Kiekje
 
 
 
afbeelding afbeelding
«  Aflevering 120: Over wanhopige vleermuisvaders en vergrijsde babyboomers  »
 
Manon en Felix zitten bij Carla in de tuin pompoenen schoon te maken om in te vriezen. Ze wachten op een telefoontje uit het ziekenhuis waar Albert wordt geopereerd aan een liesbreuk. Felix leest over een seniorenstad die ze willen bouwen in de Achterhoek en vraagt zich af of dat niet iets voor Carla is, maar die wil er niks van weten. Ze praten over de digitale dokters en moderne communicatiemiddelen die de eenzaamheid van ouderen kunnen (...)

“Dat rotding!” Carla kijkt gefrustreerd naar haar mobieltje. Ze heeft net tevergeefs geprobeerd haar voicemail uit te luisteren. “Nu gooi ik hem weg.”
“Schei toch uit.” Felix geeft met een bijl een flinke klap op de harde schil van een oranje pompoen. “Jij paniekt altijd zo. Je moet gewoon goed luisteren wat ze zeggen.”
“Het is amper te verstaan." Carla gooit het mobieltje naast zich op de lege stoel. "Waarom moeten ze alles zo ingewikkeld maken met die apparaten? Neem nou zo’n telefoon...” ze pakt het apparaatje weer op en kijkt er misprijzend naar “daar kan een oud mens toch niet meer mee leren werken? Stel nou dat het het ziekenhuis was?”
“Dat was het ziekenhuis niet, want die hebben je mobiele nummer niet.” Manon snijdt met een scherp mes de harde schil van de brokken pompoen en snijdt ze in stukken.
“De gewone telefoon ligt toch wel in de buurt, hè?” Carla kijkt zoekend om zich heen.
“Ja, hier.” Felix tilt een krant op, hij heeft de telefoon uit de zon gelegd.
“Ze zouden nou toch wel zo’n beetje klaar moeten zijn?” Carla wrijft nerveus in haar handen.
“Ze zouden pas bellen als hij terug is op de afdeling.” Manon zucht. “En dat kan best nog wel even duren.”
“Ik vond het zo vreselijk om hem in een ziekenhuisbed te zien liggen.” Carla’s gezicht vertrekt. “In zo’n geel ziekenhuisponnetje. Dat heb ik nog nooit meegemaakt met Albert. En dat zaaltje was zo deprimerend.”
“Zou Balkenende ook op zo’n zaaltje liggen?” Vraagt Manon zich af.
“Die ligt vast apart op een kamer.” Antwoord Felix. “Ik begrijp trouwens niet dat die man zich in een ziekenhuis in Capelle aan den IJssel laat behandelen.”
“Ik zou niet weten waarom niet.” Zegt Carla verontwaardigd. “Albert ligt toch ook gewoon in Jarkermeer.”
“Maar die is geen minister-president.”
“Wat maakt dat nou uit?"
“Albert heeft een liesbreuk," zegt Felix, "dat is wel iets anders als wondroos. Dat schijnt een hele nare, agressieve infectie te zijn.”
“Je kunt er aan doodgaan.” Beaamt Carla. “Die man heeft wel pech, hè? Iedereen heeft wel eens een wondje aan zijn voet, maar dat er bij hem nou net zo’n akelige vleesvenietigende bacterie bij is gekomen. Er schijnt een behoorlijk gat in zijn teen te zitten omdat ze het dode huidweefsel ook weer moeten verwijderen. Anders gaat dat weer ontsteken. Ze kunnen pas een huidtransplantatie doen als ze zeker weten dat de infectie onder controle is.”
“Hij zal wel vreselijk balen dat hij er met Prinsjesdag niet bij zal kunnen zijn volgende week.” Zegt Felix. “Wel goed nieuws voor Zalm trouwens, want die zal nu waarschijnlijk ook de Algemene Beschouwingen mogen doen.” Zijn oog valt op een bericht op de voorpagina van de krant. “Hee, is dit niks voor jou? Een stad waar alleen maar vijfenvijftig-plussers mogen wonen.”
“Ik heb nog geen tijd gehad om de krant te lezen. Maar zo te horen lijkt het me niks.” Carla kijkt humeurig naar de feloranje stukjes pompoen die Manon in een grote pan gooit. “Veel kleiner, hoor. Zulke grote stukken kan ik toch niet verwerken?”
"Waarom niet?" Vraagt Felix.
“Ik wil niet in een getto. Trouwens, ik vind het nogal discriminerend, een stad waar alleen ouderen mogen wonen. Je moet jongeren om je heen houden, dat brengt een beetje leven in de brouwerij. Ouderdom moet je niet clusteren maar juist mengen.”
“Wat ik hier zo snel uit opmaak is dat jongeren er wel mogen wonen,” zegt Felix terwijl zijn ogen de tekst scannen, “maar ze verwachten niet dat die dat zullen willen.”
“Het lijkt mij heerlijk.” Mijmert Manon. “Geen scholen, schreeuwende kinderen, jongeren met gettoblasters...”
“Onze tijd komt nog wel, tante Betje.” Felix kijkt haar schamper aan.
“Ben je gek.” Carla zet een keukenweegschaaltje op tafel en schept er blokjes pompoen in. “Als jullie bejaard zijn zitten de jongeren in de getto’s, want dan zijn het de ouderen die de samenleving domineren.”
“Maar al die activiteiten in de vijfenvijftigplusstad dan?” Gaat Felix verder. “Hier, je kunt er zwemmen, bowlen, golfen en er zijn hobbyclubjes waar je van alles en nog wat kan doen.”
“Hier op het dorp is ook genoeg te doen.” Bromt Carla, “En dan ben je toch ook niet overal lid van?”
"Een prachtig park erbij waar je lekker kunt wandelen en als je niet kunt lopen ga je met de kabelbaan.”
“Komt er een kabelbaan?” Manon schiet overeind.
“Dat staat hier.” Felix tikt op de krant.
“Geweldig.”
“En waar moet die bejaardenstad van jou komen?” Vraagt Carla, alsof Felix het zelf verzonnen heeft.
“De Achterhoek. Dat moet de grijze provincie worden, het Florida van Nederland.”
“Maar dan met een Hollands klimaat en tussen de Tukkers.” Manon schiet in de lach. “Ik dacht dat die al de ICT-provincie van Nederland wilden worden?”
“Dat was Twente.” Zegt Felix.
“Geef mij maar Florida." Zegt Manon. "Daar heb je tenminste zon.”
“Tegen de tijd dat jullie gepensioneerd zijn is dat al lang weggevaagd door een of andere orkaan.” Carla schudt haar hoofd. “Nee, als je zoiets wilt moet je naar Spanje. De zus van Gert is naar Spanje geëmigreerd. Die zit in een seniorencomplex met golfbanen, tennisbanen, een zwembad en fitnessruimten.”
“Maar dan zit je toch ook tussen de senioren?”
“Dat is anders.” Zegt Carla koppig. “En daar heb je tenminste zon.”
“Maar je zit wel in de Spaanse klei.” Zegt Manon zorgelijk. “Stel dat je wat gaat mankeren.”
“Je hebt daar anders uitstekende zorg.” Werpt Carla tegen. “Er is een Nederlandse huisarts, en er zitten Nederlandse verplegers in een ziekenhuis vijf kilometer verderop. Zo dicht bij hebben wij geen ziekenhuis.”
“Dat is straks niet zo belangrijk meer.” Meent Felix. “Dat dokteren gaat in de toekomst allemaal digitaal. Over een poosje zitten we achter een camera en kunnen we de dokter zien via een groot scherm die in veel gevallen op afstand een diagnose kan stellen. En als dat niet kan, kan hij alsnog vragen of je langs komt.”
“Sneu,” vindt Manon “want het uitstapje naar de dokter is een belangrijke sociale gebeurtenis voor eenzame bejaarden.”
“Eenzaamheid bestaat straks ook niet meer, want via datzelfde grote scherm kun je met iedereen die je maar wilt communiceren. Dat doen we nu al met de webcams.”
“Kijken, ja,” zegt Carla schamper, “maar praten moet nog steeds per telefoon.”
“Als iedereen straks op een snelle breedbandverbinding zit is dat geen probleem meer dan kun je net zo makkelijk met elkaar praten zoals wij nu doen. Dan kun je met een gerust hart naar de Costa vertrekken. Of naar Thailand. Ik ken iemand die naar Thailand is geëmigreerd. Je kunt daar voor een prikkie wonen. En als je daar behoeftig wordt, dan neem je gewoon iemand in huis, dat is daar nog te betalen.”
“Dat zijn vast allemaal mensen die geen kinderen hebben.” Zegt Carla. “Ik zou het heel erg vinden als ik de kleinkinderen niet meer kan zien.”
“Die zie je straks ook niet meer als Nijsje naar Chili gaat.” Het is eruit voor Felix er erg in heeft. Manon kijkt hem waarschuwend aan. “Maar gelukkig heb je nu je webcam. Deze man...” hij houdt de krant omhoog en wijst op een foto van een man in batman-kostuum die op een gevelrand staat waaronder een spandoek hangt, “is er erger aan toe. Die krijgt zijn kinderen niet eens meer te zien.”
“Kijken!” Manon grist de krant uit zijn handen en bestudeert het spandoek op de foto. “Fathers-4-justice. Wat is dat?”
“Die man heeft in dat kostuumpje urenlang een balkon van Buckinham Palace bezet. Het is een actie van een groep boze vaders die na een echtscheiding bij hun kinderen worden weggehouden.”
“Kan die man daar zomaar komen?”
“Blijkbaar hebben ze een beveiligingsprobleem.” Felix glimlacht. “En niet alleen op Buckinham Palace. Gisteren hebben anti-vossenjachtactivisten een debat in het Lagerhuis verstoord.”
“Ze hebben groot gelijk, die vossenjacht is niet meer van deze tijd.” Carla knikt. “En wat betreft de beveiliging van Buckingham Palace: wie wil die ouwe Elisabeth nou wat aan doen?”
Op dat moment gaat de telefoon. Carla grist hem van tafel en drukt op een van de knopjes. Ze houdt de telefoon aan haar oor. “Niets.” Ze kijkt naar het schermpje. “Dat rotding.”
“Je drukte vast op het verkeerde knopje.” Zegt Felix.
“Maar als het het ziekenhuis nou was?”
“Dan bellen ze nog wel een keer.”

P.S. Balkenende is op 15 oktober 2003 ontslagen uit het ziekenhuis.

Gepubliceerd: 17-09-06. Vond plaats op: 17-09-04. Tags:  allergie en huidproblemen ; politiek binnenland ; vergrijzing ; woningmarkt ;