Kiekje
 
 
 
afbeelding afbeelding
«  Aflevering 169: Over slappe milieuverdragen en slepende ontbijtkoek-affairettes  »
 
Fadona haalt Manon over om onder de zonnebank te gaan in het zwembad. Tijdens het eten van een bammetje praten ze over de Peijnenburg-affairette en over Manon’s op handen zijnde reis naar de Verenigde Staten. Fadona maakt zich zorgen over de vervuilende vliegtuigen. Ze is erg milieubewust geworden sinds ze met Ron omgaat en leest Manon de les over het broeikaseffect.

“Zo kunnen we toch geen baantjes zwemmen?” Manon kijkt verbouwereerd naar het zwembadje waarin talloze spelelementen drijven met schreeuwende kinderen er bovenop.
“Tja, we kunnen misschien een lijntje trekken," oppert de jonge badmeester, "maar dat moet ik even aan Tim vragen.” Hij loopt naar zijn dikke, korte collega. “Tim, kunnen wij een lijntje spannen zodat deze mevrouwen baantjes kunnen trekken?”
Tim schudt zijn hoofd. “Daar beginnen we niet aan.”
“En wat moeten we nou?” Zegt Manon. “Maar weer naar huis?”
De jonge badmeester kijkt ongelukkig maar Tim haalt zijn schouders op. “Woensdagmiddag is voor de kinderen.”
“Op jullie briefje met de openingstijden staat dat het voor alle leeftijden is.” Manon maakt zich kwaad.
“Je kan toch zwemmen?” Tim wijst naar het volle badje.
“Ach laat hem toch.” Fadona trekt aan Manon’s arm. “Dan gaan we toch lekker zonnen.”
“Die dikke zit me tot hier!” Manon wijst op haar keel. Ze laat zich meevoeren naar de zonnebanken achter het rijtje tropische nepplanten.
“Misschien is het straks rustiger.” Fadona gooit twee munten van 50 cent in het apparaat en legt haar handdoek neer op de lichtblauwe bank. Manon gaat naast haar liggen.
“Kijk eens...” Fadona haalt een pakje uit haar tas en gooit het naast Manon. “Om ons geluk compleet te maken.”
“Bammetje.” Leest Manon. “Van Peijnenburg. Wat is dat?”
“Het is ontbijtkoek in een slimme verpakking. Je hebt geluk dat ik voor het zwemmen bij Albert Heijn ben geweest.”
“Gelukkig hebben we nog een alternatief."
"Wat bedoel je?" Fadona kijkt haar niet-begrijpend aan.
“De Peijnenburg-affairette.” Manon neemt een flinke hap. “Je wilt toch niet zeggen dat je die gemist hebt?”
“Ik weet van niks.”
"Het is hele toestand.” Manon gaat op haar rug liggen. “Hevige ruzie tussen Peijnenburg en Albert Heijn. Met rechtzaken en zo. Albert Heijn verkocht de ontbijtkoek namelijk ver onder de inkoopprijs.”
“Dat lijkt me niet verstandig maar dat moeten ze toch zeker zelf weten?”
“Normaal gesproken wel, maar in dit geval ligt het een beetje anders omdat die koek in het winkelmandje van de Consumentenbond zit.”
“Wat voor mandje?”
“Het is eigenlijk een lijstje met een aantal basisartikelen waar ze de prijsontwikkelingen in de supermarkten aan afmeten. Dus wat denk je dat de winkels doen?"
"Die zorgen er natuurlijk voor dat de spullen die op dat lijstje staan zo goedkoop mogelijk zijn.” Zegt Fadona gehoorzaam.
“Precies! De ruzie gaat ook alleen maar over de koek van 600 gram.” Manon breekt voorzichtig een stukje van haar bammetje en steekt het in haar mond. “Want die zit in het mandje, de kleinere versie niet.”
“Maar als Albert Heijn die koek onder de inkoopprijs verkoopt, hebben ze daar toch zichzelf alleen maar mee?”
“Niet als je die koek op een achterafplekje legt, zodat er zo min mogelijk van wordt verkocht.”
“Wat een rare toestand.” Fadona kijkt peinzend naar haar koek. “Die hele prijzenoorlog tussen de supermarkten is in feite dus gebaseerd op dat mandje. Maar dat geeft toch een volkomen vertekend beeld? Als fabrikant moet je je dus zorgen maken als je product in dat mandje terecht komt.”
“In feite wel. Dat is precies de reden dat Peijnenburg niet meer wil leveren aan Albert Heijn. Zij vinden dat hun koek kapot gemaakt wordt.”
“De 600 grams althans.” Fadona glimlacht en graait in haar tas. “Ik neem er nog een, jij ook?”
“Nee, ik heb nog een halve kilo te gaan. Daar heb ik nog drie dagen voor. Dan heb ik mijn 7 kilo voor New York er af.”
“Gaan jullie zaterdag al?”
“Dat wist je toch?”
“De tijd gaat ook zo snel.” Mompelt Fadona. “Je moet trouwens wel op extra vertraging rekenen als je de States binnen komt. Ze maken tegenwoordig een digitale foto en een vingerafdruk.”
“Ik weet het. Mijn ouders zijn in november geweest. Mijn vader had niet genoeg groeven in zijn vingers voor de vingerafdrukken. Dat zorgde voor een hoop oponthoud. Maar toen hij tegen de douanebeambte zei dat zijn vingers versleten waren door het harde werken was het ijs gebroken en mocht hij door.”
Fadona lacht. "Ik vraag me trouwens af wat ze met die gegevens doen.”
“Die komen vast in een of andere database.” Veronderstelt Manon. “De Amerikanen hebben zeer ingenieuze systemen die allemaal gekoppeld zijn. Data-mining noemen ze dat. Je kunt dan op basis van verschillende gegevens voorspellen welke mensen eventueel een risico zouden kunnen zijn.”
“Zo’n voorspelling zegt toch ook niet alles? Hoeveel mensen zullen niet ten onrechte verdacht worden?”
“Veel.” Manon draait zich op haar buik.
“Ze verwachten trouwens dat het vliegen in de toekomst fors duurder zal gaan worden.” Zegt Fadona.
“Ach, dat roepen ze al zo lang.” Manon geniet met haar ogen dicht van de warme lampen op haar rug. “Maar de prijzen zakken nog steeds.”
“Maar het is nu wel serieus volgens mij, want ze willen belasting gaan heffen op de brandstof en de tickets. Ik vind het prima want vliegtuigen zijn zo verschrikkelijk vervuilend. Ik geloof dat ze voor vijf procent verantwoordelijk zijn voor het broeikaseffect.”
“Dat valt me dan nog mee.”
“De btw op kerosine levert de schatkist iets van tweeënhalf miljard op.” Fadona gaat er niet op in. “Dat geld kunnen we dan weer mooi gebruiken om de klimaatverandering tegen te gaan.”
“En dan? Dan wordt het vliegen duurder, dus de vliegtuigen worden leger en dan neemt de vervuiling per persoon toch alleen maar toe?”
“Uiteindelijk zullen er dan wel minder vliegtuigen gaan vliegen.”
“En dan zeker met de trein.” Manon lacht schamper. “Alsof die zo schoon is. Ik heb pas gelezen dat het energieverbruik van een vliegtuig of van een trein per passagier niet veel verschilt en ik geloof dat het met een HSL helemaal niet meer uit maakt.”
“Dat lijkt me stug.” Fadona smeert een zoetige lotion op haar benen. “Maar in ieder geval vraag ik me wel eens af waarom iedereen nou zo ver weg moet op vakantie. De Veluwe of Frankrijk is toch ook leuk.”
“Ik heb nou eenmaal een zusje in Florida en die wil ik af en toe toch graag zien. En New York... Nou ja, je komt er langs. Trouwens, jij wilt toch ook je familie in Marokko nog wel eens zien? Dan ga je toch ook niet met de trein?”
“Ja.” Zegt Fadona met tegenzin. “Maar ik ga wel zo weinig mogelijk. Ik hou van Nederland en ik wil liever niet dat dat over een paar jaar onder de zeespiegel verdwijnt.”
“Zo’n vaart zal het heus niet lopen.”
“Maak jij je dan helemaal geen zorgen om het broeikaseffect?”
“Ach, broeikaseffect is er altijd al geweest.” Zegt Manon nonchalant. “Broeikasgassen zorgen ervoor dat we niet bevriezen hier op aarde.”
“Maar zo’n hoge concentratie die we nu hebben is wel abnormaal.”
“Hoe weten we dat nou? Dat kunnen we toch alleen maar meten van de afgelopen jaren.”
“Hè, Manon, doe niet zo naïef.” Fadona draait geïrriteerd het deksel op de tube. “Ze kunnen dat heus wel extrapoleren. Zo weten ze bijvoorbeeld al dat de aarde anderhalf tot zes graden warmer zal worden in honderd jaar tijd. ”
“Lekker toch.”
“Niks lekker. Als de zee straks gaat stijgen piep je wel anders. Als het ijs in Groenland smelt redden wij het niet met onze dijken en duinen. Dan verdwijnt Nederland onherroepelijk onder de zeespiegel. En met ons die drie miljard andere mensen die in rivierbeddingen en kustgebieden wonen.”
“In de tijd van de dinosauriërs was het wel tien graden warmer op aarde.” Manon strijkt met haar vinger over het grote, bruinoranje bananenblad boven haar hoofd. Het lijkt net echt. “Het hoort nou eenmaal bij de cyclus van de natuur.”
“De natuur zou daar normaalgesproken twintigduizend jaar over doen. Nu zorgen wij met al onze vervuiling ervoor dat diezelfde opwarming in honderd jaar tijd gebeurt. Er zal in bepaalde gebieden ultieme droogte komen, dus in veel arme landen een tekort aan voedsel en drinkwater. En we gaan het hier ook merken. Herinner je je nog die hete zomer van anderhalf jaar geleden? Energiecentrales die het maar amper konden trekken, zout water in laten om het grondwater op peil te houden, dijkdoorbraken en tienduizenden oudjes dood door de hitte.”
“Als we onder de zeespiegel verdwijnen is dat dus onze eigen schuld." Manon haalt haar schouders op. "Ik vind het wel mooi. De mens die zichzelf vernietigt. En is dat erg? Nee, aan ons mist de aarde toch helemaal niks? Wij maken haar alleen maar kapot. Volgens mij is de mens niets meer dan een tijdelijke plaag in de lange geschiedenis van de aarde en ik denk niet dat wij in haar toekomst nog een rol zullen spelen.”
“Nou draaf je weer vreselijk door.” Zegt Fadona geërgerd. "We zouden er ook met zijn allen iets aan kunnen doen."
“Maar we gaan er nou toch iets aan doen." Zegt Manon vergoelijkend, als ze Fadona’s irritatie bemerkt. "Met dat Kyoto-protocol.”
“Het Kyoto-protocol!” Fadona laat een honend lachje horen. “Dat is een schijnverdrag tussen een handjevol landen. Het zijn een paar slappe afspraken die de deelnemers talloze escapes bieden om eronder uit te komen.”
“Maar er wordt in ieder geval wat gedaan. We gaan toch onze broeikasgassen met vijf procent verminderen in zeven jaar?”
“Dat stelt toch niks voor. Als we de opwarming willen beperken tot maar twee graden moeten we al tachtig procent minder energie verbruiken.”
“Dat gaat natuurlijk nooit lukken.” Zegt Manon opgewekt.
“Nee, zeker niet omdat de twee grootste vervuilers, Amerika en Australië, niet mee doen. En de ontwikkelingslanden hoeven natuurlijk ook niet mee te doen. En om de opkomende economie in China en India niet te stagneren, zijn die ook vrijgesteld. En dan zijn er nog een hele trits landen die zich eronder uit hebben weten te wurmen om wat voor reden dan ook.”
“Dan maakt het ook allemaal niet meer uit.” Zegt Manon. “Voorlopig was het een goed idee van je om onder deze energieonvriendelijke lampen te gaan liggen.”

Gepubliceerd: 16-02-07. Vond plaats op: 16-02-05. Tags:  klimaatverandering ; milieu ; voeding ;