Kiekje
 
 
 
afbeelding afbeelding
«  Aflevering 134: Over vreedzame Koerden en zieke kaboutertjes  »
 
Manon en Felix ontmoeten Godelieve en Adriaan op een terras. Ze zijn wat laat omdat ze vast zaten in een demonstratie tegen de uitzetting van Nuriye Kesbir. Ze praten over de Amerikaanse verkiezingen van aanstaande dinsdag en Felix legt uit waarom je je als Amerikaan eerst moet laten registreren voordat je mag gaan stemmen. Manon is er overigens van overtuigd dat Kerry gaat winnen. Verder maakt Adriaan zich bezorgd over Arafat, die in een Parijs ziekenhuis is (...)

“Moet je dat stelletje tuig nou toch zien gaan.” De man die naast Manon en Felix staat wijst naar de groep vreedzaam demonstrerende Turken die op weg zijn naar het Malieveld. “Ze zijn het doodschieten nog niet waard.”
“Nou, Simon,” de tengere, donkere vrouw naast hem legt sussend haar hand op zijn arm, “zo kan het wel weer.”
“Waarom moeten ze ons daarmee lastig vallen?” De man schudt zich los en kijkt naar het spitste gezichtje van de vrouw. “Wij kunnen nou weer niet verder.”
“Die optocht is niet zo lang, ik kan het eind al zien. Wat maken die paar minuutjes nou uit.”
Op dat moment geeft een van de demonstranten de man een stenciltje. Hij leest de kop hardop “Nuriye Kesbir mag niet worden uitgezet.” Hij verfrommelt het stencil tot een prop. “Ik zou niet weten waarom niet! Die tering-terroriste. Van mij mogen ze al die klote-Koerden per direct het land uit flikkeren.” Hij gooit de prop naar een van de demonstranten.
“Kom, Fé, we gaan.” Manon raapt de prop op en trekt Felix mee, weg bij de agressieve man. “Go en Adriaan zullen niet weten waar we blijven.”

“Waar bleven jullie nou?” Godelieve wijst licht geïrriteerd op de twee lege koppen voor hen op het tafeltje. “We hebben al twee keer koffie genomen.”
“We zaten vast in een betoging van Koerden.” Manon gaat zitten. “Ze demonstreerden tegen de uitwijzing van Kesbir.”
“Wie is Kesbir ook al weer?” Godelieve graaft zichtbaar haar geheugen af.
“Een terroriste.” Zegt Adriaan minachtend.
“Terroriste?” Manon fronst haar wenkbrauwen. “Hoe kom je daar nou bij?”
“Dat is toch zonneklaar. Ze zit heel hoog in de PKK, dat is op zich al verdacht en ze heeft terroristische aanslagen gepleegd. Op militaire doelen, of zoiets.”
“Says who?” Manon kijkt hem vragend aan.
“Dat is toch algemeen bekend.” Adriaan wuift met zijn hand. “Turkije geloof ik.”
“Niet goed genoeg.” Manon trekt het stencil uit haar zak. “Hier: Nuriye Kesbir wordt ervan verdacht oorlogsmisdaden te hebben gepleegd. Dit is gebaseerd op een ambtsbericht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. De bronnen van dit ambtsbericht zijn geheim en niet aan de verdediging vrijgegeven. Dit betekent dat Nuriye Kesbir wordt bedreigd met uitwijzing zonder dat hiervoor een juridische basis aanwezig is. Ze wordt waarschijnlijk uitgeleverd aan Turkije.”
“Ai!” Godelieve fronst haar wenkbrauwen. “Slecht nieuws. Turkije is niet zo’n fijn land op het gebied van de mensenrechten.”
Turkije heeft beloofd dat zij een eerlijk proces zal krijgen en niet zal worden gemarteld.” Manon kijkt verbaasd op van het blaadje. “Turkije en niet martelen?”
“Nou, ze moeten wel uitkijken.” Zegt Felix. “Ze bevinden zich nu niet bepaald in een positie waarop ze eens lekker de mensenrechten kunnen gaan overtreden. Europa is nu erg dichtbij voor hen.”
“Ik zou me daar maar niet te veel illusies over maken."
“Voorlopig moet het Hoger Hof er nog over oordelen.” Felix drukt Manon de kaart in de hand. “Kies wat lekkers uit bij de koffie. Hier,” hij wijst met zijn vinger op de kaart “de käseküche, die vind je zo lekker .”
“Okay, maar wel delen.” Manon vouwt onwillig het stencil op en stopt het in haar tas.
"Dinsdag is het zover." Godelieve wijst naar een man die voorbij loopt. Op zijn spijkerbroek draagt hij een t-shirt met lange mouwen in de kleuren van de Amerikaanse vlag. Op de achterkant van zijn shirt staat Vote for Kerry. “Ik zal blij zijn als die hype voorbij is. Het lijkt wel of wij een president moeten kiezen.”
“Ze verwachten een grote opkomst.” Adriaan’s ogen volgen de man.
“Dat zou gunstig moeten zijn voor Kerry.” Felix tilt Bobbe op zijn schoot. “Democraten zijn altijd meer gebaat bij een hoge opkomst dan de Republikeinen.”
“Hoe komt dat?”
“Er zijn meer Democraten geregistreerd, maar de Republikeinse stemmers schijnen trouwer te zijn, de Democraten blijven nog wel eens thuis.”
“Geregistreerd?” Godelieve kijkt hem vragend aan.
“Voordat je kunt stemmen moet je je laten registreren.” Legt Felix uit. “Ze hebben in Amerika geen burgerlijke stand dus de burgers zijn moeilijker aan te schrijven.”
“Geen burgerlijke stand?” Godelieve schudt ongelovig haar hoofd. “Dat heb ik nooit geweten.”
“Wij danken die van ons aan Napoleon.” Zegt Adriaan. "Die moest dat zo nodig invoeren hier."
“Anyway, de Democraten zijn nu druk bezig om de mensen ervan te overtuigen dat ze daadwerkelijk hun stem moeten laten horen." Gaat Felix verder. "En ze proberen natuurlijk nog meer mensen geregistreerd te krijgen. Dat is niet makkelijk want de Republikeinen doen er alles aan om dit tegen te houden. Ik heb gehoord dat de Republikeinse bestuurder van Ohio vorige maand opdracht heeft gegeven om alle registraties op gewoon briefpapier af te wijzen. Het moest op karton want gewoon papier zou eventueel kunnen verkreukelen in de post.”
“Nou ja!”
“Maar ook als je je envelop persoonlijk bezorgde werd hij geweigerd.” Gaat Felix verder. “Die Republikeinen in Ohio zijn überhaupt heel fanatiek want ze hebben aangekondigd duizenden medewerkers te sturen naar de stemlokalen in de wijken die voornamelijk Democratisch zijn. Ze hebben de opdracht meegekregen om kiezers aan te klagen bij het kiesbureau als ze denken dat hij niet geregistreerd is. Het stembureau moet namelijk de klacht ter plekke behandelen. Ze hopen daarmee op lange wachttijden zodat veel stemmers zullen afhaken. Maar de Democraten hebben op hun beurt weer een paar duizend vrijwilligers ingeschakeld om hun kiezers te beschermen.”
“Verkiezingen in de Verenigde Staten betekent oorlog.” Zegt Manon droog. “Herinner je je niet meer die verkiezingsstrijd tussen Bush en Gore vier jaar geleden? Dat was enorm spannend.”
“Was dat niet iets met ponsrondjes die half uit de biljetten hingen?” Vraagt Godelieve.
“Ja, de stemmachines werkten hier en daar niet goed.” Adriaan knikt. “De Staten waar die stemmachines toen niet goed werkten, wilden hertellen. Maar dat is toen verboden door de rechter. Daardoor heeft Bush gewonnen. Ik hoop niet dat dat nu weer gebeurt. Maar het is wel weer erg spannend, want ze lopen vrijwel gelijk op in de peilingen. Dat is niet goed voor Bush want een zittende president hoort in dit stadium veel hoger te scoren. De oorlog in Irak speelt hem parten."
“Ik denk dat die oorlog Bush juist geholpen heeft.” Zegt Felix. “Amerikanen hebben zich nog nooit van een president afgekeerd als het oorlog was. Roosevelt mocht blijven tijdens de Tweede Wereldoorlog en Nixon is ook herkozen toen er nog gevochten werd in Vietnam. Lincoln trouwens ook, tijdens de Burgeroorlog aan het eind van de negentiende eeuw.”
"Johnson zou anders zeker verloren hebben als hij zich niet terug getrokken had." Merkt Adriaan op.
“Maak je geen zorgen, Kerry gaat winnen.” Zegt Manon resoluut.
“Waar baseer je dat op?” Wil Godelieve weten.
“Een of andere voetbalclub uit Washington, de Washington Redshirts ...”
“Die bestaan niet.” Valt Felix haar in de rede. “Wel de Redskins.”
“De Redskins dan,” Manon waait met haar hand de interruptie weg. “Die hebben gisteren hun laatste thuiswedstrijd voor de presidentsverkiezingen verloren.”
“So?”
“Dan verdwijnt de zittende president.” Zegt Manon triomfantelijk. “Dus Kerry wint. Deze indicator heeft sinds 1936 nog nooit gefaald.”
“Wouw!” Adriaan wrijft in zijn handen. “Ik hoop het echt, want nog vier jaar Bush zou een ramp zijn.”
“Bush heeft ook zijn goede kanten.” Zegt Felix.
“Heeft hij goede kanten?” Manon is onaangenaam verrast door deze wending.
“Hij kan goed fondsen werven en dat is heel wat waard tijdens een verkiezingscampagne. Het is ongelooflijk wat voor budget de Republikeinen hadden om Kerry via de media keer op keer met zijn neus in de modder te duwen. En Nederland heeft daar indirect ook aan meegeholpen. Wist je dat het Nederlandse bedrijfsleven 10 miljoen dollar aan het Bush-kamp gedoneerd heeft? De Democraten moesten het met slechts drie miljoen doen.”
“Maken Nederlandse bedrijven geld over voor Amerikaanse verkiezingscampagnes?” Vraagt Manon geshoqueerd.
“Hoe dacht je dan dat ze campagne konden voeren. Bush en Kerry hebben samen 650 miljoen dollar opgehaald.”
“Ik wist niet dat dat mocht.” Manon schudt haar hoofd. “Volgens mij zijn donaties van bedrijven aan politieke partijen hier verboden.”
“Via fondsen mag het wel.” Zegt Felix. ”Die worden daar speciaal voor opgericht. Shell, ABN Amro, dat soort bedrijven heeft natuurlijk veel belang bij partijen die de belangen voor het bedrijfsleven behartigen.”
“Cappucino?” De zwaar opgemaakte ogen achter de dikke brillenglazen kijken hen vragend aan.
Manon en Felix steken een hand op. De serveerster zet het schoteltje met het gebakje tussen hen in. Het is al keurig doorgesneden. “Dan krijgen jullie geen ruzie.” Glimlacht ze als Manon haar een compliment maakt.
“Hebben jullie trouwens Arafat op tv gezien?” Manon pulkt voorzichtig met haar vorkje de aardbei uit het gebakje. “Wat zag die eruit, hè? Zoals hij daar zat in zijn lichtblauwe pyama met dat wollen mutsje en dat grijze ringbaardje leek hij wel een kaboutertje. Jammer dat het geen rood mutsje was.”
Godelieve schiet in de lach. “Ik kreeg ook een warm Pinkeltjesgevoel toen hij die kushandjes gaf.”
“Wat heeft hij nou eigenlijk?” Manon zuigt genietend op de zoete aardbei.
“Ze doen er erg geheimzinnig over.” Adriaan fronst zijn wenkbrauwen. “Ik heb mijn neef in Gaza-stad gebeld, maar die wist ook niet veel meer dan wij. De Palestijnse minister van informatie heeft gezegd dat Arafat leukemie heeft, maar dat werd direct weer tegen gesproken. Maar het ziekenhuis in Parijs, waar hij naar toegebracht is, is gespecialiseerd in bloedaandoeningen, dus het zou best kunnen.”
“Hij zag er in ieder geval beroerd uit.” Merkt Felix op.
“Hij heeft zijn mensen verzekerd dat hij weer snel terug komt.” Zegt Adriaan optimistisch.
“Als hij weer terug mag van Israël.” Zegt Felix schamper. “Nou ja, als als hij in een kist ligt hebben ze er vast geen problemen mee.”

P.S. - 8 november 2004, heeft rechter R. Paris in Den Haag besloten dat de Koerdische politica Nuriye Kesbir niet mag worden uitgeleverd aan Turkije. Dit nadat Nuriye Kesbir een kort geding had aangespannen tegen de beslissing van Minister Donner van justitie om tot uitlevering over te gaan.

Volgens de rechter is de minister ten onrechte voorbij gegaan aan de rapporten van Amnesty International, Human Rights Watch en de VN waarin staat dat er in Turkije nog steeds wordt gemarteld en dat Kesbir geen eerlijk proces zou krijgen. De rechter maakte duidelijk dat de garanties die door Turkije zijn gegeven, en blindelings zijn overgenomen door Donner, volstrekt onvoldoende zijn. Daarom besloot hij om de uitlevering te verbieden.

Gepubliceerd: 30-10-06. Vond plaats op: 30-10-04. Tags:  demonstraties en rellen ; mensenrechten ; Palestina ; politiek buitenland ; terrorisme ; Turkije ; Verenigde Staten ; verkiezingen ;