Kiekje
 
 
 
afbeelding afbeelding
«  Aflevering 104: Over fatale wissels en berouwvolle inquisiteurs  »
 
Manon en Felix zitten met Nijsje op een terrasje op het dorpsplein als Albert komt aanlopen met de twee oudste zoontjes van Nijsje die gevonden heeft op de markt van oude ambachten. Hij vindt dat ze beter op haar kinderen moet letten, want ze zijn zo meegenomen door een Dutroux-achtig type. Felix ergert zich aan het feit dat er alleen nog maar over voetbal wordt gesproken en dat niemand belang hecht aan de nieuwe Europese grondwet, waar net een akkoord over is bereikt. Albert lacht hem uit en zegt dat niemand daarop zit te wachten. Manon (...)

“Kijk eens wat ik gevonden heb.” Albert komt aanlopen met aan weerszijden een aan een ijsje likkende kleinzoon.
“Gelukkig.” Manon trekt een stoel voor haar vader bij. “We vroegen ons al af waar ze waren.”
“Ze stonden bij de smid." Albert gaat zitten. "Die was middeleeuwse technieken aan het demonstreren. Je moet echt beter op je kinderen letten, Nijsje. Ze zijn nog maar vijf en zeven.”
“En het is hartstikke druk.” Manon kijkt naar de in middeleeuwse kostuums gestoken dorpsbewoners die zich mengen met toeristen in opzichtige korte broeken en gestreepte t-shirts. “Een Dutroux-type heeft ze zo te pakken hier. Niemand die het merkt.”
“Zo iemand hebben wij hier niet op het dorp, hoor.” Albert kijkt verlangend naar hun drankjes.
“Dat weet je nooit.” Zegt Felix. “Dat soort dingen hoor je altijd achteraf. En dan blijkt het de man uit het café te zijn waar je altijd gezellig een kaartje mee legde.”
“Waarvan iedereen dan ineens roept dat ze het altijd zo’n rare vent hebben gevonden.” Beaamt Manon. “Maar gelukkig zit Dutroux voor altijd achter slot en grendel.
Albert knikt. Zijn ogen zijn opvallend blauw in zijn gebruinde gezicht. “Levenslang waarschijnlijk.”
“En die vrouw van hem?” Nijsje veegt met haar vinger langs een druppel die van Antonio’s ijsje af dreigt te vallen. “Die krijgt toch ook wel een flinke douw?”
“Ex-vrouw.” Verbetert Manon.
“Ook schuldig.” Zegt Albert. “Waarschijnlijk dertig jaar wegens medeplichtigheid.”
“Wat zullen de nabestaanden van die vermoorde meisjes blij zijn.” Nijsje kust Basje op zijn blonde bol. “Blijf je nu een beetje in de buurt, schat?”
Albert wenkt de ober in maliënkolder die met logge tred naar hun tafeltje sjokt. “Een biertje graag.”
De ober maakt met moeite een lichte buiging in zijn zware outfit. Het enorme zwaard aan zijn riem zit hem zichtbaar dwars.
“Zou je dat nou wel doen?” Vraagt Nijsje bezorgd. “Je moet echt proberen om die bloeddruk naar beneden te krijgen, anders kom je nooit op de operatietafel.”
“Des te beter.” Albert lacht haar bezwaren weg. “Je moest eens weten hoeveel mensen daar dood gaan. En bij de narcose gaat trouwens ook heel vaak wat mis. En als je dat allemaal goed hebt doorstaan heb je nog een vrij grote kans dat je dood gaat aan een infectie want het schijnt dat bijna alle ziekenhuizen met vieze messen werken.”
“Zo te horen is de kans dat je levend uit dat ziekenhuis komt statistisch gezien niet zo groot.” Zegt Felix cynisch.
“En dan heb ik sowieso een slechte kans, want er overlijden meer mannen dan vrouwen bij een operatie.”
“Is dat zo?” Manon kijkt haar vader verbaasd aan.
“Ja, veel complicaties van het hart, en dat is niet mijn sterkste punt.”
“Oh wat ben je weer doemdenkerig.” Nijsje fronst haar wenkbrauwen. “Je kan toch ook niet met die liesbreuk rond blijven lopen!”
“Misschien gaat het wel vanzelf over.” Probeert Albert.
“Een liesbreuk gaat nooit vanzelf over.” Zegt Nijsje. “Een collega van mij op school had precies hetzelfde. Die stelde het ook maar uit. Maar die breuk ging groeien en is bekneld geraakt. Enorm veel pijn en een spoedoperatie. Hij heeft wel een week in het ziekenhuis gelegen, terwijl het normaalgesproken een simpele ingreep is.”
“Daar word ik nu echt vrolijk van.” Albert kijkt haar mistroostig aan.
“Wat kijken jullie chagrijnig.” Twee oranje narren komen bij hun tafeltje staan. Een van hen pikt een olijf uit hun schaaltje. De ander trekt haar jakje omhoog en laat breed lachend een oranje bh zien. “Lachen, hoor.” Zegt ze waarschuwend. “Het is feest vandaag.” Ze maken een diepe buiging en dansen weer verder.
“Feest!” Zegt Albert humeurig. “Die bh kan ook wel in de mottenballen. In ieder geval voor dit EK. Advocaat had nooit mogen wisselen. Die Arjan Robben is zo’n frisse jongen, en hij speelde zo slecht nog niet.”
“Hou toch op over die wissel.” Zegt Manon geërgerd.
“Ze kunnen alleen nog maar door naar de kwartfinales als ze van Letland winnen...”
“Wat moet kunnen.”
“...en Duitsland moet verliezen van Tsjechië.”
“Dat gebeurt heus wel,” zegt Nijsje optimistisch, “die Tsjechen zijn toch hartstikke goed?”
“Maar die zijn al door en gaan natuurlijk een B-team inzetten, om hun topspelers te sparen. Nou, dan kunnen we het wel vergeten.”
“Wìj hebben het geloof in onze jongens nog niet verloren, hè Antonio?” Nijsje strijkt door het haar van haar oudste zoon die in haar tas aan het rommelen is.
“De Duitsers verliezen.” Zegt Manon vastberaden. “Die hebben toch nog geen een wedstrijd gewonnen?”
“Nederland ook niet.” Albert heft zijn biertje dat de maliënkolder voor hem heeft neergezet.
“Maar nu wel. Bovendien denk ik dat zo’n B-team ook wel even wil laten zien wat het kan.”
“Maar het blijft een B-team.”
“We zullen het wel zien woensdag.” Felix’ geduld is op. “En wat maakt het ook eigenlijk uit. Dat hele voetbal gaat toch nergens over. Er is een akkoord bereikt over de Europese grondwet. Dat is pas nieuws maar daar hoor je niemand over.”
“Ja, hallo Felix.” Zegt Nijsje ongeduldig. “We zitten midden in een EK. Er is toch geen mens die zich nu voor een Europese grondwet interesseert!”
“En we worden er niet wijzer van ook.” Albert schudt zijn hoofd.
“Niet wijzer?” Felix kijkt hem geërgerd aan. “Europa krijgt eindelijk één gezicht en er is een veel helderder besluitvormingsstructuur gekomen.”
“Daar zit toch niemand op te wachten.” Albert haalt zijn schouders op. “De politiek kan dit nou wel besluiten, maar wie is er nou geïnteresseerd in een Verenigd Europa? De meeste mensen vinden het alleen maar bedreigend. En terecht, ik vind het onbegrijpelijk dat ze een grondwet durven te presenteren waarin we nog meer bevoegdheden moeten afstaan aan Brussel. Ik ben trouwens benieuwd hoe ze dit aan het volk gaan verkopen, want de mensen willen het helemaal niet, dat hebben ze vorige week bij de Europese verkiezingen toch laten zien? ”
“In Nederland gaat dat vast wel lukken nu Balkenende mister Europe wordt.” Zegt Manon.
“Moet Balkenende voorzitter van Europa worden?” Nijsje schudt haar hoofd. “Dat kan hij vast niet.”
“Hij hoeft maar een half jaartje.” Zegt Manon. “Dat zal hij toch nog wel kunnen?”
“Dat gaat hij prima doen.” Albert heeft het volste vertrouwen in zijn minister-president. “Dan kan hij eindelijk wat gaan doen aan de enorme geldstroom die vanuit Nederland naar de schatkist in Brussel stroomt. Het is toch te gek dat wij zes keer zo veel betalen als de Fransen?”
“Zoveel?” Nijsje kijkt vragend naar Felix.
“We zijn de grootste geldschieter.” Beaamt Felix. “En dat is alleen maar een goed teken, want dat betekent dat het hier hartstikke goed gaat.”
“Nu nog wel." Zegt Albert schamper. “Maar die Turken gaan ons straks handenvol geld kosten.”
"Daar gaan we weer." Manon zucht.
“De paus is het ook niet eens met de grondwet hoorde ik.” Nijsje steekt het laatste hapje van Basje’s ijshoorntje in haar mond. “God is er namelijk niet in terug te vinden.”
“De paus heeft altijd wel wat te zeuren.” Felix haalt zijn schouders op. "Maar die heeft er gelukkig niets mee te maken."
“Hoe vind je het trouwens dat hij vergeving heeft gevraagd voor alle narigheid die de Inquisitie heeft aangericht?”
“Alweer? Dat heeft hij toch al eens gedaan een paar jaar geleden? Nou ja, voor al die miljoenen die gemarteld en verbrand zijn in naam van het geloof kan hij wat mij betreft niet genoeg op zijn knieën.”
“Tienduizenden.” Zegt Nijsje.
"Wat?" Felix kijkt haar verstoord aan.
“Volgens de paus zijn het er geen miljoenen maar tienduizenden.”
“Al waren het er maar tien geweest...” Felix schudt zijn hoofd. “Ik ben benieuwd of zijn opvolgers over een aantal jaren vergeving zullen vragen voor het feit dat hij half Afrika heeft laten sterven omdat ze geen condooms mochten gebruiken.”
Manon lacht en buigt zich voorover naar de kleurige touwtjes die Antonio in zijn handen heeft. “Wat heb je daar?”
“Scoubidou.” Antonio laat onwillig de felgekleurde draadjes zien. “Van opa gehad.”
“Ik weet ook niet wat het is, maar hij wilde het zo graag hebben.” Albert kijkt verontschuldigend naar Nijsje.
“Geeft niet, papa." Nijsje zucht. "Het is de nieuwste rage. Helemaal verslingerd zijn ze aan die touwtjes. Maar het is wel leuk, want ze zijn in ieder geval creatief bezig. Je kunt er allerlei figuurtjes van vormen.”
“Ik heb het nog nooit gezien.” Bekent Manon.
“Laat eens aan tante Non zien hoe je het doet, Antonio.”
Gehoorzaam haalt Antonio een houtje uit zijn broekzak en legt er met een oranje draadje een knoopje om.
“Daarmee kun je hem straks ophangen.” Verduidelijkt Nijsje.
Vervolgens pakt hij een geel draadje en begint die ingenieus om het oranje draadje te knopen.
“En dan?”
Antonio haalt zijn schouders op.
“Dat kan hij nog niet.” Zegt Nijsje. “Eigenlijk is hij er net te jong voor. Oudere kinderen maken er soms de prachtigste figuren van.” Ze buigt zich naar Manon toe en fluistert: “Het is eigenlijk meer iets voor meisjes, maar dat heeft hij nog niet zo door.”

Gepubliceerd: 20-06-06. Vond plaats op: 20-06-04. Tags:  christendom ; Europa ; misdaad en corruptie ; spelletjes ; voetbal ;