Kiekje
 
 
 
afbeelding afbeelding
«  Aflevering 105: Over uitgedoofde vlammen en barbaarse onthoofdingen  »
 
Manon is in de galerie om Godelieve te helpen bij het inrichten van een tentoonstelling. Ze gaat koffie drinken en heeft een gesprek met de serveerster over de Olympische vlam. Godelieve komt ook naar buiten en is ontzet als ze in de krant leest dat er een Zuid-Koreaan onthoofd is in Irak. Ze haalt een ijsje en ze praten over de erotiserende uitstraling van ijsjesetende vrouwen. Adriaan komt ook even om te kijken hoe het gaat en Manon is verbaasd dat hun gesprek voornamelijk over voetbal (...)

“Go, ik stop er even mee!” Roept Manon luid. Ze kijkt vermoeid naar haar in overall getooide vriendin die aan een tafel ijverig staat te timmeren. Overal om haar heen staan schalen van keramiek.
“Wat zeg je?” Godelieve stopt met timmeren en kijkt haar vragend aan.
“Ik hou even pauze.”
“Tuurlijk. Je doet al veel te veel. Ik kom trouwens ook zo, als ik dit af heb.” Ze wijst op een plank, waarop de schalen moeten komen te liggen.
Manon loopt naar het café naast de galerie.
“Zeg het maar.” De jonge vrouw achter de bar kijkt haar vragend aan.
“Een cappuccino alstublieft.” Manon kijkt verlangend naar het espressoapparaat.
“Waar gaat u zitten? Dan breng ik het bij u.”
“Buiten?” Manon kijkt aarzelend naar de stoelen die schots en scheef over het terras liggen.
“Dat kan wel, maar dan moet u zelf maar even een zitje maken.”
Manon loopt naar buiten en zet een tafeltje en stoeltje overeind. Het waait hard, er is veel bewolking maar af en toe piept er een warm zonnetje tussen de wolken door. Ze is blij even buiten te zijn, weg van het gehamer en geboor. Er dobberen een paar moedige eenden op de woeste golven van de vijver, er zijn nog net geen witte kopjes. Op het terras ligt van alles, soms verbogen en gebroken door de kracht van de wind.
“Kijkt u eens.” De vrouw zet een cappuccino voor haar neer en kijkt naar de omgevallen stoelen. “Wat een zootje, hè. We hadden eigenlijk alles binnen moeten zetten, maar dat is zo’n werk en we dachten niet dat het zo’n vaart zou lopen. Die windstoten waren ook echt niet normaal. Ik heb gehoord dat zelfs de Olympische vlam is uitgewaaid.”
“Is die in Nederland dan?” Manon kijkt haar verbaasd aan.
“Gisteren. Eventjes, om het vuur te ontsteken in het Olympisch stadion in Amsterdam. Hij werd sjiek ontvangen, hoor. Door Anton Geesink en die dikke vrouw, die vroeger in de politiek zat.”
“Erica Terpstra?”
“Ja, die. Maar die vlam is al weer vertrokken want in een maand tijd moet het Olympisch vuur worden ontstoken in alle landen die ooit de spelen hebben georganiseerd.”
“Maar het is uiteindelijk wel gelukt?”
“Wat?”
“Nou, met een uitgewaaide Olympische vlam het vuur aansteken? Ik dacht trouwens dat die nooit uit mocht gaan.”
“Er reisde een reservevlam mee in een busje achter de fakkeldragers.”
“Laf, maar verstandig.” Constateert Manon.
“Waarom ze het niet gewoon met een lucifer weer aansteken begrijp ik niet.” De vrouw haalt haar schouders op.
“Dat kan natuurlijk niet.” Manon lacht. “Stel je voor! Het Olympische vuur is door de zon ontstoken in het oude Olympia.”
“Het zal wel.” De vrouw kijkt peinzend naar de lucht “Het waait nu trouwens nog behoorlijk. Is het wel te doen?”
“Lekker juist.”
“Geniet van uw koffie.” Ze gaat naar binnen.
Manon pakt een krant uit haar tas. Het is haar net gelukt om met veel moeite de wapperende krant in een leesbare vorm te vouwen, als Godelieve het terras op loopt.
“Lekker buiten. Wat een goed idee.” Godelieve zet een stoel naast Manon rechtop. “Even bijkomen." Ze wijst op de foto van een huilende vrouw op de voorpagina van Manon’s verfrommelde krant. "Waarom heeft dat meisje zo’n verdriet?”
“Dat is de zus van die Koreaan die onthoofd is in Irak.” Manon kijkt naar de foto van een zeer geëmotioneerde vrouw.
“Hebben ze hem toch onthoofd? Wat een klotezootje is het daar toch.”
“Het was een gewone jongen, vertaler, geloof ik. Niet eens een militair. Ze willen natuurlijk Zuid-Korea onder druk zetten om hun troepen uit Irak weg te halen.”
“Dat doen ze toch zeker niet?”
“Ik geloof het niet.” Manon’s ogen vliegen over de regels. “Nee.”
“Heel goed. We laten ons toch zeker niet intimideren door een stelletje idioten?”
“Maar het zal je broer maar zijn.” Manon kijkt opnieuw naar de wanhopige vrouw.
“Zo’n onthoofding werkt wel.” Zegt Godelieve nuchter. “De hele wereld is erdoor van slag. Dat was heel anders geweest als hij gewoon was doodgeschoten.”
“Ik weet niet of dat zoveel uitmaakt.” Manon kijkt haar aan. “Iedereen heeft de afgelopen dagen met die man meegeleefd toen hij wereldwijd op televisie om zijn leven smeekte.”
Godelieve kijkt ongeduldig om zich heen. “Hoe kom jij eigenlijk aan koffie?”
“Ik denk dat je het beste binnen even kunt vragen.” Godelieve verdwijnt naar binnen en Manon probeert haar krant weer leesbaar te maken. Ze is net verdiept in een achtergrondartikel over de situatie in Irak als Godelieve weer bij haar komt zitten.
“Kijk die goeie oude cornetto eens!” Godelieve houdt triomfantelijk een ijsje omhoog. “Het is een liefdesijsje geworden. Love Potion.”
“Love potion?” Manon buigt zich belangstellend voorover naar het hoorntje. “Gewoon een cornetto. Wat is daar nou zo Love Potion aan?”
“Nou ja! Kijk maar.” Godelieve laat haar dikke, rood aangezette lippen een paar keer om het bolletje vanilleijs gaan. “Zevenennegentig procent van de mannen krijgt erotische gevoelens als ze een vrouw aan een ijsje zien likken.”
“Goh, nou, ik ben duidelijk geen man.”
“Erotisch of niet, het is erg lekker.” Godelieve kijkt spijtig naar haar ijsje en wrijft over haar buik. “Maar het blijft natuurlijk wel een pakje boter in een hoorntje. Caloriewise dan.”
“Ach, maak je niet druk. Soms is wat dikker zijn beter dan steeds maar lijnen.” Manon kijkt naar haar volslanke vriendin “Trouwens, dit is toch je oude gewicht? Je bent alleen zo afgevallen in de tijd dat het zo slecht ging met Guus. Je was toen broodmager.”
“Dat was een prettige bijkomstigheid." Godelieve lacht. "Nu zit ik weer als vanouds in de zone overgewicht.”
“En daar kom je ook nooit uit als je om 10 uur ’s morgens al cornetto’s gaat eten.”
Godelieve kijkt beteuterd naar het lege papiertje dat onder het asbakje geklemd hevig heen en weer wappert. “De liefde doet me goed. Als je eens wist wat Adriaan allemaal met me uithaalt...”
“Ik weet niet of ik dat wel wil weten.” Zegt Manon terughoudend.
“Vannacht trok hij ineens condooms uit het nachtkastje met verschillende chocoladesmaken. Chocolade met sinaasappel, en met mint. Echt wat voor mij natuurlijk.”
“Over de liefde gesproken...” Manon knikt naar een knappe man die bij de galerie naar buiten komt.
“Adriaan!” Godelieve’s gezicht straalt als ze haar nieuwe geliefde ziet.
“Zo, dames. Dat is geen werken.” De donkere man buigt zich over Godelieve heen en kust haar. “Hee, schatje.”
“Dag, schoonheid.” Manon krijgt ook een zoen. Adriaan raapt een van de stoelen op en komt bij hen zitten. “Ik miste je, konijntje, en ik wilde even kijken of het allemaal goed gaat.”
“Nog een uurtje werk denk ik.”
“Kan ik wat doen?”
“Nee, het lukt wel.”
“Wat een spannende avond was het, hè Go?” Hij kijkt hen beurtelings aan.
“Go heeft het verteld.” Zegt Manon terughoudend, ze krijgt een benauwd gevoel als ze aan de condooms denkt. Ze voelt Godelieve’s schoen tegen haar been.
“Heb je ook gekeken dan?” Vraagt Adriaan.
“Waarnaar?”
“Voetbal natuurlijk! Daar hebben we het toch over?”
“Nee, ik heb het niet gezien.” Zegt Manon opgelucht.
“Ik wel,” bekent Godelieve, “tegen al mijn principes in.”
“Jij! Voetbal?”
“Twee wedstrijden tegelijk.” Godelieve knikt. “Op de ene Nederland-Letland en op de andere de Tsjechen tegen de Duitsers. En ik zat in het midden allebei de wedstrijden te volgen.”
“Het moet toch niet gekker worden!”
“Ik weet ook niet wat me bezielt dit jaar.” Godelieve kijkt haar vriendin hulpeloos aan.
“Je bent veronschuldigd, want het is een bijzonder aantrekkelijk EK.” Zegt Adriaan opgewekt. “Veel spannender dan de voetbalkenners hadden voorspeld.”
“Dat de Nederlanders van de Letten wonnen verbaasde me niet.” Zegt Godelieve. “Maar dat de Duitsers van een B-team met negen reservespelers van de Tsjechen verloren... Dat is erg.”
“Voor de Duitsers wel, ja." Erkent Adriaan. "Eigen schuld, dikke bult. In 2000 bakten ze er trouwens ook al niks van.”
“Nu nog de Zweden even uitschakelen zaterdag." Zegt Godelieve strijdlustig. "Dat moet ook makkelijk kunnen.”
“Dat moet te doen zijn.” Geeft Adriaan toe. “Als het maar niet op strafschoppen aankomt, want dat kunnen ze niet.”
“Van Nistelrooy wel.” Zegt Godelieve. “Cocu, die moet op het bankje blijven. Maar het komt helemaal niet tot strafschoppen. Voor die tijd hebben we die Zweden allang onderuit gehaald.”
Manon kijkt haar ongelovig aan.
“Italië, Spanje en Duitsland uitgeschakeld.” Mijmert Adriaan. “Het is toch niet te geloven. Nou ja, de Fransen gaan in ieder geval wel winnen van de Grieken.”
“Dat weet ik nog zo net niet.” Godelieve vertrekt haar mond. “Ik vind die Grieken erg bijterig. Niemand komt er langs.”
“Dat komt omdat ze één op één aan hun tegenstander plakken. Saai voetbal, maar heel effectief.”
Manon staat hoofdschuddend op: “Vinden jullie het heel erg als ik weer aan de slag ga?”

Gepubliceerd: 24-06-06. Vond plaats op: 24-06-04. Tags:  Olympische spelen ; terrorisme ; voeding ; voetbal ;