Kiekje
 
 
 
afbeelding afbeelding
«  Aflevering 127: Over actieve zenuwcellen en ondergelopen kelders  »
 
Manon en Felix zijn met Pauline en Jan-Willem in het museum bij een installatie van Zeger Reyers. Manon vindt het prachtig, maar Pauline vindt het luguber. Het doet haar denken aan de onderwereld. Jan-Willem vertel dat hij een medium heeft ontmoet die dingen van hem wist, die hij nooit had kunnen weten. Felix merkt op dat dat soort dingen niet bestaan, dat een mens slechts een doos vol neuronen is.

“Hier kan ik dus helemaal niets mee.” Pauline kijkt om zich heen. Ze zitten op een bankje in de museumkelder die door een kunstenaar onder water gezet is. “Wat bedoelt hij hier nou mee?”
“Ik vind het prachtig.” Manon kijkt naar het zwarte, vrijwel rimpelloze water waarover lange houten vlonders geeloranje lijnen trekken. De zwarte wanden versterken het sprookjesachtige effect.
“Zitten er ook vissen in?” Jan-Willem tuurt in het inktzwarte water.
“Volgens het verhaal wel.” Felix houdt het velletje papier met de toelichting naar het licht. “Het bassin wordt door levende vissen bevolkt.”
“Maar ik zie totaal geen beweging.” Jan-Willem buigt zich voorover. “Dan moet je toch wel iets zien?”
“Allemaal goed en wel, maar waarom zie ik dit in een museum?” Wil Pauline weten.
Reyers wil de zaal nieuw leven inblazen door deze ervaarbaar te maken als ondergelopen kelder.” Leest Felix verder. “Er wordt een nieuwe biotoop geïmporteerd op een plek waar deze een groot bestaansrecht heeft. Eigenlijk meer dan de museumfunctie die de ruimte nu heeft. Als de pompen in de kelder niet zouden werken, zou deze na enkele regenbuien onderlopen, net als een groot deel van Nederland.”
“Zo lust ik er nog wel een paar.” Snuift Pauline.
Het zwarte water suggereert een eindeloze diepte,” leest Felix verder, “die appelleert aan allerlei menselijke angsten.”
“Me hoela.” Jan-Willem heeft inmiddels zijn arm in het water gestoken. “Angsten! Het is nog geen vijfentwintig centimeter diep. Ik geloof nooit dat daar vissen in kunnen leven.”
“Ik heb ook nog geen enkele beweging gezien.” Bekent Manon. “Maar dat kan me eigenlijk niet zo veel schelen. Ik vind het gewoon mooi.”
“Ik vind het maar luguber.” Pauline huivert. “Het doet mij meer denken aan de onderwereld. Ik heb het gevoel dat er elk moment een bootje om de hoek kan komen die onze zielen mee neemt.”
“De Styx.” Manon lacht. “Dan moet je toch eerst dood zijn voordat dat gebeurt.”
“Over de dood gesproken, we hebben een medium ontmoet.” Jan-Willem staat op en droogt zijn onderarm aan zijn broek af. “Op een beurs. Het was heel confronterend.”
“Hoezo confronterend?”
“Hij stond met een groepje mensen te praten. Toen wij daar langs liepen hoorden we hem zeggen: Die meneer kan het weten, want die is even dood geweest.”
“Hè.” Manon kijkt hem verbaasd aan.
“Jan-Willem keek eerst achter zich.” vult Pauline aan. “Maar toen zei die man: Ja, ik bedoel u.”
“Maar je bent toch nooit dood geweest?” vraagt Felix.
“Toen ik anderhalf was ben ik een soort dood geweest.” Bekent Jan-Willem. “Ik had met mijn natte handje aan het stopcontact gezeten. Mijn moeder heeft me toen gereanimeerd.”
“Wauw.” Manon is geïmponeerd. “En, kwam die veerman om je over de Styx te varen?”
“Dat zou ik niet meer weten. Maar wat me wel bezig houdt is hoe die vent dat nou kon weten?" Jan-Willem trekt zijn portefeuille uit zijn broekzak en haalt er een smoezelig kaartje uit. “Hier. Mr. Khalouf. Hij heeft me zijn kaartje gegeven voor het geval ik hem eens wil bellen.”
“Ga je dat doen?” Manon pakt het kaartje aan.
“Ben je gek.” Zegt Pauline verontwaardigd. “Wie weet wat hij allemaal oprakelt.”
“Nee, joh.” Felix schudt zijn hoofd. “Volgens mij probeerde die vent gewoon maar wat.”
“Ik denk dat er veel mensen zijn waarop zo’n opmerking van toepassing is.” Beaamt Manon. “Bij mijn laatste operatie bijvoorbeeld had ik zoveel bloed verloren, dat je dat ook wel als bijna dood zou kunnen interpreteren. Of neem die twee ontvoerde vrouwen die nu vrijgelaten zijn, die Simona’s. Iedereen dacht dat ze onthoofd waren. Die zijn nu toch ook terug gekeerd in het Rijk der Levenden. Ook een soort dood geweest.”
“Precies." Felix knikt. "Zo’n figuur maakt een losse opmerking en kijkt dan heel goed naar je reactie. Als hij beet heeft gaat hij verder. Aura’s waarin verleden en toekomst kunnen worden afgelezen, zielen die meegenomen worden over duistere rivieren..." Hij spreidt zijn armen in een weids gebaar over het donkere water, "Allemaal flauwekul. Een mens is niets meer dan een doos vol neuronen.”
“Zo dacht ik er ook altijd over.” Jan-Willem kijkt hem bezorgd aan. “Maar sinds ik dit heb meegemaakt, ben ik er toch anders tegenaan gaan kijken.”
“Kom op, JW!” Zegt Felix kritisch “Alles wat we doen wordt veroorzaakt door de activiteit van onze zenuwcellen, dus al onze geestelijke activiteit is terug te leiden tot neuronaal gedrag.”
“Er zijn anders mensen die een verruimd bewustzijn hebben.” Zegt Jan-Willem aarzelend.
“Verruimd bewustzijn!” Felix lacht schamper. “Het bewustzijn is niets meer dan een bijproduct van onze hersenen.”
“Maar je kunt toch niet ontkennen dat je behalve een lichaam ook een ziel of een geest hebt. Het feit dat we hier zitten bewijst toch dat onze geest die keuze heeft gemaakt.”
“Het is een groot misverstand om te denken dat de mens een geest heeft. We hebben zelfs geen vrije wil. Beweeg je voet eens.”
Jan-Willem wipt met zijn voet op en neer.
“Kijk, je denkt dat je nu bewust met je geest je voet hebt bewogen, maar dat is niet zo. De beslissing voor die beweging is genomen in het motorische centrum van je brein. Het bewustzijn hiervan komt een paar milliseconden later. Het zijn je hersenen die die beslissing nemen, niet je bewustzijn of je geest.”
“Als dat zo is, waarom gelooft dan toch vijfennegentig procent van de wereldbevolking in een immateriële geest of ziel?”
“Emotie en angst.” Zegt Felix stellig. “De mens is bang voor een leven dat eindig is en vindt het een onverdraaglijk idee dat de wereld ook zonder hem gewoon doordraait. Dus stelt hij zich voor dat hij niet echt dood gaat, maar dat dat slechts een deel van hem is, zijn materiële lichaam, maar dat zijn ziel elders voortleeft of reïncarneert in een nieuw lichaam.”
“Het is in ieder geval een prettiger idee.” Zegt Pauline. “Maar als je zegt dat er geen bewustzijn zonder hersenen mogelijk is, want dat zeg je in feite toch...”
“Zonder de cortex, ja.” Felix kijkt haar afwachtend aan.
“Hoe kun je dan verklaren dat ook eencellige bacterieën een vorm van bewust gedrag vertonen. Die kunnen genetisch materiaal met elkaar uitwisselen, zich voeden, vijanden ontwijken, dat soort dingen. Dan kun je toch ook spreken van een intelligentie, wel een lage vorm, maar toch.”
“Dat is geen intelligentie maar instinct.” Felix knikt. “Instinct is een natuurlijke aandrang die door middel van genen wordt doorgegeven. Dat heeft de mens ook, maar wij zijn, in tegenstelling tot de eencellige bacterie, in staat om de ervaringen die we opdoen door onze zintuigen bewust te gebruiken. Dat is wat je intelligentie zou kunnen noemen. Neem een robot. Het is niet moeilijk om een robot te maken die vormen en kleuren kan onderscheiden, die zichzelf kan voeden, die weet welke obstakels hij moet vermijden, maar het is op dit moment nog steeds een probleem om een robot te maken die daadwerkelijk een bewustzijn, zoals wij dat dan noemen, heeft. Maar dat heeft waarschijnlijk meer te maken met de complexiteit en rekencapaciteit van computers. Die worden elke anderhalf jaar twee keer zo krachtig en ik denk dat het nog een kwestie van tijd is dat ze door middel van kunstmatige intelligentie een soortgelijk bewustzijn krijgen als de mens. We zijn bezig onze eigen evolutionaire opvolgers te creëren. Die hebben straks het voordeel dat ze niet meer gebonden zijn aan een gebrekkig, vergankelijk omhulsel. En ze worden niet bestuurd door zelfzuchtige genen die ons slechts gebruiken als transportmiddel voor hun zakelijke belangen.”
“Zoals?”
“Het in stand houden van de soort natuurlijk.” Manon steekt haar vinger op.
“In die zin zijn wij, kinderlozen, compleet mislukt.” Zegt Pauline mismoedig.
“Wij zijn afgeschreven.” Zegt Felix opgewekt. “De mensen die niet die overlevingsdrang in hun genen hebben sterven uit.”
“Dat zou toch betekenen dat er wel degelijk een bewustzijn is dat sterker is dan onze genen?” zegt Jan-Willem. “Wij hebben heel beredeneerd besloten geen kinderen te nemen.”
“Niks bewustzijn.” Felix staat op. “Gewoon zwakke genen.”

Gepubliceerd: 02-10-06. Vond plaats op: 02-10-04. Tags:  alternatief ; beeldende kunst ; Bewustzijn ; evolutie ;