Kiekje
 
 
 
afbeelding afbeelding
«  Aflevering 152: Over dildo-kabouters in de openbare ruimte  »
 
Manon komt Aleona weer tegen die met haar moeder aan de wandel is in het bos. Ze vertelt dat Carla goed nieuws had en feliciteert Aleona omdat de verkiezingen in Oekraïne ongeldig zijn verklaard en er op Tweede Kerstdag nieuwe verkiezingen zijn. Aleona’s moeder is verrukt over een stenen beeldje van een hert en Manon en Aleona bediscussiëren omstreden kunstwerken in de openbare ruimte.

“Gelukkig, je beweegt nog.” Aleona lacht. Haar bleke gezicht ziet er vermoeid uit onder haar oranje wollen mutsje. Ze zegt iets onverstaanbaars tegen haar oude moeder in de rolstoel die Manon daarop vriendelijk aankijkt en bedachtzaam knikt. “Je stond er al toen wij nog aan de andere kant van de vijver liepen.” Ze maakt een vaag gebaar met haar hand naar de overkant van het water. “Ik heb nog gezwaaid, maar je zag me niet, je was blijkbaar met je gedachten heel ver weg.”
“Mijn moeder belde net met goed nieuws en dat was ik even aan het verwerken.”
“Goed nieuws?” Aleona kijkt haar afwachtend aan.
“Ja.” Manon aarzelt even. “Ze was bij de dokter geweest om haar bloed te laten onderzoeken. Haar CEA was nog maar 2,2.”
“En dat betekent?”
“CEA is een tumormarker in het bloed, daaraan kun je zien hoe actief een kwaadaardige tumor is. Hoe hoger hoe actiever. En 2,2 is erg goed.”
“Je moeder heeft kanker?” Aleona schrikt en legt een hand op haar arm. “En ik maar zaniken over mijn moeder.”
“Dat kon je toch niet weten.” Zegt Manon vergoelijkend. “En het gaat op het moment best goed met haar, hoor. Ze is nu al weer drie maanden chemovrij.”
“Nou, gefeliciteerd!”
“Dank je. Jij ook, trouwens.” Manon kijkt naar de oude vrouw die geduldig naar de gele rietpluimen aan de rand van het donkere water staart.
“Waarmee?”
“Dat de verkiezingen in Oekraïne ongeldig zijn verklaard natuurlijk.”
"Ja, hoe vind je het?" Aleona lacht haar gelige tanden bloot. “Tweede kerstdag nieuwe verkiezingen! Mama weet nog niet of ze wel naar huis wil voor die tijd. Ze wil natuurlijk graag gaan stemmen, maar het lijkt mij nog niet veilig.”
De oude vrouw kijkt vragend omhoog als ze het woord mama hoort. Aleona en haar moeder spreken even met elkaar in hun eigen, rauwe taaltje.
“Mama zegt dat het een overwinning van de rechtstaat is en dat dit het begin van de democratie is, maar ik ben er nog steeds niet gerust op. Ik vraag me af of Janoekovytsj en Koetsjma zich er zo makkelijk bij neer zullen leggen.”
“Ze zullen toch wel moeten? Het hooggerechtshof heeft het besloten.”
“Jij bent duidelijk een kind uit de democratische wereld. Ik ben opgegroeid in een dictatuur en vertrouw niet zomaar op gerechtelijke uitspraken. Maar zojuist is bekend geworden dat Joesjtsjenko heeft toegestemd in de aanpassing van de grondwet die de president minder machtig maakt.” Aleona snuift misprijzend. “Hij heeft zijn toekomstige macht verkwanseld voor een aanpassing van de kieswet. Geen goede ruil volgens mij want het is een wet die hem enorm zal gaan beperken. De premier en het parlement krijgen de macht. Nu dat erdoor is zal Poetin ook wel overstag gaan want bij de benoeming van een premier kunnen ze opnieuw uitgebreid gaan indoctrineren en spindoctoren.” Aleona buigt zich voorover naar haar moeder die met trillende arm naar het bemoste, stenen hertje op het grasveld wijst.
“Ze zegt dat ze dat een mooi beeldje vindt.” Aleona wijst op het hertje. “En ik ben het helemaal met haar eens. Eindelijk eens een kunstwerk dat wat voorstelt. Ik word een beetje moe van al die abstracte kunst. Trouwens, was het nog maar abstract. Pas kregen wij een kaartje van een kunstenaar in de bus waarop een aantal vragen werden gesteld. Onbenullige vragen, zoals wat je lievelingskleur is en waarom. Dat werd dan verwerkt in een zogenaamd multidisciplinair wijkonderzoek dat moet leiden tot een kunstwerk dat de mensen dichter bij elkaar zou moeten brengen. Misschien heb ik het foldertje nog wel." Ze rommelt met haar hand in de zakken van haar winterjas en haalt er een verfrommeld papiertje uit. "Hier, interculturele waarden die samensmelten in een homogene, tijd- en ruimte overschrijdende metaforische levenscyclus. Ja, hallo, dan ben je mijn buren al kwijt, hoor. En mij ook. Weet je waar het hele kunstbudget uiteindelijk aan is opgegaan? Aan een fotoboek en een aantal ansichtkaarten. Nee, dan hadden we liever zo’n beeldje gehad.” Ze knikt naar het hertje.
“Het lijkt mij wel een spannend project. Het is jammer dat de meeste mensen zo denken. Maar ik ben het wel gewend." Manon zucht. "Ik ben lid van de kunstcommissie bij een kleine gemeente.”
“Als fotograaf?” Aleona kijkt haar verbaasd aan.
“Waarom niet?”
“Wat vind jij dan van dit beeldje?”
“Tja.” Manon overweegt zorgvuldig haar woorden. “Eigenlijk vind ik het helemaal niks. Ik vind het niet lelijk en ik vind het niet mooi. Ik vind het nietszeggend.”
“Maar het is niet aanstootgevend en het vervuilt de openbare ruimte visueel niet.”
“Als dat de voornaamste kwaliteiten moeten zijn kun je beter een boom planten! Moet het geld voor kunst in de openbare ruimte besteed worden aan makkelijke, niet-vervuilende visuele kunst?”
“Dat hoeft nou ook weer niet.” Aleona glimlacht. “Ik ben absoluut voor autonome vrijheid in de kunst en ik hou van experiment en vernieuwing. Maar niet voor mijn deur. Ken je Roosje?”
“Roosje?”
“Een muurschildering in Amsterdam. Een enorme blote vrouw op de gevel, ik geloof iets van vijftien bij vijftien meter, midden in een woonwijk. Mijn vriendin woont er recht tegenover en heeft hele dikke vitrages moeten kopen omdat ze er niet naar kan kijken. Nou gebiedt de eerlijkheid mij wel te zeggen dat die vriendin aardig preuts is.”
“Ik ken het niet.” Bekent Manon.
“Er wonen daar veel moslims en die zien zoiets natuurlijk helemaal niet zitten. De kunstenaar had er natuurlijk ook weer een mooi praatje bij. Iets over de liefde, het is geloof ik geïnspireerd op een erotisch liefdesgedicht van een of andere Nederlandse dichter.”
“Jacob van Lennep waarschijnlijk.” Manon knikt. “Die heeft een nogal pikant gedichtje gemaakt dat aan een Roosje gericht is.”
“Dat zal hem dan wel zijn. In juni heeft de gemeente beloofd dat mensen die zich aan Roosje ergerden, op hun kosten vitrage of matglas mochten kopen. Nou, mijn vriendin heeft nog geen cent gezien.” Aleona schopt tegen een takje. “Inmiddels is het kruis van Roosje gebombardeerd met verf en nu heeft de kunstenaar het gekuisd en voorzien van een blokpatroon. Je weet wel, van die blokjes die je ook wel eens ziet op tv als mensen niet herkend mogen worden.”
“Beetje slap van hem.” Vindt Manon. “Maar misschien wel verstandig.”
“En wat vind je dan van die enorme kabouter met die dildo?”
“Kabouter Buttplug.” Manon grinnikt.
"Buttplug?" Aleona vertrekt haar gezicht en kijkt even naar haar moeder. "Heet-ie echt zo?"
“Nee, dat is zijn geuzennaam. Hij heet eigenlijk Santaclaus en het stelt de kerstman voor.”
“Het zal allemaal wel.” Aleona snuift minachtend. “280 duizend euro heeft ‘ie gekost en nu weten ze zich geen raad met dat ding. Je zal hem verdorie maar voor je deur krijgen, en zes meter hoog, hè! Dat wil toch niemand? Ik weet er een goede plek voor: de bodem van de Maas.”
“In ieder geval heeft MacCarthy wel wat te vertellen. Het beeld is een aanklacht tegen het consumentisme. Met dit soort kunst probeert hij de hypocrisie van de moderne samenleving weer te geven.”
“Sorry, hoor, maar daar word ik nou toch zo moe van!" Aleona rilt. “Een grof, aanstootgevend beeld neer zetten onder het mom van kritische kunst. Ik vraag me serieus af hoe een metershoge, dildodragende kabouter een bijdrage kan leveren aan dit soort vraagstukken. Waarom moeten kunstenaars ons zonodig hun visie op de wereld opdringen? Ik kan me voorstellen dat je op zoek bent naar betekenis en zingeving, maar val mij er niet mee lastig. In ieder geval niet in de openbare ruimte, want dan kan ik me er niet aan onttrekken. Je mag best iets te vertellen hebben, maar het oog wil ook wat.”
“Wat vind jij dan wel goede kunst voor de openbare ruimte?” Wil Manon weten.
“Dat beeldje wat we net zagen bijvoorbeeld.” Aleona denkt even na. “En het monument voor de heldhaftige dieren. Dat zijn een paar bronzen beelden en een reliëf waarop dieren zijn afgebeeld die als oorlogshelden gestorven zijn. Daar zit een goed verhaal achter en het is nog mooi ook. Het is pas onthuld in Engeland.”
“Ik heb het gelezen.” Manon schudt haar hoofd. “Opgericht door een volk dat zich met kerst collectief vol stouwt met kalkoenen uit legbatterijen en geopend door een prinses, van wie de pitbulls op opvoedingscursus moesten omdat ze kinderen hadden aangevallen en die fel tegen het vossenjachtverbod is.”
“Daar ben ik trouwens ook op tegen.” Zegt Aleona.
“Ben je tegen het vossenjachtverbod?” Manon fronst haar wenkbrauwen.
“Nee, tegen het jagen op vossen natuurlijk.”
“Gelukkig, anders had ik je niet meer willen zien.”
“Meen je dat?”
“Nou ja, minder graag.” Zegt Manon slap.
“Gelukkig dan dat we het eens zijn.” Aleona steekt opnieuw haar hand in haar jaszak. “Want ik heb een traditie. Als ik iemand drie keer gesproken heb en het klikt nog steeds goed, geef ik mijn kaartje af.” Ze pakt een rode pen uit haar zak en streept het bovenste telefoonnummer aan. “Dat is mijn privé-nummer. Het andere is in Brussel, daar zit ik volgende week weer. Maar met kerst ben ik thuis, kom dan eens gezellig thee drinken.”

PS - 22-9-2005 Het omstreden beeld Santaclaus van kunstenaar Paul McCarthy staat sinds vandaag op zijn tijdelijke plek: de binnenplaats van het museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam. Daarmee is een einde gekomen aan een al drie jaar slepend debat over de beste locatie voor het beeld. Het kunstwerk blijft maximaal anderhalf jaar op de binnenplaats van Boijmans van Beuningen staan.

Gepubliceerd: 08-12-06. Vond plaats op: 08-12-04. Tags:  beeldende kunst ; jacht ; Oekraïene ; politiek buitenland ; verkiezingen ;