Kiekje
 
 
 
afbeelding afbeelding
«  Aflevering 119: Over onvergetelijke liedjesschrijvers  »
 
Manon en Felix zijn op een relatie-avond van Jan-Willem in het theater. Ze hebben twee cabaretvoorstellingen gezien. Ze praten met Jan-Willem en Pauline over Bram Vermeulen, die dood is. Manon vindt cabaret geen cultuur, maar vermaak. Felix merkt op dat alle cultuur tegenwoordig vermaak is. Manon verdedigt de hogere cultuur en vindt dat je absoluut niet mag bezuinigen op kunst.

“Dat Schudden was erg leuk, maar die Micha Wertheim vond ik niet veel aan.” Pauline neemt een slokje rosé. “Ik ben zelfs even ingedut, geloof ik.
“Toch geeft iedereen daar enorm hoog van op.” Manon trekt een vel papier uit haar tasje. “Hier: Hij maakt radiodocumentaires voor de VPRO, levert tekstbijdragen aan het televisieprogramma Dit Was Het Nieuws, hij schrijft regelmatig columns voor ondermeer het radioprogramma Spijkers met Koppen en hij publiceert verhalen, reportages en recensies in onder andere de Volkskrant, Rails en de Groene Amsterdammer. Hij is niet de eerste de beste.”
“Misschien is hij daar beter in. Cabaret kan hij beter aan een ander overlaten. Geef mij maar Freek.”
“Maar dan wel met Bram Vermeulen.” Zegt Felix. “Met Neerlands Hoop. Dat waren nog eens tijden.”
“Dat vond ìk zelfs leuk.” Manon schuift een kruk aan bij het hoge tafeltje. “En ik hou helemaal niet van cabaret. Maar dat komt nooit meer terug. Bram is dood.”
“Is Bram dood?” Felix schrikt. “Sinds wanneer?"
"Vorige week."
"Was hij ziek?"
“Niemand weet het.” Manon haalt haar schouders op. “Hij is in zijn slaap overleden. Het zal wel een hartstilstand zijn geweest.”
"Zo oud was hij toch nog niet?" Vraagt Pauline. "Volgens mij was hij pas ergens achter in de vijftig.”
“Ach, wat triest." Zegt Felix. "Eigenlijk heb ik Bram altijd een beetje een tragisch figuur gevonden. Hij stond voortdurend in de schaduw van Freek want die had de grote bek. Maar Bram was de man van de onvergetelijke liedjes. Jammer dat ze ooit uit elkaar zijn gegaan.”
“Volgens Freek hadden ze elkaar volkomen uitgewoond.” Jan-Willem steekt een warm hapje van mozzarella en tomaat in zijn mond. “Ik denk dat die breuk voor allebei goed is geweest. Bram heeft daarna heel veel waarde toegevoegd aan de Nederlandse popmuziek.”
“Ik ben benieuwd hoe hij nou terugkomt.” Pauline wijst naar een bromvlieg die op de rand van het tafeltje zit. “Misschien is dat hem wel en luistert hij mee.”
“Hoezo?” Felix kijkt haar verbaasd aan.
“Hij geloofde in reïncarnatie. Hij is zelf een Engelse militair geweest in de Eerste Wereldoorlog.”
“Bram? Geen wonder dat het is misgelopen met Freek.”
“Godelieve gelooft ook in dat soort dingen.” Vertelt Manon. “Reïncarnatie, karma... Ik kan daar helemaal niets mee.”
“Nou, er is meer tussen hemel en aarde.” Zegt Jan-Willem afwezig. Hij steekt zijn hand op naar een man met dor, blond haar. “Ik kom eraan. Jongens, excuseer me even. Er is werk aan de winkel.”
“Hij heeft net zulk haar als Wilders.” Pauline bestudeert de man die Jan-Willem de hand schudt. “Kijk, net zo’n raar matje op zijn hoofd. En ook zo’n mislukt blond kleurtje over dat donkere haar.”
“Misschien is het hem wel. Hij is tenslotte zijn baan kwijt bij de VVD en je moet toch ergens van leven.” Manon kijkt om zich heen naar de in grijs- en zwarte pakken gestoken collega’s en relaties van Jan-Willem die in de hoge hal van het theater staan te praten bij tafeltjes met lange, witte rokjes. "Hij wil als eenmansfractie doorgaan. Wellicht lopen er hier nog een aantal gefrustreerde LPF-ers rond die hun muil niet willen laten korven en die hij kan paaien voor zijn woeste plannen. Hou Jan-Willem maar in de gaten, Pau.”
“Volgens mij hoor je nooit meer iets van die Wilders.” Pauline’s blik glijdt omhoog langs de wanden die van staal lijken. Hier en daar is een doorkijkje gemaakt naar de zeventiende-eeuwse ruwe bakstenen muren. Ze strijkt met haar hand langs de muur. “Hee, het is geen staal, het is gewoon stucwerk. Mooi, zeg.”
“Het is sowieso mooi geworden.” Felix kijkt goedkeurend om zich heen. “Maar dat mag ook wel voor negen miljoen euro."
“En dan roepen ze nog dat Den Haag niets voor kunst doet.” Zegt Pauline verontwaardigd.
“Is cabaret kunst dan?” Manon trekt haar wenkbrauwen op. “Ik dacht dat het gewoon vermaak was.”
“Àlle kunst en cultuur is toch vermaak tegenwoordig.” Felix pikt de laatste olijf uit het schaaltje. “De AKO-literatuurprijs wordt uitgezonden door RTL-Boulevard, Louis Couperus ligt in een fraaie cassette bij het Kruidvat en de Prix de Rome gaat samenwerken met de AVRO.”
“Is dat zo erg dan?” Vraagt Pauline. “Wordt het werk van Louis Couperus minder waard omdat het bij het Kruidvat ligt? Ik dacht het niet. Nu bereik je misschien een groep mensen die anders nooit met zijn werk in aanraking zouden komen. Het is alleen maar goed dat de kunst wat van zijn elitaire imago kwijt raakt. De kunstenaars moeten zich wat meer aanpassen aan wat de mensen leuk vinden. Al die hoogdravende praatjes, daar word ik zo moe van.”
“Dus jij vindt dat de kunst zich moet conformeren aan wat het publiek wil?”
“Waarom niet? Vraag en aanbod.”
“Zo werkt het natuurlijk niet.” Manon begint ongeduldig een bierviltje te versnipperen. “Kunstenaars zijn geen circusartiesten. Daar word ìk nou moe van. Dat bezoekersaantallen het programma-aanbod regeren en belangrijker zijn dan kwaliteit. Waarom zou iets pas goede kunst zijn als er hele volksmassa’s op afkomen? Goede, onafhankelijke kunstenaars zijn heel belangrijk voor de samenleving.”
“Waarom?”
“Omdat ze op een heel andere, eigen manier naar de wereld kijken. Ze stellen zaken aan de orde die op andere manieren niet komen bovendrijven, ze laten je dingen zien die anders onzichtbaar zouden blijven, ze combineren zaken en leggen daarmee onverwachte, verrassende verbanden. Als kunstenaars alleen maar doen wat de samenleving van ze wil en van ze verwacht, heeft kunst toch geen waarde meer?”
“Ze kunnen toch gewoon weer mooie dingen gaan maken in plaats van maaltijden te serveren en mensen bierblikjes leeg te laten drinken.” Zegt Pauline. “Daar kom ik toch niet voor in een museum? En dan hebben ze er een vaag verhaal bij waarom het allemaal zo belangrijk is wat ze doen. Nou, als dat soort interessantdoenerij gesubsidieerd wordt, mogen ze mijn vakantie ook wel subsidiëren. Ze moeten die jaarlijkse uitkeringen van die kunstenaars maar eens intrekken?"
"Welke uitkeringen?"
"Die KBR ofzo." Zegt Pauline onwillig.
"Bedoel je soms de BKR?" Manon trekt met een driftig gebaar het bierviltje onder Felix’ glas vandaan om te versnipperen. "Die is bijna twintig jaar geleden afgeschaft."
"Dat waren nog eens gouden tijden voor de kunstenaars." Doet Felix een duit in het zakje. "Maar het was pure verwennerij natuurlijk. De BKR was gebaseerd op het Vincent van Gogh-syndroom. Omdat wij die miskend hebben in zijn tijd, moest iedereen die ook maar een glimpje talent vertoonde ondersteund worden. Jammer dat er zoveel misbruik van gemaakt is. Iedereen wilde natuurlijk wel een uitkering in ruil voor een schilderij per jaar. Want daar had je het wel over. Ik kende een kusntenaar die nooit iets uitvoerde en de week voordat hij werk moest inleveren nog iets in elkaar flansde. Of zijn slechtste werk ging naar de BKR, want betere werken zouden meer kans hebben op commerciële verkoop. De kelders van de gemeentes en minsiteries lagen overvol met overbodige kunst.”
"Kunst is nooit overbodig." Zegt Manon onwillig.
"Ach, kom Non." Felix lacht. "Je hebt zelf gezegd dat er ongelooflijke troep bij zat toen de Stichting die boel moest saneren de afgelopen jaren."
"Wat hebben ze daar nou mee gedaan?" Wil Pauline weten. "Door de papierversnipperaar?"
"Ben je gek!" Zegt Felix onthutst. "Kunst mag je niet zomaar vernietigen. Dan waren die depots wel leger geweest."
"Er is veel terug gegaan naar de kunstenaars." Legt Manon uit. "Maar het was niet altijd mogelijk van bepaalde kunstwerken de makers terug te vinden. Dat werk is naar kunstuitlenen en non-profit instellingen gegaan. Ik geloof dat er daarna nog bijna 50.000 werken over waren.”
“En wat is daar dan mee gebeurd?”
“Geen idee.”
“Beschadigde werken mogen ze toch wel vernietigen?” Vraagt Felix.
“Alleen als het onherstelbaar beschadigd is.”
“Dan zal er wel veel onherstelbaar beschadigd zijn geweest.”

Gepubliceerd: 14-09-06. Vond plaats op: 14-09-04. Tags:  artiesten ; beeldende kunst ; cabaret ; kunstsponsoring ; literatuur ; media ; politiek binnenland ;