Kiekje
 
 
 
afbeelding afbeelding
«  Aflevering 125: Over kwetsbare groepen  »
 
Manon is bij haar jarige vader. Fien en Gert zijn er ook en ze kijken naar het staartje van de Troonrede. Ze spreken over de jaarlijkse bezuinigingen, waarvan de schuld volgens Fien bij de moslims ligt. Nijsje is naar Amsterdam om haar huwelijk te laten registreren voor haar Bolivia-reis. Verder hebben ze het over het voordeel van Nederland. Een mild klimaat, politiek stabiel en een goede gezondheidszorg maar volgens Gert zal dat laatste niet zo lang meer duren als de nieuwe basisverzekering voor de zorg ingevoerd (...)

"Albert, van harte gefeliciteerd.” Fien zoent Albert op zijn wang.
“Wat zijn jullie vroeg.” Carla kijkt haar buurvrouw licht verwijtend aan. “We zitten nog even naar de troonrede te kijken."
“Prinsjesdag.” Zegt Gert. “Ik wist dat er wat was vandaag.”
“Het is bijna afgelopen.” Carla wijst op de bruine bank. “Ga zitten, dan krijg je zo een kopje thee.”
Door de noodzakelijk inspanningen gezamenlijk op ons te nemen, kunnen we de toekomst met vertrouwen tegemoet zien.” Leest Beatrix met heldere stem. Ze ziet er broos uit in de veel te grote stoel. “De regering rekent op een vruchtbaar overleg met u. Op u rust een verantwoordelijke en zware taak. U mag zich daarbij gesteund weten door het besef dat velen u wijsheid toewensen en met mij om kracht en Gods zegen voor u bidden.”
“Amen.” Carla staat op. “Wat voor taart willen jullie? Appel- kwark- of monchoutaart?”
“Oh, wat moeilijk weer.” Fien schudt haar hoofd. “Je hebt nu toch niet zelf gebakken?”
“Jawel. Het smaakt me zelf helemaal niet, maar ik vind het wel leuk om te doen.”
“Heb je nog steeds geen trek?”
“Ik walg van alles.” Carla vertrekt haar mond. “Het is vreselijk, je weet hoe dol ik normaalgesproken op eten ben. Maar ik probeer wel zoveel mogelijk toch wat te eten, hoor. Omdat het moet.”
“Je bent erg flink.” Fien knikt goedkeurend. “Doe maar kwarktaart.”
“Ik appel.” Zegt Gert.
“Zal ik het zelf doen?” Fien wil opstaan.
“Dat wil ik nu even niet horen, Fien.” Carla duwt haar terug. “Daar wordt ik zo moe van. Albert en Manon vragen dat ook constant. Ik weet dat het goed bedoeld is, maar als ik het niet kan vraag ik het wel.” Ze draait zich om en loopt naar de keuken.
Fien kijkt Manon vragend aan, maar die haalt haar schouders op.
“Wat een saai verhaal was het weer.” Albert zet de televisie zacht.
“Volgens mij vond Beatrix dat zelf ook.” Zegt Manon. “Je zag het gewoon aan haar het gezicht, ze zat nog net niet te geeuwen. Het is toch eigenlijk bezopen dat de koningin de troonrede moet uitspreken. Ze heeft het niet eens zelf geschreven!”
“Prins Wim heeft al aangegeven dat hij straks cd-rommetjes gaat uitdelen bij de ingang.” Gert lacht. “Ik geef hem groot gelijk. Het zijn elk jaar vrijwel dezelfde holle frases met hier en daar een kleine wijziging. Maar het komt er vrijwel altijd op neer dat ze de meest kwetsbare groepen in de samenleving zo veel mogelijk willen ontzien.”
“Daar krijgen ze dan nu een hele kluif aan,” zegt Manon, “want daar komen er steeds meer van. Dankzij een regering die keer op keer belooft zich in te zetten voor deze groep.”
“Daar kan de regering niets aan doen.” Fien kijkt haar scherp aan. “Dat is de schuld van de buitenlanders. Die teren op onze zak. We hebben nu bijna een miljoen islamieten. Een miljoen! In vijftien jaar tijd hebben ze zich verdubbeld. En het stijgt nog steeds.”
“Ach, dat is nog geen zes procent van de Nederlandse bevolking.” Manon haalt haar schouders op.
“Ik vind het anders aardig wat.” Helpt Gert zijn vrouw. “Kijk jij maar uit, Manon, straks moet je ook een hoofddoekje op.”
“Zal best leuk staan.” Manon pakt de theedoek die achter haar over de stoel hangt en bindt hem om haar hoofd.
“Het misstaat je niet.” Albert lacht. “Maar ik heb toch liever een dochter zonder hoofddoek.”
“Je kunt er wel grappig over doen, maar de islam is nu wel het vierde geloof in Nederland geworden.” Fien kijkt haar snibbig aan.
“Dan zijn er nog altijd meer christenen,” zegt Manon luchtig, “dus voorlopig hoeven we ons niet druk te maken.”
“Nou...” Albert schudt zijn hoofd, “bijna de helft van de Nederlanders heeft helemaal geen kerkelijke overtuiging meer en een op de tien van alle gelovigen is moslim.”
“Het zijn griezels.” Zegt Fien. “Met barbaarse gebruiken. Ze hebben pas nog een Amerikaan onthoofd.”
“Daar word ik nou zo moe van.” Manon schudt geërgerd haar hoofd. “Omdat een paar gekken in Irak dat soort dingen in naam van Allah doen, zijn toch niet alle moslims barbaren?”
“Laten we het nou gezellig houden.” Carla zet een rood dienblad op de glazen tafel en kijkt Manon verwijtend aan.
“Waar zijn Eef en Nijs trouwens?” Helpt Gert haar.
“Evelyn werkt en Nijsje moest naar Amsterdam om haar huwelijk te laten registreren. Voor de Boliviaanse wet is ze namelijk niet getrouwd.” Legt Carla uit als ze Fien’s vragende gezicht ziet.
“Dus daar wordt Emilio nog als vrijgezel beschouwd?”
“Ja, volgens mij wel.” Carla zet voor iedereen een schoteltje taart neer.
“Dat het toch doorgaat.” Fien schudt haar hoofd. “Ik dacht dat ze wel bij zinnen zou komen.”
“Ach, laat haar nou maar gaan. Ze ziet het zelf als een groot avontuur.”
“Een avontuur!” Fien snuift minachtend. “Met drie kinderen voor anderhalf jaar de rimboe intrekken.”
“Gevaarlijker dan bij Kim kan het niet zijn.” Manon kijkt met neutrale blik naar buiten waar de blaadjes van de beukenbomen zachtjes ritstelen in de wind. De stammen zijn donkergroen geaderd van het vocht.
“Ja, vreselijk, die orkanen.” Fien knikt. “Wat wonen we hier dan toch eigenlijk veilig. Geen aardbevingen, modderstromen. Af en toe eens een klein stormpje, maar dat mag eigenlijk geen naam hebben.”
“En politiek stabiel.” Zegt Manon.
“En een goede gezondheidszorg.” Vult Carla aan. “Dat heb je ook niet overal.”
“Maar dat duurt niet lang meer als die plannen van Hoogervorst doorgaan.” Zegt Gert bezorgd. “Met het privatiseren van de ziektekostenverzekeringen wordt ons hele gezondheidssysteem afgebroken. Je hebt in Amerika gezien hoe dat heeft uitgepakt. Ziektekostenverzekeringen die elkaar beconcurreren, dat kan toch nooit werken?”
“Je krijgt waarschijnlijk een grote tweedeling tussen gezonde en niet-gezonde mensen.” Zegt Carla gelaten. “Als je niks mankeert, kun je met je goedkope basisverzekering af. Maar heb je iets onder de leden dan ben je eigenlijk verplicht om allerlei dure, aanvullende verzekeringen te nemen.”
“Als je dat al lukt.” Zegt Manon. “Volgens Evelyn is de kans groot dat verzekeringen gaan proberen om de risicogevallen te weren. Bovendien zullen ze naar verwachting met ziekenhuizen en dokters over de prijs gaan steggelen of ze gaan een voorselectie maken voor hun patiënten zodat je straks niet meer zelf je dokter of je ziekenhuis kan uitzoeken.”
“Of alleen als je daar weer een aanvullende polis voor neemt.” Zegt Fien schamper.
“Wat je natuurlijk ook steeds meer gaat krijgen is dat bepaalde dure medicijnen niet meer vergoed gaan worden.” Gaat Carla verder. “Dat merk ik nu al. Ik kreeg een medicijn tegen de misselijkheid voorgeschreven dat niet vergoed werd. Die pillen kosten anderhalve euro per stuk.”
“Gelukkig kun jij het nog betalen, maar je zal maar tot de kwetsbare groepen behoren.” Zegt Manon, de nadruk leggend op kwetsbare groepen.
“Die moeten dan maar misselijk zijn.” Albert buigt zich naar voren om zijn schoteltje te pakken. Een pijnscheut trekt over zijn gezicht.
“Doe dat toch niet.” Moppert Carla, ze geeft hem het schoteltje aan. “Hou nou eens een beetje rekening met jezelf.”
“Oh ja, Albert, je bent vrijdag geopereerd.” Fien slaat haar hand voor haar mond. “Hoe kon ik dat nou vergeten?”
“Je merkt ook niks aan hem.” Zegt Carla geruststellend. “Hij mocht dezelfde dag alweer naar huis.”
“Gaat dat zo snel tegenwoordig?”
“Ja, ’s avonds om 10 uur mochten we hem ophalen.”
“Wat een rare tijd.”
“Idioot.” Manon maakt zich weer kwaad als ze er aan denkt. “Om kwart voor tien ’s avonds belde hij dat hij opgehaald kon worden. Dat zijn toch geen tijden voor iemand die dezelfde dag geopereerd is?”
“Nee, dat vind ik heel gek.”
“Hij moest eerst zelf kunnen plassen.” Zegt Carla. Het levert haar een boze blik van Albert op, daar praat je niet over in gezelschap.
“En hoe gaat het nu?”
“Gaat wel, hoor.” Zegt Albert. “De wond trekt nog een beetje.”
“Hij houdt zich voor zijn doen redelijk rustig.” Neemt Carla het over. “Het is gelukkig ook geen weer om te gaan spitten."

Gepubliceerd: 21-09-06. Vond plaats op: 21-09-04. Tags:  discriminatie, racisme en anti-semitisme ; koninklijk huis ; politiek binnenland ; sociale zekerheid ; weer en klimaat ; welvaart ;