Kiekje
 
 
 
afbeelding afbeelding
«  Aflevering 144: Over tragische euro-soapies en koninklijke striphelden  »
 
Manon en Felix lunchen met Jan-Willem en Pauline in een winkelcentrum. Jan Willem knoeit en als Pauline servetjes gaat halen laat Jan-Willem het stripalbum zien dat hij zojuist heeft gekocht. Agent Orange is het tweede deel van de striptrilogie over het leven van prins Bernhard en er zijn documenten in afgedrukt die bewijzen dat Bernhard lid is geweest van de NSDAP. Verder praten ze over de misstanden bij de VN en de nieuwe Franse eurocommissaris Barrot, die ook niet helemaal zuiver op de graat (...)

“Zo, nog en paar stukjes gemarineerde aardappel.” Manon schept voorzichtig de goudkleurige blokjes in het rode schaaltje. “Jij ook?” Vraagt ze aan Felix, die het dienblad vast houdt.
“Er zit toch geen vlees in?” Felix tuurt bezorgd in het schaaltje.
“Nee, volgens mij niet.” Manon kijkt in de bak met aardappeltjes. “Wat voor dressing wil je?”
“Je moet die knoflookdressing nemen.” Raadt Pauline haar aan. “Die is verrukkelijk.”
Manon giet wat dressing over de salade en legt bij ieder ook nog twee stukjes stokbrood.
“Nou is het wel genoeg.” Vindt Felix. “Alleen nog fruit.” Hij knikt naar een bar, waar een kleurig fruitstilleven is opgesteld. “Doe voor mij maar die mooie, rode appel met die gele streep.”
Ze sluiten bij Pauline aan, die aan het afrekenen is.
“Waar is Jan-Willem?” Manon kijkt zoekend om zich heen.
“Die is een of andere warme hap aan het bestellen.” Pauline maakt een vaag gebaar naar achteren. “Daar gaan we niet op wachten, hoor.”
Ze zoeken een tafeltje uit voor een gigaposter met een in herfsttinten gehuld boslandschap bij het raam dat uitzicht biedt op het grauwe winkelcentrum. Muisgrijze mensen ploeteren zich door de neerstriemende regen, eenzijdig verlicht door de blauwige lichten van de etalages.
“Zo.” Jan-Willem zet met een klap zijn blad op tafel.
“Jij hebt er zin in.” Felix kijkt met een ietwat jaloerse blik naar het met friet gevulde bord van Jan-Willem. Aan de rand liggen twee kroketten. Een dikke klodder mayonaise ligt als een vettig, glanzend eiland in het midden.
“Wat wij hebben is veel lekkerder. Hij,” Pauline knikt naar haar man, “moet het morgen weer bezuren op de roeimachine.”
“Morgen is morgen.” Jan-Willem neemt een flinke hap van zijn kroket. Er valt een klodder gemalen koe op zijn trui.
“Hè! Kijk nou wat je doet! Die trui is net nieuw.” Pauline fronst geërgerd haar wenkbrauwen en staat op. “Even servetjes halen.”
Jan-Willem kijkt beteuterd van zijn trui naar de rug van Pauline en haalt vervolgens zijn schouders op. “Kennen jullie deze al?” Hij haalt een papieren zak uit zijn tas en schuift hem naar Manon en Felix toe. Er zit een stripboek in.
Agent Orange.” Leest Manon. Ze kijkt Jan-Willem vragend aan. “Gaat dat over dat chemische wapen dat de Amerikanen in Vietnam gebruikt hebben?”
“Nee, helemaal niet. Het is een strip-trilogie over het leven van prins Bernhard.” Zegt Jan-Willem met volle mond. “Dit is het tweede deel. Het schijnt dat er documenten in zijn afgedrukt die bewijzen dat Bernhard lid is geweest van de NSDAP.”
“Daar zal hij niet blij mee zijn.” Merkt Felix op. “Hij heeft zelf altijd ontkend dat hij lid was van die nazi-partij.”
“Nu niet meer.” Zegt Jan-Willem. “Het is namelijk evident dat hij op een NSDAP-ledenlijst staat. Hij houdt wel vol dat hij niet weet hoe hij daar op komt. Hij zegt dat hij zichzelf nooit heeft ingeschreven en er is ook nooit contributie betaald.”
“Ik snap niet dat hij er zich zo tegen verzet.” Manon bladert in het album. “Het is toch geen schande?”
“Nou...” Jan-Willem fronst bedenkelijk zijn wenkbrauwen.
“Niet als je de situatie vanuit de toenmalige tijd bekijkt.” Manon kijkt naar de tekeningen van Bernhard en zijn broer die zich aanmelden bij de SA. “Ik denk dat het merendeel van de Duitse jongeren indertijd lid werd van de NSDAP. Niemand had toen toch maar het flauwste idee wat voor monster Hitler was? Ik vind dat Bernhard gewoon moet zeggen zoals het was. Dat hij er niet trots op is en dat, als hij van tevoren geweten had dat Hitler’s nationaal socialisme tot zo’n drama zou leiden, hij nooit lid zou zijn geworden.”
“Dat gaat nooit gebeuren.” Jan-Willem begint aan zijn tweede kroket. “Het is een oude, dwarse man. En iedereen heeft waarschijnlijk zoiets van Laat die ouwe nou maar. Het gaat trouwens helemaal niet goed met hem.”
“Dat is geen nieuws.” Manon klapt het stripboek dicht. “Als je kijkt wat die man de afgelopen jaren allemaal niet heeft gehad. En hij is drieënnegentig!”
“Maar nu schijnt het wel ernstig te zijn. Hij heeft een tumor in zijn longen die niet meer geopereerd kan worden en nu ook ademhalingsproblemen door vocht in zijn borstholte.”
“Getverdemme, ik ben bijna aangerand!” Pauline gooit een aantal servetten op tafel en ploft neer op de stoel naast Jan-Willem.
“Aangerand?” Jan-Willem verslikt zich in een hap kroket. “Hoezo?”
“Een of andere vieze vent zat met twee handen aan mijn achterwerk, toen ik me naar voren boog om die servetten te pakken.” Pauline heeft rode blosjes op haar wangen van verontwaardiging. “Toen ik me omdraaide gaf hij me een vette knipoog. Nog voor ik moord en brand kon gaan schreeuwen verdween hij als een haas in de menigte. Dat heb ik dus maar niet gedaan. Ik heb de manager erbij gehaald, maar die kon ook niet veel doen verder. Voor zover hij wist was zoiets nog niet eerder voorgekomen.”
“Verdomme.” Jan-Willem kijkt naar het buffet, alsof hij verwacht dat de dader daar nog staat. “Had me er even bijgehaald.”
“Kun je hem beschrijven?” Vraagt Manon. “Dan kun je nog aangifte doen.”
“An me hoela.” Pauline schudt haar hoofd. “En dan zeker de rest van mijn vrije middag op het politiebureau zitten en ondervraagd worden door agentjes die laten doorschemeren dat je er misschien wel zelf om gevraagd hebt.”
“Was het Lubbers niet?” Felix knipoogt.
“Jammer genoeg niet.” Pauline glimlacht. “Daar zou ik wel een middagje politiebureau voor over hebben. Dan wordt hij misschien eindelijk eens veroordeeld.”
“Het personeel van de VN heeft nu wel een motie van wantrouwen tegen Kofi Annan ingediend.” Weet Felix.
“Terecht.” Zegt Pauline veroordelend.
“Hij zegt zelf nog steeds dat hij niks gedaan heeft.” Jan-Willem doet een beetje mineraalwater op een servet en veegt over de mayonaisevlek, die zich verder uitspreidt over zijn trui.
“Kom eens hier.” Pauline pakt geïrriteerd het servetje af en begint voorzichtig te deppen. “Ik begrijp niet waarom Annan hem zo de hand boven het hoofd houdt. Er is verdorie een hele onderzoekscommissie geweest die hem wèl schuldig heeft bevonden.”
“Ik vind het een hoop gezeur.” Felix pikt een patatje van Jan-Willem’s bord. “Laat iedereen zich eens druk maken om die fraude en corruptie rond dat oil for food programme.”
“Waar ging dat ook al weer over?” Manon rolt de roodgeel gestreepte appel heen en weer. “Had dat niet met Irak te maken?”
“Het is een maatregel die de VN heeft genomen om de bevolking te beschermen toen er sancties tegen Saddam werden genomen.” Bevestigt Felix. “De Irakezen mochten toen onder streng toezicht olie verkopen voor voedsel en medicijnen.”
“En daar is mee gesjoemeld.” Herinnert Manon zich.
“En niet zo’n beetje ook.” Beaamt Felix. “Het schijnt dat Saddam Hussein voor meer dan 20 miljard dollar heeft verdiend aan steekpenningen van buitenlandse bedrijven voor illegale contracten. VN-medewerkers knepen een oogje toe of deden zelfs mee en hebben op die manier een aardig graantje meegepikt.”
“Het is toch godgeklaagd.” Pauline doopt het servet opnieuw in het mineraalwater en dept met een verbeten gezicht de plek, die natter en natter wordt. “We hebben het over de Verenigde Naties, toch?”
“Daar maak ik me geen illusies meer over.” Zegt Jan-Willem. “De Verenigde Naties zijn echt geen uitzondering. Dit soort dingen gebeurt overal. Nu weer in de Europese Commissie. Heeft Barosso eindelijk zijn commissie op de rails, blijkt dat die Franse eurocommissaris ook niet zuiver op de graat is. Hij is een jaar of vier geleden veroordeeld omdat hij illegale bedragen heeft doorgesluisd om de zakken van zijn eigen partij te vullen.”
“Het is tragische soap.” Zegt Felix somber. “Eerst die Buttiglione, nu dit weer en dan zitten ze nog met Neelie Smit Kroes die haar werk niet kan doen omdat ze te veel belangen heeft bij het bedrijfsleven.”
“Arme Barosso.” Manon schudt haar hoofd. “Hoe komt het dat hij dit niet wist?”
“Barrot heeft het verzwegen omdat hij het niet relevant vond.” Zegt Jan-Willem cynisch. “Hij is namelijk wel veroordeeld, maar dat vonnis werd meteen geschrapt onder een amnestiewet uit 1995. Hij heeft dus geen strafblad en volgens de Franse wet bestaat de veroordeling dan niet meer.”
“Zo makkelijk zal hij er volgens de Europese richtlijnen niet vanaf komen.” Manon kijkt Pauline aan die met haar hand over haar nek wrijft. “Gaat het?”
“Pijn. Ik denk door de stress.” Pauline glimlacht vermoeid. “Wat heb ik trouwens gehoord? Is het uit tussen Bert en die Marokkaanse vriendin van jou? Jan-Willem heeft hem gesproken tijdens een vergadering."
"Hij was er erg van ontdaan." Beaamt Jan-Willem. "Maar ik kon niet goed hoogte krijgen van wat er nou precies gebeurd was."
"Ze heeft hem de bons gegeven." Manon knikt. "De dag nadat Theo van Gogh is vermoord. Fadona was toen erg van slag en daar ging hij niet fijntjes mee om, om het zo maar te zeggen."

Gepubliceerd: 20-11-06. Vond plaats op: 20-11-04. Tags:  Europa ; koninklijk huis ; literatuur ; misdaad en corruptie ; Tweede Wereldoorlog ; Verenigde Naties ;