtige, lichtgrijze kat op schoot die hen met zijn groene ogen angstig aan kijkt. Als Manon zich naast Godelieve op de bank laat zakken neemt hij een enorme sprong en rent de kamer uit.
“Gaat het weer een beetje?” Manon legt haar hand op Godelieve’s been.
“Blijkbaar waren mijn gevoelens voor Guus toch nog niet helemaal dood.” Zegt Godelieve verontschuldigend. “Waar waren jullie?”
“Wij stonden over wrongful life claims te praten.” Zegt Manon.
“Naar aanleiding van die test die ik heb gehad.” Licht Helen toe. “Over dat gehandicapte meisje dat niet geboren had mogen worden.”
“Ze kunnen haar toch alsnog aborteren.” Zegt Mark cynisch. “Of euthanaseren heet dat geloof ik. Via dokteronline.com schijn je heel makkelijk aan spullen te kunnen komen. Of gewoon stoppen met eten geven, zoals ze nu bij die comapatiënte in Amerika hebben gedaan. Wel zo makkelijk!”
“Terri Schiavo.” Manon schudt haar hoofd. “Zo makkelijk was dat anders niet. De Bushjes hebben die procedure al drie of vier keer afgebroken en ik ben benieuwd of ze het er dit keer bij laten zitten.”
"Niet zo negatief, Manon." Mark geeft haar een stomp. "We moeten positief denken van onze premier. Al dat negativisme leidt tot niets."
"Die man is gek." Helen schudt haar hoofd. "En dan moeten we niet alleen positief zijn. Hij heeft het over nieuw positivisme. Wat hij daar nou in godsnaam mee bedoelt?"
"Dat kon hij zelf ook niet uitleggen." Zegt Manon. "Ik geloof dat hij vindt dat we blij moeten zijn met kleine dingetjes, spelende kinderen, voetbal, het oranjegevoel enzo." Ze giechelt en pakt een boek dat op tafel ligt en kijkt Mark vragend aan. “Hee, de Da Vinci Code. Hoe vond je die?”
“Ik heb hem nog niet gelezen.” Bekent Mark.
“Ik heb hem net teruggebracht.” Zegt Godelieve. “Het is een echte pageturner.”
“Ik vond het wel erg populistisch geschreven.” Zegt Manon.
“Ik moet het ook echt gaan lezen.” Zegt Mark. “Ik had mijn bedenkingen, inderdaad vanwege dat populisme, maar nou het Vaticaan het in de ban heeft gedaan ben ik wel heel benieuwd geworden. Verrot fruit dat niet geschikt is voor menselijke consumptie.”
“Dat is die Bertone.” Weet Helen. “Geert heeft hem wel eens gesproken voor een interview. Het is de plaatsvervanger van die griezelige kardinaal Ratzinger bij het Heilig Officie.”
“Het zijn allemaal griezels.” Mark staat op en loopt naar het zeegezicht. "Dames," hij kijkt hen een voor een aan, "ga ik hem ophangen en zo ja, waar?"

Gepubliceerd: 19-03-07. Vond plaats op: 19-03-05. Tags:  christendom ; euthanasie ; gynaecologie en zwangerschap ; leven en dood ; literatuur ; schrijvers ;