Kiekje
 
 
 
afbeelding afbeelding
«  Aflevering 176: Over veilige huizen en historische canon’s  »
 
Manon en Felix ontmoeten Carla en Albert bij Evelyn, die een huis heeft gekocht in Zeist. Ze praten over de beveiliging van kamerleden en de promotietour van Thom de Graaf voor de Gekozen-Burgemeester, wat volgens Albert nog flink wat problemen kan gaan opleveren. Verder bediscussiëren ze het belang van een historische canon, die de Onderwijsraad wil invoeren.

“Jullie zijn anders wel lekker bruin geworden.” Carla’s stem klinkt een beetje jaloers. “Onze caravan staat al ingepakt vanaf het moment dat jullie naar de States gingen. Maar het weer was zo slecht in Spanje dat we het steeds maar uitgesteld hebben.”
“En toen het daar beter werd ging het hier zo verschrikkelijk sneeuwen.” Vult Albert aan. “En dan wil je echt niet met een caravan rijden.”
“Heeft je palmboom het overleefd met die kou?” Evelyn zet vier mokken koffie op tafel.
"Ik maak me meer zorgen om mijn oranje azalea," zegt Manon, "die was al aan het bloeien toen die kou kwam. Die palmboom kan min vijfentwintig graden hebben.”
“Dat is het anders wel geweest.”
“Niet aan de kust.” Zegt Albert. “Waar jij straks gaat wonen.... Daar is het koud geweest.”
“Ja! We hebben een huis gekocht.” Zegt Evelyn, als ze Manon’s vragende blik ziet. “In Zeist.” Ze staat op en pakt een stapeltje foto’s van het dressoir. “Een doorzonwoning in een nieuwbouwwijk. Niet heel bijzonder verder, maar wel lekker buiten.”
“En veel ruimte.” Zegt Carla. “Matthijs is er erg mee in zijn sas.”
“Dezelfde Matthijs die twee jaar geleden nog fanatiek beweerde dat hij absoluut niet in een nieuwbouwwijkje wilde wonen?” Felix kijkt plagerig naar de foto’s van het keurige rijtjeshuis.
“Maar het is wel fijn voor Joost.” Verdedigt Evelyn haar keus. “Wat moet die hier nou in de binnenstad?”
“En allemaal hebben ze hetzelfde argument.” Felix geeft Manon een knipoog.
“Mensen veranderen nou eenmaal als ze kinderen krijgen. Dat begrijpen jullie toch niet.” Carla legt beschermend een hand op Evelyn’s schouder. “Laat je niet gek maken, hoor.”
“Ikke niet.” Zegt Evelyn “Het is ons huis en wij vinden het leuk.”
“Zo is het. En het is daar veel veiliger dan in de grote stad.”
“Ja, veilig is het daar wel.” Albert pakt een mok met koffie. “Ze hebben Wilders niet voor niets in die regio ondergebracht.”
“Oh, hebben ze hem eindelijk gevonden?” Vraagt Felix. “Waar had hij zich nou verstopt?”
“In kamp Zeist.”
“Goeie plek.” Manon knikt enthousiast. “Kunnen ze hem daar niet houden?”
“Hirsi Ali heeft hem verraden.” Zegt Evelyn. “Haar eigen adres trouwens ook. Balkenende was zwaar over de rooie.”
“Waarom heeft ze dat nou gedaan?”
“Omdat ze het spuugzat was om constant ondergedoken te zitten in een gevangenis.”
“Zitten ze in een cel dan?”
“Volgens Wilders lijkt het er veel op.” Zegt Albert. “Er zitten tralies voor de ramen en hij zit helemaal geïsoleerd. Het is belachelijk. De mensen die hem bedreigd hebben lopen vrij rond. Wel een beetje de omgekeerde wereld.”
“Maar toch niet handig om die schuilplaats te verraden.” Vindt Manon. “Nu is de situatie alleen maar onveiliger geworden.”
“Ik geef Hirsi Ali groot gelijk.” Zegt Evelyn. “Door nou aan de bel te trekken brengt ze tenminste een discussie op gang over deze mensonterende wegstopperij. Het is een grondrecht om vrij politiek te kunnen bedrijven in Nederland. Politici horen professioneel beveiligd te worden en niet te worden verstopt.”
“Ze hadden natuurlijk gehoopt dat als ze eenmaal uit het zicht waren, de storm wel zou gaan liggen.” Felix plukt Bobbe van Manon’s schoot en legt hem op de zijne, maar het hondje springt als een veer weer terug. Het zal haar niet overkomen dat Manon weer een paar weken verdwijnt.
“Een beetje naïef.” Evelyn staat op. “Hadden ze nou echt niet kunnen bedenken dat ze met dat geheimzinnige gedoe juist extra aandacht op hen zouden vestigen? Nu kunnen ze het probleem in ieder geval niet meer wegmoffelen. Ik ga even de cake pakken.”
“Hebben we nog meer belangrijk nieuws gemist?” Vraagt Manon aan haar vader als Evelyn naar de keuken is.
“Lubbers heeft ontslag genomen.” Zegt Albert. “Maar dat zul je al wel gehoord hebben.”
Manon knikt.
“En Thom de Graaf toert het land rond in een grote bus en houdt promotiepraatjes voor die gekozen burgemeesters van hem.”
“Oh ja, dat gaat nu zo’n beetje beginnen.” Manon knikt. “Over een week of twee, hè?”
“Ik moet het nog zien. De PvdA-fractie van de Eerste Kamer heeft aangegeven dat ze er dwars voor gaan liggen.”
“Ach, dat riepen ze in november ook al.” Felix wuift afwerend met zijn hand. “Als puntje bij paaltje komt trekken ze wel bij. De PvdA wilde dertig jaar geleden al van de benoemde burgemeester af. Ik meen dat het van Thijn was die indertijd voorstelde om dat uit de grondwet te halen.”
“De commissie van Thijn, ja.” Albert knikt. “Maar ze hebben zich nu waarschijnlijk ineens gerealiseerd dat er wel heel veel PvdA-burgemeesters zijn in Nederland. En dan heb je een machtige groep die zeer invloedrijk is.”
“Maar ze zullen niet gauw tegen een voorstel stemmen waar de partij vòòr is.” Werpt Felix tegen. “En we hebben het wel over bestuurlijke vernieuwing. Dat hebben de socialisten altijd hoog in het vaandel gedragen.” Hij legt zijn hand op zijn borst en declameert: Sterft, gij oude vormen en gedachten, Slaafgeboor’nen, ontwaakt, ontwaakt! De wereld steunt op nieuwe krachten, Begeerte heeft ons aangeraakt!”
“De Internationale.” Albert trekt een vies gezicht.
“Van mijn opa geleerd.” Zegt Felix triomfantelijk. “Dat was een socialist in hart en nieren. Makkers, ten laatste male, Tot den strijd ons geschaard! En d’Internationale Zal morgen heersen op aard!”
“Zo kan die wel weer.” Zegt Albert, maar hij kan een glimlach niet onderdrukken.
“Ik ken mijn klassiekers. Dat kun je niet van iedereen zeggen.” Felix werpt een veelbetekenende blik op Manon.
“Ik had geen idee wat Nova Zembla nou precies was.” Zegt Manon deemoedig. “Jij wel?” Vraagt ze aan Evelyn die binnenkomt met een schaal cake.
“Nova Zembla?” Evelyn fronst haar wenkbrauwen. “Kou enzo, maar verder zou ik het eigenlijk ook niet weten.”
“Barentsz en Heemskerck die vast liepen op de Noordpool.” Albert schudt zijn hoofd. “Dat weet toch iedereen.”
“Bijna iedereen dan.” Felix lacht.
“Dan moeten ze dat maar opnemen in onze historische canon.” Vindt Carla.
“Zo is dat.” Albert kijkt misprijzend naar Manon en Evelyn. “Wat leren ze nou eigenlijk nog op school? Er is niets zo belangrijk als een gedegen kennis van ons roemruchte verleden. Daar moeten we trots op zijn. Het is goed dat de overheid nou eindelijk eens wat nuttigs doet.”
“Schei toch uit.” Evelyn maakt een afwerend gebaar. “Wat hebben we nou aan zo’n canon? Laat het onderwijs zich met zinvoller dingen bezig houden dan dat nationalistische gedoe.”
“Zoals?” Vraagt Carla.
“Leerlingen leren nadenken. Wat solidariteit is bijvoorbeeld en ....”
“Sorry, Eef,” valt Albert haar in de rede, “hoe kun je nou leren wat solidariteit is als je geen historische en culturele kennis hebt? Nederland heeft toch vorm gekregen door alles wat er in het verleden is gebeurd. Pas als je daarvan op de hoogte bent, kun je echt begrijpen hoe belangrijk solidariteit is.”
“Maar daarvoor hoef je toch geen Nèderlandse canon in het leven te roepen.” Helpt Manon haar zusje. “Nederland is toch geen eiland? Alles wat hier gebeurd is, is toch onlosmakelijk verbonden met de rest van de wereld?”
“Natuurlijk kun je Nederland niet loskoppelen.” Zegt Carla. “Maar je moet ergens beginnen en je kunt nou eenmaal niet alles behandelen. En het is toch prachtig om de mensen een nationaal gemeenschappelijk kader te geven. Dat verbroedert.”
“Verbroedert.” Evelyn snuift minachtend. “Ik denk dat het juist discriminatie in de hand werkt. Zo’n canon is een vorm van zelfverheffing en ik vind het heel zorgelijk als het straks een maatstaf moet worden voor goed Nederlands burgerschap. Wie hem straks niet kent, hoort er niet bij.”
“Dan leren ze hem maar.” Zegt Albert. “Die buitenlanders moeten maar een beetje moeite doen om de geschiedenis van het land te leren kennen waar ze komen wonen.”
“Wat schiet iemand er nou mee op dat hij weet dat Barentz en ...hoe heette die andere ook al weer...”
“Heemskerck.”
“... dat die zijn vastgelopen op de Noordpool in de zeventiende eeuw.”
“Dan leer je ook over de VOC, dat Nederland in die tijd het belangrijke handelsmonopolie op Indië had en dan kun je begrijpen waarom Nederland toen een van de machtigste landen ter wereld was.” Zegt Albert.
“En? Wat worden ze daar in deze tijd wijzer van? Komt er dan ook in die canon dat wij zo’n fijne rol in Indië hebben gespeeld?”
“De subjectiviteit is het grootste bezwaar dat ik tegen die canon heb.” Zegt Manon. “Je kunt er nou eenmaal niet alles in stoppen, dus er moet geselecteerd worden. Wie gaat dat doen?”
“Ik heb een overzicht gezien van wat er in zo’n canon moet komen,” zegt Felix, “maar daar word je niet vrolijk van.”
“Daar komt nog bij dat geschiedenis een interpretatie van het verleden is.” Gaat Evelyn verder. “Zeker van de vroege geschiedenis. En een interpretatie betekent dat het voor iedereen anders kan zijn. Die kun je nooit als waarheid presenteren, want dat is wat je doet als je het vast legt in een canon. Wij maken van onze roemruchte VOC-tijd een heldenverhaal. Maar daar zullen de mensen in Indonesië toch heel anders tegenaan kijken. Die zien ons als uitbuiters en slavendrijvers.”
“Ik was dol op geschiedenis,” zegt Carla dromerig, “het waren altijd zulke mooie verhalen.”
“Juist! Verhalen.” Felix wijst met zijn vinger naar zijn schoonmoeder. “Dat zijn het en dat moeten het ook blijven. Voor 1900 bestond het vak geschiedenis helemaal niet. Toen was het een onderdeel van de literatuur. Toen leerde je van verhalen en boeken hoe Nederland ontstaan en gevormd is.”
“Veel beter.” Zegt Evelyn. “Dan geef je veel meer ruimte om aan te geven hoe betrekkelijk en tijdgebonden een gebeurtenis kan zijn. Die canon is niets meer dan een zwaktebod van een slappe regering om op de golf van nationalistische onvrede mee te surfen. Om onze eigen identiteit te benadrukken.”
“Welke identiteit?” Zegt Felix. “We hebben helemaal geen identiteit. Dat is precies ons probleem. Als we een identiteit hadden, zouden we er ons niet druk om maken, dan zouden we rustig achterover leunen, ons koesterend in een diepgeworteld historisch en cultureel bewustzijn. Die hele canon is gebaseerd op de hysterische angst dat de buitenlanders met hun culturele diversiteit onze hele maatschappij zullen overnemen.”
Op dat moment rinkelt Manon’s mobieltje. Ze kijkt op het schermpje en neemt op.“Hoi, Mark.”
“....”
“Ja, natuurlijk. Wanneer wordt het bezorgd?”
“....”
“Even in mijn agenda kijken.” Manon klapt haar telefoontje open. “Nee, dan heb ik een lunchafspraak met Aleona.”
“...”
“Ja, dat kan wel. Hoe laat?”
“....”
“Ik zie je sowieso aanstaande zaterdag nog om Guus’ herdenkingsmonument te bespreken.”
“...”
“Tot dan.” Manon steekt het telefoontje weer in haar tasje. “Het schilderij van Guus wordt zondag over een week bezorgd. Mark vroeg of ik er bij wil zijn om te kijken waar het moet komen te hangen.”
“Hebben ze dat niet afbesteld?” Felix trekt een wenkbrauw op.
“Blijkbaar niet.
“Herdenkingsmonument voor Guus?” Evelyn kijkt Manon vragend aan.
“Een soort opdracht.” Legt Manon uit. “Ze willen een herdenkingsplaats voor hem creëren. Maar ik vertel verder nog niets, want ik wil eerst mijn plannen met Mark bespreken.”

Gepubliceerd: 09-03-07. Vond plaats op: 09-03-05. Tags:  identiteit ; politiek binnenland ; Vaderlandse geschiedenis ; veiligheid en beveiliging ;