Kiekje
 
 
 
afbeelding afbeelding
«  Aflevering 113: Over conservatieve linkse rakkers  »
 
Manon is met Felix op de verjaardag van Bert. Als Felix met twee mannen in gesprek raakt over ICT verdwijnt Manon naar de bar waar Bert haar op genante wijze voorstelt aan zijn zoon Pim. Pim vertelt dat een van zijn beste vrienden naar Californië is gegaan om te kunnen trouwen met zijn vriendje, maar dat zijn huwelijk nu waarschijnlijk ontbonden wordt.

“Bert, van harte gefeliciteerd.” Manon omhelst de jarige. Zijn ogen twinkelen achter zijn brillenglazen als hij de door Manon met zorg uitgezochte cadeautjes uitpakt. Hij geniet zichtbaar van het jarig zijn.
“Bedankt, jongens. Ga lekker zitten en bestel wat te drinken. Fadona loopt ook ergens rond.” Bert maakt een weids gebaar naar het volle terras bij de strandtent. “Oh, Felix,” hij trekt Felix aan zijn mouw terug, “die twee saaie klojo’s daar..." hij wijst naar twee van zijn gasten, “zijn van de gemeente. Daar moet je echt even mee lullen.”
Felix knikt en wil weglopen.
“Nee, wacht even. Je moet de linker hebben, die zit op het geld. Die rechter is een ouwe lul, die kan niks en die mag niks.”
“Zullen we dan maar.” Manon lacht zuurzoet en trekt Felix mee. Ze lopen naar de twee mannen die gemoedelijk met elkaar aan het praten zijn.
“Hallo, zijn deze stoelen nog vrij?” Manon onderbreekt hun gesprek.
“Ja, hoor. Kom er maar bij.” Zegt de rechter, die volgens Bert niks kan. Hij heeft grijze krulletjes en een vriendelijke, vaderlijke uitstraling. Ze stellen zich aan elkaar voor.
“Waar kennen jullie Bert van?” Vraagt Manon.
“Ik heb wel eens wat met hem te doen gehad via mijn werk.” Zegt de linker.
“En waar werkt u?”
“Bij de gemeente.”
“En u?” Manon wendt zich tot de man met de grijze krulletjes, die niks kan.
“Ik heet gewoon Joop, hoor.” Zegt hij. “En dat is Aart. Ik heb altijd bij de gemeente gewerkt, maar ik heb nu een eigen adviesbureautje.”
“Dat betekent dat hij altijd met vakantie is.” Aart lacht en hapt in het witte schuim van zijn bier. “Hij is er bijna nooit.”
“Alsof er bij jullie zoveel gewerkt wordt." Zegt Joop verdedigend. "Moet je voor de grap eens op vrijdag het gemeentehuis bellen. Dan is er nooit iemand.”
"Vrijdag hoort tegenwoordig bij het weekend.” Beaamt Manon. "Toch schijnt het dat Nederlanders weinig vrij hebben vergeleken met de rest van de EU."
"Weinig?” Aart kijkt haar verbaasd aan.
“De gemiddelde Hollandse werknemer heeft het laagste aantal vrije dagen. Ik geloof iets van achtentwintig. Als je echt van vakantie houdt, moet je in Finland gaan wonen. Daar hebben ze vijfentwintig vrije dagen en ook nog eens iets van vijftien nationale feestdagen."
"Ik dacht juist dat Italië hèt land was om te gaan wonen,” zegt Felix, “die hebben toch juist zoveel nationale feestdagen met al die heiligen?"
"Dat dacht ik ook maar dat valt nogal tegen, die hebben in totaal maar dertig dagen." Manon kijkt de man, die volgens Bert op het geld zit, aan. “Wat doe jij eigenlijk bij de gemeente, Aart?”
“Ik ben verantwoordelijk voor ICT-projecten.”
“Wat toevallig!” Roept Manon uit. “Felix,” ze klopt op zijn arm, “werkt bij P&V. Hij is echt een kei op het gebied van internet.”
“De ICT-adviseurs.” Aart gaat wat rechterop zitten en is nu duidelijk meer geïnteresseerd in Felix. “Jullie hebben toch ook geadviseerd bij dat megaproject van het ministerie?”
“Dat was een hele klus.” Felix knikt.
Manon staat op, nu is het aan Felix. “Ik ga eens kijken of ik Fadona kan vinden.” Ze loopt naar binnen en komt bij de bar Bert tegen, die met een jongen met een roze bril staat te praten.
“Manon!" Hij wenkt haar en duwt de jongen naar voren. "Dit is mijn zoon, Pim. Wat een kei, hè? Hij is pas zeventien maar hij neukt al."
De jongen kijkt gegeneerd naar de grond.
"Hij heeft een lekkere vriendin. Daar, naast Fadona.” Manon kijkt naar een lief uitziend meisje dat met Fadona zit praten. “Pim heeft wel een roze bril, Manon, maar het is geen homo, hoor. Je hoeft niet bang te zijn.” Hij loopt lachend weg en laat zijn zoon achter bij Manon.
“Soms zou ik wel willen dat ik het was.” De jongen kijkt hem verbitterd na. “Alleen maar om hem te pesten.”
“Ik kan het me voorstellen.” Manon kijkt hem meelevend aan. “En het idee alleen al dat ik bang zou zijn voor een homo.”
“Een paar van mijn vrienden zijn homo.” Zegt Pim. “Volgens mij is hij als de dood dat ik daar te veel mee om ga. Hij was als een kind zo blij toen ik met Annemieke kwam aanzetten.”
“Toch lijkt hij me best wel modern.”
“In de meeste dingen is hij dat ook wel.” Zegt Pim. “Maar hij heeft blijkbaar een homofobie. Misschien komt dat wel door Victor, mijn beste vriend. Hij is blij dat die vertrokken is."
"Jammer voor jou."
"Ja, hij is naar San Francisco verhuisd om daar te trouwen met zijn Amerikaanse vriendje, maar het ziet er naar uit dat zijn huwelijk weer ongeldig wordt verklaard.”
“Dat zit er dik in want alle homohuwelijken zijn daar ongeldig verklaard.” Beaamt Manon. “Ik geloof wel iets van vierduizend. Wat een verdriet zal daar heersen. Maar ja, in de Californische wet staat dat het huwelijk is voorbehouden aan een man en een vrouw, dus ze hangen toch. Je vriend zal binnenkort wel een brief krijgen van de burgemeester dat zijn huwelijk ongeldig is.”
“Hij was zo blij.” Pim zucht.
“Dan moeten ze nu naar Massachusetts.” Zegt Manon. “Daar is het legaal omdat ze de wet hebben aangepast.”
“Dat heeft toch geen enkele zin.” Zegt Pim mismoedig. “Als Bush straks herkozen wordt is dat ook voorbij want hij heeft aangekondigd dat hij de grondwet dusdanig wil laten aanpassen dat homohuwelijken niet meer mogelijk zijn.”
“Bush kan zoveel willen.” Manon lacht schamper. “De grondwet aanpassen doe je niet zomaar even, hoor. Een amendement toevoegen kan jaren duren en heeft minimaal twee derde meerderheid van het congres nodig. En dan moet nog driekwart van de staten de toevoeging goedkeuren. Daarom zijn alle pogingen om een nieuw amendement aan de grondwet toe te voegen tot nu toe mislukt. Maar zelfs dat weten de meeste conservatieve Amerikanen niet eens, die denken dat Bush dat na zijn herverkiezing wel even zal regelen.”
“Wat vind die andere daar nou van?”
“Wie? Kerry? Die vindt dat elke staat zelf moet kunnen beslissen.”
“Dan lijkt me dat hij maar president moet worden.” Besluit Pim. "Al was het alleen maar omdat mijn vader zo op hem af geeft. Hij vindt het een droge druiloor met linkse intellectuele praatjes."
"Intellectuelen zijn meestal kritisch, dus die worden per definitie gewantrouwd door de doorsnee-Amerikaan." Beaamt Manon. "En deze liberalen hebben door hun tolerante houding ten opzichte van abortus en homseksualiteit Gods toorn over het land afgeroepen. En Kerry is dubbel verdacht, want die komt ook nog eens uit het Noordoosten van Amerika, daar wonen al die linkse rakkers. Althans, wat Amerikanen links noemen. Kerry’s verkiezingsprogramma is een stuk rechtser dan dat van de VVD."
"Brrr." Pim fronst zijn wenkbrauwen. "Ik begrijp niet wat Victor in dat land te zoeken heeft." Hij kijkt op zijn horloge en vervolgens naar zijn vriendin die nog steeds druk in gesprek is met Fadona. “Ik ga maar eens kijken of Annemieke mee naar huis wil.”
“Leuk je ontmoet te hebben.” Zegt Manon.
“Ja, ik vond het ook leuk. Misschien tot ziens.” Hij geeft haar netjes een hand. Manon kijkt hem na en ziet hoe hij zich liefdevol over zijn meisje buigt, ze lacht, staat op en hand in hand verdwijnen ze naar buiten.

Gepubliceerd: 15-08-06. Vond plaats op: 18-08-04. Tags:  arbeidsmarkt ; discriminatie, racisme en anti-semitisme ; Finland ; Italië ; seksualiteit ; Verenigde Staten ;